Het Gelders Paard

Het Gelders paard

Foto van de hengst Bazuin (door Pam Touw)

Oorsprong: Het Gelders paard komt voort uit de landbouw en staat aan de basis van het hedendaagse KWPN-sportpaard. Omdat boeren deze paarden voor het vaak zware werk gebruikten, kregen ze direct inzicht in de capaciteiten van hun fokproducten. Mindere dieren werden verkocht en met de besten werd verder gefokt. Dit zorgde voor een natuurlijke selectie. Het is dan ook geen toeval dat veel huidige toppers onder de sportpaarden direct afstammen van het Gelders paard. Ook nu nog is ‘de Gelder’ een veelzijdige, betrouwbare en harde werker met een opgewekt karakter. Gebruik: Het Gelders paard is uitermate geschikt als tuig- en menpaard, zowel voor de hobbyist als voor de wedstrijdrijder. Daarnaast is het dier min of meer ‘op maat gemaakt’ voor het werk op de (hobby)boerderij. Ook onder het zadel voelt het Gelders paard zich uitstekend op zijn plaats. Naast het werk op het land werd het dier immers door de boerenjeugd ook als rijpaard gebruikt. Raskenmerken: Het Gelders paard heeft veel front, een tamelijk lange rug en een recht kruis. Onder het massieve lichaam staan vier relatief korte en sterke benen zonder behang. Een veel voorkomende kleur is vos, soms met grote witte aftekeningen. Maar ook alle andere kleuren zijn mogelijk. Stokmaat: Het Gelders paard heeft een stokmaat van circa 1.65 m. Het Gelders paard beschikt over drie imponerende, vierkante basisgangen met veel stuwing en kracht vanuit de achterhand. Korte geschiedenis van het stamboek Het Gelders Paarden Stamboek (GPS) heeft bestaan van 1890 tot 1915, waarna het is opgegaan in het NSTg, het latere Groninger Paard (Sgrt). Na de oprichting van een nieuw GPS in 1925 kreeg dit in 1932 de naam Stamboek Gelders type (Sgldt). Daarnaast bestond ook het Groninger Paardenstamboek NWP. Het Sgldt, Sgrt en NWP zijn in 1970 opgegaan in het KWPN; waarnaast vanwege de afkeuring door het KWPN van alle Groninger-hengsten weer een apart stamboek voor het Groninger paard is opgericht in 1982. Rond 1960, toen in de landbouw de tractor in opkomst was, werden enkele passende buitenlandse hengsten voor de Gelderse en Groninger fokkerij goedgekeurd om het Nederlandse paard naast het gebruik in de landbouw beter geschikt te maken voor de landelijke ruitersport. Hiervan heeft vooral de preferente hengst Amor grote invloed gehad in de Gelderse fokkerij. Daar ten behoeve van de sportfokkerij ook hengsten gebruikt gingen worden, waarin men onvoldoende vertrouwen had met het oog op het behoud van de eigenschappen van het Gelders paard, werd in 1964 het Sportregister ingesteld. Hierin werden de voor de Gelderse fokkerij minder wenselijke producten ingeschreven. Een terugkruising naar het Gelders paard, die dus driekwart Gelders was, kon echter weer als Gelders (Sgldt) worden goedgekeurd. Hackney-bloed (Cambridge Cole) in Gelderse bloedlijnen bleek, zoals eerder vermeld, een ramp vanwege een te moeilijk karakter voor recreatierijders en te weinig prestaties in de internationale topsport. Afstammingsvereisten Gelders paard Door het originele Stamboek Gelders type (Sgldt) is in 1964 een minimum van 75% Sgldt-bloed verplicht gesteld voor registratie in dit stamboek. Het meest ideale is uiteraard 100% Sgldt. In 1990 is het minimum van 75% Sgldt-bloed door het KWPN verhoogd naar 87,5%. Het KWPN heeft in 1998 bepaald dat voor stamboek-inschrijving als Gelders paard helemaal geen Gelders bloed in de afstamming meer nodig is. · Protesten bij het KWPN dat dit in strijd is met het fokdoel en ook een officieel verzoek van de algemene ledenvergadering van Gelderse fokkers om minimaal 75% Gelders bloed verplicht te stellen, hebben (helaas) niets opgeleverd.
Verhalen van lezers van het Paardentips Magazine Het Gelders paard: van alle markten thuis Hallo, mijn naam is Suzan. Ik ben de eigenaresse (zelf zeg ik liever vriendin) van een Gelders paard. Graag wil ik jullie laten delen in mijn enthousiasme voor deze stoere en opgewekte alleskunners. Mijn elfjarige vosbles Miss Daisy is een dochter van de hengst Fortissimo, waarvan de nakomelingen zowel als Gelders Paard of als tuigpaard ingeschreven konden worden. Als ik haar temperament zou moeten omschrijven, dan is dat als volgt: aan de ene kant is het een ‘luie donder’ en zal ze zich niet méér inspannen dan strikt noodzakelijk. Ik moet haar blijven motiveren. Aan de andere kant is het een echte ‘bikkel’, een fysiek sterk paard met een no-nonsense mentaliteit. Typisch Gelders! Nu al is Miss Daisy een boegbeeld voor het stamboek van het Gelderse paard, door haar prestaties in de endurance. Verder heeft ze twee veulens op de wereld gezet: het eerste van een Haflingerhengst, dat was bij de vorige eigenaresse; daar heeft ze een zwaar stempel op gedrukt. Het tweede was een merrieveulen van de Gelderse hengst Bazuin. Deze merrie bracht weer een merrieveulen, dat sprekend op haar oma, Miss Daisy lijkt. Het was overigens wel een ongelukje, want ze is veel te jong gedekt door een uitgebroken hengst van Burggraaf. De zo even genoemde dochter van Miss Daisy en Bazuin, genaamd Touch of Magik en nu vijf jaar oud, heeft meer aanleg voor dressuur dan voor endurance. Omdat je maar één ding goed kunt doen, heb ik onlangs besloten om een goed bazinnetje voor haar te zoeken. Die heb ik gevonden in de vorm van Mirjam, die er maar wat wijs mee is. Ze wil er een leuke dressuurproef mee kunnen rijden en een buitenritje mee kunnen maken. Nou, dat kan prima!

