Travers

Definitie
Travers is een beweging op drie of vier sporen, waarbij het paard voorwaarts (vaak over de hoefslag) beweegt, terwijl de achterhand naar binnen wordt gesteld. Hierdoor beweegt het buitenachterbeen in het spoor van het binnenvoorbeen (drie sporen) of, in geval van vier sporen, aan de binnenkant naast het spoor van het binnenvoorbeen. In dat geval is de volgorde van de sporen van binnen naar buiten: binnenachterbeen – buitenachterbeen – binnenvoorbeen – buitenvoorbeen.

Uitvoering
Het paard is van oren tot staart gelijkmatig gebogen en gesteld, waarbij de buitenteugel de buiging beheerst en het buitenbeen van de ruiter de achterhand van het paard om zijn binnenbeen naar binnen buigt. Het buitenachterbeen kruist het binnenachterbeen in de beweging en draagt het meeste gewicht.

Barometer
Deze oefening vergt een krachtig buitenachterbeen, buigzaamheid van het lichaam en een lange, veerkrachtige toplijn. Ook moet het paard de werking van het buitenbeen goed begrijpen, om daardoor zijn achterhand rond het binnenbeen van de ruiter te welven, maar wel de voorwaartse bewegingsrichting te handhaven. In travers wordt duidelijk zichtbaar in hoeverre het paard openstaat voor de inwerking van de verschillende ruiterhulpen en zich daardoor laat aansturen en begeleiden.

Inwerking op het paardenlichaam
In travers draagt het been aan de bolle zijde van het lichaam extra gewicht, door onder de massa van het lichaam te treden (bij schouderbinnenwaarts is het andersom, daar wordt het been aan de holle kant van het lichaam zwaarder belast). Het binnenachterbeen wordt juist ontlast doordat het naast de massa stapt. Dit is de reden waarom traversachtige oefeningen niet te vroeg in de opleiding moeten worden gestart. Het paard mist dan nog de draagkracht om het buitenachterbeen versterkt onder te brengen, maar het leert wel om het binnenachterbeen aan de training te onttrekken door scheef te gaan lopen en het been naast de massa neer te zetten.

Voorkomende problemen
Begin niet eerder met de oefening dan wanneer het paard in staat is tot enige gedragenheid en daarbij een lichte aanleuning geeft. Als het paard zich moet forceren in de buiging of als het de kracht vanuit de achterhand niet kan opbrengen, dan gaat de aanleuning verloren en komt het paard tegen de hand, of valt het uit elkaar en gaat het op de voorhand.
Bij buigingsproblemen kunnen verschillende moeilijkheden de kop opsteken. Het paard kan het hoofd kantelen, of takt of impuls verliezen, waardoor de beweging niet meer vloeiend kan worden uitgevoerd. Het paard moet door laagdrempelige buigende oefening worden voorbereid op het uitvoeren van travers.
Bij gebrek aan draagkracht kan het paard de hoek tussen de achterhand en de wand te groot maken, waardoor het buitenachterbeen weinig gewicht meer draagt. Het paard kan zich ook onttrekken aan de buiging en het lichaam recht houden, waarbij het eventueel overbuigt in de halsbasis. Op dat moment wordt de buitenschouder belast, in plaats van het buitenachterbeen.

Deze informatie komt uit het boek: De kracht van dressuur van Lisanne Thomas. In dit boek vertelt Lisanne alles over de functie van het rijkunstig gymnastiseren en de biomechanica van het paardenlichaam. Verder bespreekt ze alle rijkunstige oefeningen op de manier zoals hierboven de travers wordt besproken. Door de vele foto’s wordt alles nog duidelijker. Klik hier voor meer informatie over het boek en om het eventueel meteen te bestellen.

maart 1, 2017
Rudi & Nanny
Africhten, Rijden, dressuur, gymnastiseren, oefening, rijkunst, travers