Longeren (deel 4)

De laatste voorbereidingen Voordat we echt gaan longeren, bespreken we de laatste voorbereidingen. Bodem Het is heel belangrijk dat je longeert op een goede bodem. Een goede bodem: een stevige, vlakke, slipvaste veerkrachtige bodem Omheining/begrenzing Vooral bij jonge paarden is het erg fijn om een omheining te hebben. Anders zijn paarden snel geneigd om naar buiten te trekken, zeker aan de kant van de uitgang. Aangezien de meeste mensen niet de beschikking hebben over een speciale longeerbak zul je zelf iets moeten maken. Als je een omheinde binnen- of buitenbak hebt, kun je gebruik maken van de hoek. Met wat prikpaaltjes en afzetlint ben je in een paar minuten al klaar. De doorsnede van de longeercirkel moet ongeveer 14 meter zijn. Zeker voor jonge paarden. Als je de cirkel kleiner maakt, is dat te belastend voor de pezen van het paard. Met een ervaren paard dat goed in balans loopt, kun je de cirkel wel wat verkleinen, niet door de afzetting te verkleinen maar door spiraalsgewijs de cirkel tijdens het longeren te verkleinen. Het begin
Vasthouden longeerlijn en zweep
Voordat we het paard erbij halen, kijken we nog even naar de manier waarop je de longeerlijn en zweep vast hoort te houden. Als je op de linkerhand longeert, neem je de longe in de linkerhand. De vaste lus (het ‘handvat’) ligt over de onderste drie vingers van je hand. Dan neem je lus voor lus op over de vier vingers van de hand. De lussen worden steeds kleiner. Zorg ervoor dat de lussen nooit zo lang zijn dat je er met je voet in kan gaan staan. De zweep houd je in de andere hand. De hoek tussen de longe en de zweep is ongeveer 90 graden. Houd de zweep niet te hoog. Op deze manier kun je altijd snel reageren als je de zweep moet gebruiken. Het is trouwens geen slecht idee om eerst eens ‘droog’ te oefenen met de zweep. Zet bijvoorbeeld een blikje of een plastic bekertje op een stoel en probeer deze te raken met de slag van de zweep. Je zult merken dat dit heel wat handigheid vereist. En aangezien het belangrijk is je paard straks op de juiste plaats te raken, is het verstandig om dit alvast onder de knie te krijgen. Na alle voorbereidingen kunnen we nu echt beginnen met het longeren. Natuurlijk maakt het verschil of je net begint met een paard of dat je paard al gewend is aan het longeren. In deze aflevering gaan we er even vanuit dat je begint met een (jong) paard dat nog nooit gelongeerd is. Je mag met longeren beginnen als een paard drie jaar is. Liefst niet eerder omdat een paard er lichamelijk en vaak ook mentaal nog niet klaar voor is. Natuurlijk heb je het paard wel al allerlei andere dingen geleerd zoals: vastzetten, poetsen, voetjes optillen, geleiden, stilstaan. Bedenk van te voren precies wat je gaat doen en zorg dat je in alle rust met je paard gaat beginnen. Het is belangrijk dat de eerste keren goed verlopen. Het moet voor het paard een positieve ervaring worden. Zorg voor een rustige helper. Liefst een persoon die jouw paard al kent en waar je paard vertrouwen in heeft. De helper moet met je paard meelopen op de grote volte. In het begin moet de helper veel steun bieden aan het paard door mee te lopen, tegen hem te praten, een klopje op zijn hals te geven, te helpen stil te staan en aan te stappen enz. Langzaam aan moet het paard echter steeds meer op de longeur gaan letten en moet de helper dus steeds minder doen. Als dat goed gaat, kan de helper steeds verder van het paard gaan en uiteindelijk blijven staan. De eerste keren werk je voornamelijk aan ontspanning. Je paard moet zich op zijn gemak (gaan) voelen en de indruk geven dat hij het leuk vindt. Hij moet leren om (ook zonder helper) op de volte te blijven en de (zachte) druk van de longe te accepteren. Hij moet leren gehoorzamen aan de hulpen zodat je hem kunt laten stappen, draven, galopperen en stilstaan. Het zal vast wel eens gebeuren dat je paard naar binnen wil komen. Op zo’n moment beweeg je de zweep richting zijn schouder om hem weer naar buiten te drijven en tegelijkertijd maak je de longeerlijn korter om weer contact te krijgen. Oefen op de linker- en de rechterhand en wissel regelmatig van hand. Oefen zeker niet te lang! Twintig minuten is lang genoeg voor een jong paard. In deze fase longeer je je paard nog gewoon aan een (goed passend) halster. Dus nog geen hoofdstel, bit en longeersingel
januari 19, 2010
Rudi & Nanny
Africhten