Springen

Elk paard komt eens een obstakel tegen en dan merkt hij dat het makkelijker is om er overheen te springen dan een hele omweg te maken. Springen is dus voor een paard heel natuurlijk.
Het springen van het paard mag je eigenlijk vergelijken met een uitgestrekte galopsprong met een lang zweefmoment. Tijdens een goede sprong beschrijft het lichaam van je paard een boog. Om tijdens deze sprong in evenwicht te blijven, gebruikt het paard zijn hals.
Je begrijpt dat het voor een paard dat nog niet veel ervaring heeft met springen met een ruiter het even wennen is om het juiste evenwicht te krijgen. Het is daarom belangrijk dat de ruiter het paard zo min mogelijk hindert bij de sprong.

De ruiter moet dus een rustige zit hebben en mag het paard niet storen met zijn handen of beweging. Het paard moet zich bij wijze van spreken kunnen concentreren op de sprong en zelf een goede sprong ontwikkelen. Bij het landen moet je zacht in het zadel neerkomen en de teugels op maat nemen.

Met een jong paard zal je daarom natuurlijk niet meteen een hindernis van 1.20 m. nemen. Je moet hem vertrouwen en evenwicht geven. Een goede manier om dit te doen is door het gebruik van de cavaletti. Zeg maar balken die je op een hoogte van ongeveer 20 cm van de grond neerlegt. Door het paard over verschillende van deze balken heen te laten stappen, leer je hem zijn rugspieren te ontspannen en zijn hals te strekken. Het lijkt allemaal wat min voor diegene die graag meteen voor het spektakel wil gaan maar je kan beter rekening houden met het welzijn van je paard en niet te snel te werk gaan. Zo hebben jullie er dadelijk samen plezier van.

Je kan de cavaletti op verschillende afstanden van elkaar leggen. Afhankelijk van de gang die je gebruikt, leg je ze voor stap ongeveer 0,90 m., voor draf 1,40 m. en voor galop 3,00 m. uit elkaar.

Nog een goede manier om het paard meer zelfvertrouwen te geven is de vrije sprong. Je maakt op een veilige manier een parcours waar je het paard alleen over hindernissen laat springen. Je zal merken dat hij in het begin even moet nadenken maar zodra hij het door heeft er alle plezier in heeft.

Welke ruiters mogen een sprongetje wagen?
Een goede richtlijn om te bepalen of je klaar bent voor een sprongetje is dat je in galop een onafhankelijke en ontlastende zit hebt.

De sprong
De stijgbeugels maak je één of twee gaatjes korter zodat je knieën vaster komen te liggen en je wat meer steun hebt in de stijgbeugels. Het is belangrijk dat je goed aanrijdt voor de sprong.
Zonder het paard te hinderen in de mond neem je licht contact en moet je drijvend naar de hindernis toe rijden. Als het paard springt moet je hem volledig de vrijheid geven. Je volgt met je handen de uitgestrekte hals. De onderarmen en de teugels vormen tot aan de mond een rechte lijn. Met de aanliggende knieën volg je de beweging van de paardenrug. Als je landt, vang je met de knieën je gewicht op.

Is je paard onzeker en weigert hij de sprong blijf dan steeds rustig. Vertrouwen is de basis. Dus bouw de oefening steeds op met een sprong die het paard makkelijk kan. Beloon dit uitbundig. Eindig steeds met een goede sprong en jij en je paard zullen samen nog jaren plezier hebben.

 

Ps.: Op de foto onze oudste dochter in actie. 

maart 19, 2016
Rudi & Nanny
Rijden, hindernis, hindernissen, paard, springen, springpaard, springsport, sprong