Over hoefsmeden

Vroeger was het bij de Arabieren een voorrecht een hoefsmid te zijn. Een hoefsmid had allerlei voordelen. Hij had steeds een eigen afgezonderde tent, betaalde geen belastingen en had niet de plicht gastvrij te zijn (wat natuurlijk niet wil zeggen dat hij dit niet was). Als er een dier geslacht werd, kreeg hij de beste stukken vlees. Als een stam terug kwam van een rooftocht kreeg de hoefsmid steeds een deel van de buit. Als hij in een strijd terecht kwam tussen twee stammen en hij duidelijk maakte dat hij smid was, werd hij steeds in leven gelaten. Hij moest dit duidelijk maken door met zijn kleed op en neer te bewegen en hierdoor een blaasbalg na te bootsen. De stam die een hoefsmid doodde werd volgens het volksgeloof door een eeuwige vloek getroffen. Werd een stam geplunderd mocht de hoefsmid, na het bewijzen van zijn kunnen, steeds zijn spullen terug eisen. Sommige stammen waren zo bang dat ze hun hoefsmid zouden verliezen dat ze hem een deel van zijn rijkdommen afnamen om zo te voorkomen dat hij niet meer hoefde te werken voor de kost en hun grondgebied zou verlaten.

Columbus Couriginus, een hoefsmid uit Ierland, werd bekend omdat hij alles wat hij overhield van zijn inkomsten weggaf aan mensen die minder hadden dan hij.

Vroeger had bijna iedereen een paard, dit bracht een paar monniken op het idee het smidvak te gaan uitoefenen. Hierdoor konden ze de mensen helpen en ondertussen het evangelie verkondigen.

Eligius, die bekend stond als prediker van het Christendom, had ook het smidvak in zijn vingers. In middeleeuwse verhalen wordt hij ook beschreven als een hoefsmid die goed bekend stond bij de ridders van die tijd. Later werd hij gezien als schutspatroon voor hoefsmeden en beschermer van dieren. Men gebruikte zijn naam bij bezweringen die men uitsprak als een paard ziek was en hoopte dan op spoedig herstel. St. Eloy, zoals hij later werd genoemd, was ook goudsmid en werd muntmeester voor Clotarius II, die zijn paarden door hem liet voorzien van zilveren hoefijzers (als je die ijzers vond kon je pas van geluk spreken). Een gewiekste hoefsmid Een oud verhaal uit Luxemburg vertelt over een man die bij het slot ‘Heringen’ stond. Het slot was het eigendom van rovers. Aan de verse sporen kon hij zien dat de rovers op pad waren en besloot hij een kijkje te nemen in hun burcht. Om eventuele achtervolgers op een dwaalspoor te brengen, werden de paarden van de rovers verkeerd om beslagen. Dus toen de man dacht aan de sporen te kunnen zien dat de rovers op pad waren, bleek dit een grove vergissing en liep hij zo in de armen van de rovers.
mei 14, 2009
Rudi & Nanny
Fun