Het verkeersreglement voor ruiters

Op de openbare weg wordt een ruiter net als een automobilist of een fietser als een bestuurder aanzien. Hij moet zich bijgevolg aan alle voorschriften houden die van toepassing zijn op bestuurders. Als hij afstijgt en naast zijn rijdier stapt, blijft de ruiter een bestuurder zolang hij zich op de openbare weg bevindt.

Net als andere bestuurders moet hij voortdurend in staat zijn om alle nodige rijbewegingen uit te voeren. Hij moet dus zijn rijdier kunnen beheersen als het opgeschrikt wordt door bijvoorbeeld een vliegtuig, een vrachtwagen of het schijnsel van autoverlichting.

Ruiters moeten volgens de wet minimum 14 jaar zijn om op de openbare weg te mogen rijden. Deze leeftijd wordt echter teruggebracht naar 12 jaar, op voorwaarde dat men vergezeld is van een ruiter van ten minste 21 jaar oud. Bestuurders van gespannen moeten daarentegen minstens 16 jaar oud zijn.

Net als andere bestuurders moeten ruiters zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven. De bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last-of rijdieren of van vee mogen, buiten de bebouwde kommen, de gelijkgrondse bermen volgen die rechts in hun richting liggen, op voorwaarde dat zij de andere weggebruikers niet in gevaar brengen. Ruiters mogen op de rijbaan met twee vooraan rijden (NDVR: toch is het beter om in één rij achter elkaar te rijden), maar als er één ruiter op de gelijkgrondse berm rijdt, dan moeten alle anderen in één rij rijden.

Het verkeersreglement stelt dat fietspaden en trottoirs verboden terrein zijn voor ruiters. Er zijn bovendien bijzondere regels van toepassing voor wegen voor voetgangers, fietsers en ruiters.

Ruiters moeten een richtingsverandering aangeven met een armbeweging. Merk ook op dat het in bebouwde kommen verboden is om ingespannen of bereden dieren te laten galopperen.

Bijzondere regels voor ruiters in groep
Groepen van ten minste 10 ruiters mogen begeleid worden door een groepsleider die toeziet op het goede verloop van de tocht. Deze groepsleider moet ten minste 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur.

Op kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag de groepsleider het verkeer in de dwarswegen stilleggen terwijl de groep oversteekt. Hiervoor moet hij een bord gebruiken met afbeelding van verkeersbord C3.

Verplichtingen voor gespannen
De wetgeving maakt op verschillende punten onderscheid tussen ruiters en de bestuurders van gespannen, ook menners genoemd.

Zo mogen menners niet rijden:

– Op wegen voorbehouden voor ruiters.
– Met twee naast elkaar.
– Op andere plaatsen dan de rijbaan.


Wettelijk gezien mag een gespan niet meer dan vier dieren achter elkaar bevatten, en mogen er maximum drie paarden naast elkaar lopen. Gespannen moeten vergezeld worden van voldoende begeleiders om het verkeer veilig te doen verlopen. Als de lading langer is dan 12 meter, moet er een begeleider te voet achter de lading stappen.

Bron Federale politie België.

maart 11, 2016
Rudi & Nanny
Uncategorized