Lezersverhaal: Polo

Ik (Esther) ben een tijdje terug naar The Orange 2004 geweest; een polotoernooi dat op Duindigt heeft plaatsgevonden. Ik zeg er direct bij dat ik geen insider in de sport ben, maar ik doe mijn best om zo betrouwbaar mogelijke info te geven. Ik schrijf gewoon op wat ik weet en wat ik kan vinden.

Er wordt gespeeld op een veld van 275 bij 180 meter. De doelpalen staan 8 yards (=7,3 meter) uit elkaar en staan een paar meter van de korte zijde van het veld af, zodat de paarden ook makkelijk (en met meerderen tegelijk) achter het doel om kunnen lopen en soms speelt zich daar zelfs een deel van het spel af. De bal moet uiteraard tussen de twee doelpalen worden geslagen. Na ieder doel wisselt het veld en moeten de spelers aan de andere kant scoren. Dit wordt soms nog wel eens vergeten, met alle gevolgen van dien. De ‘stokken’ worden mallets genoemd. De wedstrijdjes worden gespeeld 4 tegen 4. De spelers krijgen allemaal een handicapnummer tussen de -2 en 10. Hoe beter je speelt, hoe hoger je handicapnummer. Je handicapnummer wordt bepaald door een of andere commissie, als die je eens ziet spelen en ze besluiten dat je te goed speelt voor handicap 0, dan kunnen ze daar een handicap 1 van maken. Het verandert dus niet per wedstrijd ofzo. Die handicaps zijn belangrijk voor de samenstelling van de teams. De handicapnummers van de teamleden worden namelijk opgeteld en zo kan een heel team een handicap 5 hebben bijvoorbeeld. Het team van de tegenspelers moet dan ook handicap 5 hebben, als het ene team een hoger handicapnummer heeft dan het andere team (en dus betere spelers) dan krijgt het team met het laagste handicapnummer een X aantal punten voorsprong (dit wordt berekend met een formule die ik even kwijt ben.) De teamspelers rijden ook in een bepaalde volgorde achter de bal aan, waarbij speler nummer 3 vaak de beste is met het hoogste handicapnummer. Op http://players.polo.nl/ staan de polospelers hier in Nederland met al hun handicapnummers. Zoals je zult zien, is de polowereld in Nederland maar klein. Aki van Andel is “the man” van het veld; hij is de beste Hollandse speler met handicapnummer 3. Ik hoop dat het tot zover duidelijk is voor jullie. De wedstrijd is verdeeld in zg. chukka’s. Spelgedeelten van 7 minuten en 30 seconden. Er staat een grote klok naast het scorebord die de tijd bijhoudt. Er gaan twee bellen; een die aangeeft dat de chukka bijna is afgelopen en een die aangeeft dat de chukka ècht is afgelopen. Na een chukka wisselen de ruiters van paard. Tijdens de wedstrijd worden er paarden langs het veld warmgereden en sommige ruiters stappen niet eens van hun paard af voordat ze op de volgende stappen, nee, die ‘springen’ zo over van de een op de ander. Een paard rent dus 7 1/2 minuut als een idioot achter de bal aan en krijgt dan rust. Soms moeten ze de chukka erna ook weer lopen, maar ze lopen max. 2 chukka’s per wedstrijd en ze mogen niet meer in een volgende wedstrijd worden ingezet. Tijdens een chukka mogen spelers ook paarden wisselen, als een niet bevalt, of als het paard moe is; soms wordt er in de laatste dertig seconden nog van paard verwisseld en dat gebeurt dus ook razendsnel. Hieraan kun je zien hoe kostbaar de sport wel is. Voor een wedstrijdje heb je minimaal 2 paarden nodig + nog wat reserve. Een nsider van de sport zei dat een goed polopaard 15000 dollar kost en dat je 4 paarden nodig hebt; reken maar uit….. De paarden hebben geen max. hoogte, ze moeten alleen snel en wendbaar zijn en een goed uithoudingsvermogen hebben. Ze mogen ook niet trappen naar andere paarden, want meestentijds rijden ze schouder aan schouder met andere paarden. De staarten van de ponies zijn altijd opgebonden. De 2 scheidsrechters te paard herken je vaak aan de niet-opgebonden staart van het paard. Daarnaast staan er nog 2 scheidsen achter de doelen. Zwaait het witte vlaggetje boven hun hoofd, dan was het een doel, zwaait het onder, dat was het ernaast. De paarden moeten regelmatig vanuit volle galop vol in de remmen, tillen hun voorbenen op, draaien 180 graden op de achterbenen en gaan er in volle galop weer vandoor. De paarden schijnen het spel helemaal geweldig te vinden. Een goed polopaard gaat zelf naar de bal, daar hoef je niet voor te sturen. De paarden zijn wel opgetuigd met vanalles en nog wat en dat ziet er (in mijn ogen) niet altijd even vriendelijk uit. Op learn.polo .nl staan enkele fotootjes. Apart is trouwens, dat het niet ongewoon is om te lichtrijden in galop. De beste polopaarden (èn polospelers) komen uit Argentinië. De kunst van het spel is om een mooie slag van je tegenspeler te voorkomen. Dat kan door met jouw mallet de mallet van de tegenstander te ‘hooken’. Zo houd je een machtige slag van je tegenstander tegen door simpelweg je mallet ervoor te houden.. Bij ride-off mag je je tegenspeler van ‘de lijn van de bal’ afduwen. Dat gebeurt met pony of met de schouders van de speler. Mijn bronnen zijn : – tijdschrift van Polo Club Wassenaar – The international Rules for polo – www.polo. nl – artikel uit de Volkskrant, weet helaas niet meer welke datum De foto heb ik zelf gemaakt. Met vriendelijke groet, Esther van de h. uit Zoetermeer
januari 19, 2010
Rudi & Nanny
Fun