Volksgeloof en hoefijzers

Als je goed oplet kom je ze overal tegen. Een sportauto met een verchroomd hoefijzer verwerkt in de grill, een sieraad met een hoefijzertje, dasspelden, postkaarten, hoefijzers op de gevel van een hoeve, hoefijzers als gelukssymbool, hoefijzers overal. Vroeger werd er zelfs een hoefijzer door de bruidegom gedragen voor het toekomstige huwelijksgeluk. Ook werd er op sommige plaatsen door de priester een hoefijzer boven de hoofden van de pas getrouwde stelletjes gehouden, dit als gelukssymbool. De een vindt een hoefijzer en bekijkt het als een stuk afval, terwijl de ander het ziet als een goed voorteken. Een van de verklaringen van het hoefijzer als geluksbrenger is dat het lijkt op de maan die telkens stukje voor stukje te zien is voordat we hem als ‘volle maan’ kunnen aanschouwen. De cyclus van de maan stond vroeger symbool voor het steeds groter wordende geluk. Vandaar dat het hoefijzer als symbool van geluk werd gezien. Het hoefijzer werd niet alleen als geluksbrenger gezien maar ook als beschermmiddel tegen ‘boze invloeden’. Vooral in Italië geloofde men vroeger dat er mensen waren die door slechts een blik met hun ogen een ander ongeluk konden brengen. Deze blik werd Mal Ócchio, het boze oog of slechte oog genoemd. De persoon die deze blik had, was een Gettatore (betekent zoiets als: iemand die betovert met zijn blik). De Italianen geloofden destijds dat als je een Gettatore tegen kwam je metaal moest aanraken en het liefst een hoefijzer, dat zou je dan beschermen. De Arabieren geloofde ook in het ‘boze oog’ en beschermden zich door reepjes met koranspreuken in de teugels te naaien. Ook de rode kleur werd als bescherming gezien tegen het boze oog en veel tuigen van muildieren en paarden werden daarom versierd met deze kleur. Maar even terug naar het hoefijzer voordat we afdwalen. Het vinden van een hoefijzer zou extra geluk brengen als je deze op 26 december zou vinden, Sint Stefanusdag. Als je een hoefijzer met de open kant naar buiten op de drempel van je huisdeur spijkerde, dan werd je beschermd tegen heksen, blikseminslag en brand. Handelaars die dit deden, kregen volgens het volksgeloof ook veel meer kopers in hun winkel. Het hoefijzer moest wel met drie spijkers vastgespijkerd worden en elke spijker moest met drie hamerslagen bevestigd worden. Ik zie het mijn schoonvader nog niet doen, hij is een fervent zeiler en heel zuinig op zijn boot, maar vroeger nagelde men een hoefijzer met de opening naar beneden op de mast om zo een gunstige wind en voorspoedige reis te garanderen. Dit werkte dan alleen als er een Bijbel aan boord was. In de 17e eeuw geloofde men dat als je een gevonden of zelfs een gestolen hoefijzer op de schoorsteenmantel plaatste, deze geluk bracht. In Holstein werd elk huis dat gebouwd werd voorzien van een hoefijzer. Liefst een gevonden exemplaar, als deze er niet was, werd er maar een nieuwe gebruikt. In Thuringen had men deze gewoonte ook, alleen werd het ijzer daar steeds op de binnendeuren genageld en moesten het steeds nieuwe ijzers zijn. Deze ijzers moesten dan wel gesmeed zijn op St. Jansnacht (24 juni) door een ‘kuise’ jonge man. In Duitse grensstreken kom je ook wel eens grensstenen tegen waar hoefijzers uitgebeiteld zijn. Dit werd waarschijnlijk gedaan zodat het hoefijzer zeker op zijn plaats zou blijven en niet gestolen kon worden en hierdoor het ongeluk over de plaats zou komen.
mei 14, 2009
Rudi & Nanny
Fun