0

Winkelmand

Hoe meer je met een veulen bezig bent, hoe makkelijker het later allemaal is. Moet je er dan uren achter elkaar mee bezig zijn? Nee, juist niet. Maar regelmatig een paar minuutjes doet al heel veel.

In zijn eerste levensjaar moet een veulen leren:

  1. een halster te dragen,
  2. meelopen aan de hand,
  3. aangebonden staan,
  4. zijn benen op te laten tillen.

Als dit goed gebeurt, zal het veulen (en jijzelf) daar zijn verdere leven voordeel van hebben, maar laat het veulen ook lekker veulen zijn en genieten.

Stap 1: Halster dragen
Voor een veulen is het niet zo vanzelfsprekend om een halster aan te krijgen. Ze vinden al dat gedoe om hun hoofd maar niks. Als vluchtdier zullen ze een halster als eng ervaren. Het is aan ons om hen te leren dat het goed is. Gewenning aan aanraking is het begin van alles. Leg gewoon je hand op het veulen en neem ze pas weg als het veulen rustig blijft staan, niet als het begint rond te trippelen. Dan ga je langzaam je hand op andere plaatsen leggen. Probeer tot hoever je veulen jouw aanraking accepteert. Uiteindelijk kom je bij het hoofd. Afhankelijk van het karakter van je veulen zal het leren snel gaan of wat meer tijd kosten. Neem de tijd die nodig is!

Het is belangrijk dat je dit aanraken in een kleine ruimte doet. Anders kan het gebeuren dat het veulen telkens wegrent en zo leert dat contact met een mens een teken is om weg te rennen.

Als het aanraken over het hele lichaam goed gaat, neem je een dik, zacht, katoenen koord. Laat het veulen hier uitgebreid aan ruiken en aai hem ermee. Je merkt zelf wanneer je een stapje verder kan gaan. Lukt het niet meteen, ga dan terug naar het punt waar het goed ging. Het hoeft allemaal niet in één dag. Eindig steeds op een moment dat het goed gaat. Zo kan je de volgende keer makkelijker de draad weer oppakken.

Laat het veulen aan het touw ruiken en aai hem er voorzichtig mee. Leg er een lus in en leg deze lus om de hals van het veulen. Let op dat je geen nylon gebruikt, want dat kan snijden. Maak zeker nog geen knoop! Je moet ervoor zorgen dat het veulen niet vast komt te zitten als het schrikt en wegtrekt. Je kan de aandacht van het touw afleiden door het veulen te aaien en tegen het veulen te praten. Het veulen mag het touw natuurlijk wel zien, maar doordat jij het gerust stelt, krijgt het vertrouwen. Schuif het touw langzaam naar voren en leg het losjes in de nek. Stop zodra je ziet dat het veulen onrustig wordt, ga iets terug naar waar het rustig is en begin opnieuw. Geleidelijk zal je verder komen zonder dat het veulen ooit echt angst voelt.

Nu moet je veulen nog wennen aan de druk in zijn nek. Dit is belangrijk, ook straks bij het aanbinden. Het veulen moet leren dat het bij druk geen tegendruk hoeft te geven, maar dat de druk minder wordt als hij zijn hoofd omlaag brengt. Masseer daarom zijn nek en beloon hem als hij zijn nek laat zakken. Aai ook over het voorhoofd en de oren.

Nu kan je een lus maken om de neus. Dus het touw hangt in de nek en van daaruit breng je een lus om de neus. Je hebt dan een soort halster van touw. Het gaat er niet meteen om dat je met je veulen aan de hand op stap gaat, maar dat het kan wennen aan de aanrakingen en aan de lichte druk. Heb geduld en oefen verschillende dagen.

Als het allemaal lukt, is het geen probleem meer om het veulen een halster aan te doen. Beloon het veulen uitgebreid en doe daarna het halster weer af. Het is het beste als je het halster alleen om doet als je wat gaat doen met het veulen. Daarna moet het weer af, omdat het halster dragen ook een risico inhoudt. Het veulen kan ergens achter blijven hangen en zich zo ernstig verwonden.

Stap 2: Geleiden
Om veulens te leren om netjes met je mee te lopen, moet je gebruik maken van de natuurlijke reflexen. Misschien ben je er al achter gekomen dat trekken NIET werkt. Dat komt omdat het veulen druk in de nek voelt als je aan het halster trekt. Als reactie op deze druk, geeft het veulen tegendruk en trekt dus terug.

