Mennen

Mennen is minstens zo leuk als rijden onder de man. Een gedurfde stelling die ik vijf maanden geleden niet zou hebben beweerd.  Mennen was toen nog onbekend terrein voor mij. Het leek iets heel aparts, een ver-van-mijn-bed-aspect van de paardensport. Ik hield mij trouw aan een zadel en een braaf manègepaardje. Ik had van jongs af aan een grote liefde voor paarden, nochtans ben ik van thuis uit niet met ze opgegroeid. Ik heb de paardenwereld helemaal zelf ontdekt, heb zoveel mogelijk om me heen gekeken en heel veel gelezen. Hoe meer ik me in die wereld ging verdiepen, hoe interessanter het allemaal werd. Zoals bij iedere paardenmens, begon na verloop van tijd het verlangen naar een eigen paard te groeien. En hoewel ik nu van mening ben veranderd, zou het toen steevast een rijpaard zijn geworden. Het hield me voortdurend bezig, maar ik zou nog drie jaar geduld moeten hebben, tot na mijn studies. Ik was toen nog van mening dat een paard en studies helaas niet te combineren vielen. Maar drie jaar is lang, héél lang. In de zomer van 2002 kwam ik toevallig in contact met een recreatief menner uit de buurt. Hij wist dat ik paardenliefhebber was en op een dag vroeg hij me of ik niet eens zin had in een ritje met paard en koets. Natuurlijk stemde ik hiermee in, je moet nu eenmaal eens van alle takken van de paardensport geproefd hebben. Ik wist in de verste verte niets van dat mennen af, maar was wel benieuwd. Tijdens dat eerste ritje mocht ik voor de eerste keer kennis maken met “faire d’attelage” zoals ze dat zo mooi in het Frans zeggen. Het was toen evenwel geen zicht om mij te zien klungelen met die lange leidsels. Alhoewel het toen nog niet veel weg had van het Achenbach-systeem, vond ik het zeer fascinerend. En het was toen, op het moment dat ik voor het eerst dat contact met de paardenmond voelde, dat ik zei: Dit moet ik ook! Voor de koets stond een leuk merrietje, een haflinger. Adinda was de naam. Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik het vroeger niet had voor haflingers. Ik kende ze niet zo goed, maar het zou later zeker nooit een haflinger worden. Het is niet bij die ene rit gebleven, er volgden er nog en ik begon er steeds meer voeling voor te krijgen. Ik liet dat paardrijden voor wat het was en begon me (voor zover ik toen kon) toe te leggen op de mensport. Ik vroeg me af of er net zoals bij het paardrijden les wordt gegeven in het mennen. Ik kon nu al een paard op een fatsoenlijke manier op de weg sturen, maar ik wou meer. Het woord mencursus was al snel gevallen. Het was nu alleen nog zoeken naar een plaats waar die werd gegeven. Door toeval kwam mijn moeder erachter dat binnen 3 km bij ons vandaan een mencursus werd gegeven. De mencursus, die op dat moment aan de gang was, was al aan z’n derde theorieles toe en het was dus niet zeker of er nog een cursist bij kon. Ik twijfelde ook nog of ik niet een jaar zou wachten (tot de volgende cursus) omdat ik op dat moment bezig was met autorijlessen. Goddank heb ik toen toch ingestemd en de juiste keuze gemaakt. Ik was wat onzeker voor wat komen zou, maar die eerste les viel reuze mee. De tijd vloog voorbij. De lesgever is paardenman in hart en nieren en kent de knepen van het vak. Geboeid en ongestoord luisterde ik naar wat hij wist te vertellen. Het ging toen net over de beenstanden en –gebreken bij het paard en na de uitleg werd dit allemaal op een paard aangetoond. De menlessen waren gezellig, allemaal op een rijtje aan de lange tafel met een mentoestelletje voor ons, maar in gedachten zaten we al achter een echt paard. Die vier weken theorieles waren naar mijn zin veel te vlug voorbij. Maar er was een dag gekomen dat de theorie in praktijk moest omgezet worden. Op 29 maart gingen de praktijklessen van start. Ik moet eerlijk zeggen, we brachten er de eerste les nog niet veel van terecht. De tweede les verliep al heel wat vlotter, en voor de eerste keer moesten we toen zelf optuigen. Ondertussen ben ik de trotse eigenaar van Almiro, mijn haflinger, hij is intussen vijf maand geworden. We hebben de afgelopen maanden een hechte band met elkaar opgebouwd en al jaagt hij mij soms de bomen in als hij weer eens zijn streken heeft, ik hou zielsveel van m’n kleine paardje. Het is niet bij dat kleine paardje gebleven. Een 2-jarige haflingerruin Maiko loopt nu samen in de weide met Almiro. En je zou ze soms eens moeten bezig zien. Die twee schieten zo goed met elkaar op, net vader en zoon. Op 10 mei heb ik mijn menbrevet behaald. Ik besefte heel goed dat dit de laatste keer was dat we samen waren. We vormden een hechte groep en we zouden elkaar missen. Ik had nooit durven denken dat ik zo goed zou zijn opgenomen in de groep, tenslotte ben ik er maar de derde les bijgekomen. Maar ik zou héél graag de lessen nog eens overdoen, een zalige tijd was dat. De groepsfoto van het examen hangt ingekaderd in mijn kamer. Ik bekijk hem nog elke dag. Ik heb al aan enkele koetsenwandelingen deelgenomen en het waren telkens dagen om niet meer te vergeten en waaraan ik mooie herinneringen overhoud. Ik heb reeds twee maal van de eer mogen genieten om een huwelijk voor te rijden. Ik ben erg blij dat ik die kans heb gekregen en ik besef heel goed dat dit niet aan iedereen is gegeven. Ik krijg van de paarden heel veel terug en ik kan me geen leven zonder hen meer voorstellen.Ik wens iedere paarden- en haflingerliefhebber hetzelfde geluk toe! Nathalie Jacob (19) uit Poperinge (zij volgde een mencursus bij v.z.w. ’t Wulleminhof- haflingerstal & menvereniging).
mei 9, 2009
Rudi & Nanny
Fun