Kennismaken met equitherapie

In de vorige twee nummers van Paardentips Magazine maakten we kennis met Ulrike Thiel en haar Hippo Campus. Een van de activiteiten op Hippo Campus is equitherapie. In dit nummer lees je wat equitherapie precies inhoudt.

Equus is latijns voor paard en therapie is grieks voor de leer van de behandeling van ziektes. Het woord equitherapie wil dus zeggen: iemand ‘beter maken’ met behulp van of ondersteuning van een paard.

Het paardrijden en het contact met het paard wordt gebruikt om therapeutische effecten te bereiken. Zowel op lichamelijk als op psychisch vlak. Hierbij kan je denken aan bewegen op en met het paard, het omgaan met het paard, verschillende bewegings-, waarnemings- en belevingstechnieken en de samenwerking tussen cliënt, paard en therapeut.

Er zijn verschillende vormen van equitherapie, afhankelijk van de discipline waaruit gewerkt wordt en het doel dat men voor ogen heeft.

Hippotherapie (equitherapie vanuit de geneeskunde)

Fysiotherapie op het paard. Het paard wordt in stap aan de lange teugel gewerkt met een therapiesingel. Doelen kunnen zijn: het verbeteren van motoriek, houding, coördinatie, ontspanning e.d.

Paardrijden gehandicapten (equitherapie vanuit de sport)

Gehandicapte ruiters of ruiters die revalideren na bijvoorbeeld een ongeluk helpen om toch hun sport te kunnen beoefenen. Dit gaat van recreatief tot topsport.

Orthopedagogisch voltigeren/paardrijden (equitherapie vanuit de psychologie-orthopedagogie)

Er wordt met het paard gewerkt tijdens de verzorging, in de omgang, aan de longe in stap, draf en galop, aan de lange teugel, iemand die het paard leidt of zelf rijden. Een groep bestaat uit maximaal 4 personen en mag heterogeen zijn. Het accent ligt op het sociale en psychomotorische element, de interactie en de communicatie en niet zozeer op leren paardrijden of voltigeren. Het doel is afhankelijk van de persoon en kan bijvoorbeeld zijn: verbetering van de psychomotoriek, cognitie, concentratie, bevordering van sociale en persoonlijkheidsontwikkeling en beïnvloeden van gedragsproblemen.

Psychotherapeutisch paardrijden (equitherapie vanuit de psychotherapie)

Psychotherapeutisch paardrijden kan een onderdeel zijn van psychotherapie voor volwassenen. Indicaties zijn bijvoorbeeld psychosomatische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, (seksueel) trauma, eetstoornissen, spraakstoornissen en emotionele problematiek.

Natuurlijk hadden wij voor ons bezoek aan Ulrike al wel eens van equitherapie gehoord. Maar tijdens dit bezoek ging er toch een hele nieuwe wereld voor ons open. We stonden versteld van alle mogelijkheden die er zijn.

Ulrike liet ons een videoband zien van Gundula Hauser. Zij is directrice van een school waar gehandicapten en niet-gehandicapten samen in de klas zitten. Zij is de oprichtster van de opleidingen voor equitherapeuten in Oostenrijk en in haar school wordt deze therapie ook gegeven aan kinderen die er baadt bij hebben.

We volgden een therapie van een groepje van drie heel verschillende kinderen:

  • een meisje met het Down-syndroom (mongooltje),
  • een meisje met 10 centimeter verschil tussen haar linker- en rechterbeen,
  • een jongen met gedragsproblemen.

Allemaal kinderen met een handicap dus, maar voor een paard maakt dat niet uit. Paarden accepteren kinderen zoals ze zijn en dat is voor veel kinderen al een hele geruststelling. Het meisje met het Down-syndroom sprak bijvoorbeeld haar eerste woordjes te paard. Bovendien kunnen sommige kinderen op het paard even de beperkingen van hun handicap vergeten. Het meisje met het verschil in beenlengte bijvoorbeeld heeft hier op het paard geen last van omdat het paard op dat moment de functie van haar benen overneemt.

Allereerst werd het paard gepoetst en hier begint eigenlijk de therapie al. De kinderen moeten samen poetsen, samen overleggen, een plaatsje vinden in de groep, afspraken maken, contact maken met het paard, rekening houden met elkaar en met het paard enz.

Na het poetsen volgde de warming-up. Ieder kind ging op zijn eigen manier zijn spieren opwarmen,  bijvoorbeeld door te rennen of door oefeningen. Eerst individueel en daarna in tweetallen. Ook moesten ze naast de voorbenen van het paard lopen, precies in hetzelfde ritme.

In de hoofdfase gingen de kinderen bewegen op het paard. Soms alleen, soms met z’n tweeën. Er wordt telkens begonnen vanuit de positieve kanten van het kind en zo wordt het langzaam opgebouwd. Een belangrijk thema tijdens het samenwerken op het paard is elkaar helpen en jezelf laten helpen.

Het is jammer dat we jullie de beelden niet kunnen laten zien want het was werkelijk prachtig om te zien hoe gelukkig en fanatiek deze kinderen bezig waren. Bovendien deden ze voltigeeroefeningen waar wij niet van durven te dromen. Echt heel knap!

Het is toch fantastisch dat ons lievelingsdier, het paard, zo’n goede invloed kan hebben op de ontwikkeling van (gehandicapte) kinderen en dingen voor elkaar kan krijgen die ons mensen niet lukken

mei 9, 2009
Rudi & Nanny
Fun