Een veulen beweegt automatisch vooruit als je vlak boven de spronggewrichten tegen de achterbenen duwt of zo’n 20 cm onder de staart. Kijk hier in het begin wel mee uit, want het veulen kan ook instinctief uitslaan. Word hier niet boos om, want het is in dit stadium niet kwaad bedoeld.

In stap 1 heeft het veulen al geleerd een halster te dragen. We doen daar nu een halstertouw aan. Dat houden we vast, maar verder doen we er niks mee. We hebben nog een lang, zacht touw nodig en dat leggen we om de achterhand net boven de spronggewrichten of onder de staart. Bij een jong veulen oefen je dit met de merrie erbij. Laat iemand voorop lopen met de merrie en loop zelf met het veulen achter haar aan. Als het veulen moet gaan stappen, geef je een beetje druk met het koord achter zijn benen. Tegelijkertijd geef je een kort commando bijvoorbeeld ‘stap’ of ‘vooruit’. Beloon het veulen met je stem als het een stapje zet. Om te stoppen, trek je zachtjes aan het halstertouw, je laat het touw achter de benen wat losser en zegt rustig: ‘hooooo’. Ook nu weer belonen met je stem als het veulen stopt.

Na een aantal keren oefenen, zal het veulen op jouw commando gaan stappen en stilstaan. Het koord achter de benen is dan niet meer nodig. In plaats van het koord neem je een zweep. Als het nodig is, kun je dan met de zweep wat druk geven (niet slaan dus) boven de spronggewrichten of onder de staart. Vergeet niet dat een veulen zich maar kort kan concentreren. Een kwartiertje achter elkaar oefenen is meer dan genoeg.

Stap 3: Vastzetten
Als het veulen vertrouwd is met het halster, moeten we het leren om zich vast te laten zetten. Maak aan het halster een halstertouw. Doe dit halstertouw door een aanbindring of om een balk, maar bindt het niet vast. Het uiteinde van het touw houd je in je hand. In de andere hand houd je een rijzweep. Als het veulen achteruit gaat en het touw strak trekt, geef je hem een zacht tikje achter op de bovenbenen met de zweep, zodat hij weer naar voren stapt. Als je dit een paar keer gedaan hebt, begint het veulen te begrijpen dat het beter kan blijven staan.

De volgende stap is om het veulen vast te zetten met een veiligheidsknoop, die je snel los kan trekken als het nodig is. Blijf er (met de zweep) voor zorgen dat het veulen niet naar achter stapt. Als je dit elke dag oefent, zal je veulen als snel keurig aangebonden blijven staan. Bedenk wel dat een veulen zich nog niet lang kan concentreren. Een paar minuten oefenen, is lang genoeg. Laat een veulen ook nooit lang aangebonden staan.

Stap 4: Benen optillen
We hebben ons veulen geleerd een halster te dragen, aangebonden te staan en met ons mee te lopen. Daarna leren we ons veulen om een voetje te geven. Je kunt hier het best zo vroeg mogelijk mee beginnen. Het is niet nodig om het veulen eerst aangebonden te leren staan.

Over het algemeen kun je het veulenbeen makkelijk optillen. Ga bij het veulen staan, aai het een beetje en praat tegen hem. Begin bij de voorbenen en daarna de achterbenen. Raak de benen aan en til dan even het voetje op. Je kunt hier al een commando bij geven, bijvoorbeeld ‘voet’. Til het been een paar seconden op en zeker niet te hoog. Dit is voldoende. Als het goed gaat, beloon je het veulen uitgebreid.

In het begin is het normaal dat een veulen wegloopt als je de achterbenen wil pakken. Hij denkt dan dat hij moet gaan lopen. Word dus niet boos, maar probeer het rustig nog een keer. Pas op dat je de voorbenen niet te hoog optilt, je loopt dan namelijk het risico dat je veulen gaat steigeren. De achterbenen moet je in het begin alleen maar optillen, maar nog niet naar achteren trekken zoals bij het uitkrabben van de hoeven. Vraag de eerste keer iemand om het veulen vast te houden. Ook al kan je veulen al aangebonden staan, sommige veulens hebben de neiging om in het halster te gaan hangen.

Ik wil nog veel meer weten over veulens!