Miss Daisy is de eerste Gelderlander die zich startgerechtigd mag noemen voor de hoogste klasse endurance. De endurance kent vier klassen: het begint met ritten over een afstand van 25 tot 40 kilometer. In de hoogste klasse worden afstanden van 120 tot 160 kilometer afgelegd. Het paard wordt vooraf en achteraf veterinair gekeurd en er zijn minimaal vijf verplichte pauzes van een half uur (zogenaamde vetgates). Kortgeleden hebben we onze eerste echte wedstrijd in de vierde klasse met goed gevolg afgelegd: een afstand van 120 kilometer in Duitsland. Een Gelder is niet het paard waarmee je eerste prijzen weg zult slepen (alhoewel er genoeg 100% Gelderse paarden zijn die op grandprix-niveau in de dressuur worden uitgebracht), maar met de juiste training kun je een hoop bereiken. Maar vooral veel plezier hebben. Ooit heb ik door omstandigheden zes weken niet kunnen rijden. Ik trok haar uit de wei en ze stapte weg alsof ze de dag ervoor nog onder het zadel was geweest. Om de veelzijdigheid nog maar eens te benadrukken: eens in de twee weken ga ik met Miss Daisy naar springles, ik doe regelmatig dressuuroefeningen om haar soepel te houden en om de zoveel tijd zet ik haar voor het rijtuigje. De eerste tien minuten is ze dan niet te houden, zó graag wil ze gaan, maar daarna is ze op een pink te sturen. Ik heb Miss Daisy op laten nemen in het Gelderse stamboek in 1998, net in de tijd dat het Gelderse stamboek een vergaarbak dreigde te worden van alles wat niet te boek kon staan als rijpaard of als tuigpaard. Achteraf bleek Daisy een zuivere Gelderse bloedlijn in zich te voeren. Van vaders kant stamt ze af van Hoogheid. Alleen van moeders kant voert ze het bloed van Cambridge Cole. Gelukkig is dat in haar karakter nauwelijks meer te merken. Met haar veulen Touch of Magik meen ik de laatste Hackney-trekjes te hebben uitgebannen. En blij toe, want, hoewel de Hackney qua beweging een verrijking is voor het Nederlandse tuigpaardenstamboek, brengen ze een aantal karaktereigenschappen mee, die je in het gebruiksvriendelijke Gelderse paard juist niet wilt zien. Eigenlijk zijn ze alleen geschikt voor het showen, en niet als all-round recreatie- of sportpaard.
Hallo Rudi en Nanny Ik ben Anneke en ben al 20 jaar verknocht aan de Geldersen. Mijn eerste Gelderse merrie was van Griffier, een zoon van Amor. dit was een ronduit “hete” merrie, zwart met 4 witte voeten. Van dit dier leerde ik om snel in te spannen, want anders ging ze er weer alleen vandoor! Maarre…. ze stond ook stil voor rode stoplichten en ging weer lopen als het op groen sprong. vervelend alleen dat er wel eens een auto tussen ons en het stoplicht in stond (oei). Daarom was mijn verbazing groot toen mijn tweede Gelder, een ruin van Ahoy, van het Zeer Geduldige Type bleek te zijn. Deze Thijs is nu bijna 6 en we kregen hem al in de wei toen hij twee maanden was (eerst samen met zijn moeder, een schimmelmerrie van Pygmalion). We konden hem dus opvoeden als was het een hond. Gelukkig hielp onze shetlander Lotje een handje. Nu nog steeds deelt deze Lotje de lakens uit bij ons in de wei. Al is Thijs nu ruim 170 cm hoog, Lotje is de baas. Thijs wordt recreatief gebruikt, zowel aangespannen als onder het zadel. Hij heeft zeer gezonde hoeven en draagt al twee jaar geen ijzers, ook al wordt hij regelmatig op de weg gebruikt. Hij slijt zo mooi af, dat je alleen af en toe de randjes glad moet vijlen, er scheurt niets en er breekt nauwelijks iets af. Natuurlijk wordt hij wel regelmatig bekapt.

Op de foto berijdt mijn 9-jarige dochter hem. Hij wordt gereden met een D-stang, met kinketting, maar de hefboomwerking is gering. Het enige wat hij niet kan, is springen. Maar dat is niet standaard voor het Gelders paard, mijn eerste merrie sprong als de beste!
januari 21, 2010
Rudi & Nanny
Rassen