Grondwerk: De bridge (deel 5)

Weet je nog, dat allereerste stukje over hoe je de aandacht van je paard kunt verdienen? 1/ door de (concurrerende) omgeving vervelend te maken. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar daarbuiten is het oncomfortabel voor ‘m. Je paard moet werken, of lopen, of achteruit, of wat dan ook… Hij ondervindt druk, maar alleen bij jou vindt hij rust, daar valt de druk weg – of 2/ door jezelf veel interessanter te maken dan de omgeving. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar bij jou is het toch het allerfijnst, misschien wel omdat je hem met voedsel of een krabbel beloont voor de dingen die hij voor je doet. De vorige oefeningen waren allemaal gebaseerd op het meebewegen met een zekere druk, waarbij jouw prompte loslaten bij het goeie antwoord de beloning was. Nu je een klein beetje je leiderschap kunt bevestigen, is het misschien wel tijd om dat leiderschap even te testen. Namelijk door een supersterke motivator te gebruiken, één waarvoor paarden écht gaan kijken hoe stevig je in je schoenen staat: voedsel. Voedsel als beloning gebruiken (een wortelschijfje, een paar korreltjes graan, een centimeterblokje appel…) betekent dat je je in de plaats stelt van een ranghoger paard dat er een maatje bijneemt. Want zo werkt het ook in het wild: paarden kunnen individuele vriendschappen hebben, over de ‘rangorde’ heen. Dat heb je vast al wel eens gezien op de wei: een ranghoger paard dat de meeste andere paarden wegzendt, behalve één speciaal maatje, dat mag mee-eten van dezelfde hoop hooi of hetzelfde plaatsje supergras – maar wel altijd op zijn voorwaarden. Paarden durven zichzelf wel eens te vergeten als ze een wortel zien, maar dat mag niet betekenen dat ze je plots niet meer als hun leider zouden mogen gaan beschouwen. Jij bent en blijft de baas over het voedsel. Jij bepaalt of en wanneer je maatje met je mee mag eten. Omdat paarden zo graag die wortel willen hebben, willen ze er ook heel veel voor doen. Geleidelijk aan echter, doorheen de oefeningen, zul je merken dat het helemaal niet meer over die wortel gaat. Het paard wil uiteindelijk héél veel doen, waarbij dat ene wortelschijfje dat hij achteraf krijgt, nog slechts ‘symbolisch’ is – en uiteindelijk niet meer nodig. Dit effect ontstaat omdat we dat wortelschijfje niet zomaar weggeven – je paard moet er eerst iets voor doen, en dat wat hij juist doet, benadrukken we door het hardop tegen ‘m te zeggen. Dat lijkt misschien overbodig (uiteráárd kun je een paard trainen zonder elke keer hardop tegen ‘m te zeggen “dat heb je goed gedaan”) maar als je de moeite neemt om het eens uit te proberen én even door te zetten voorbij de basisoefeningen, dan zul je merken hoe belangrijk dat hardop-geluidje voor je paard is geworden. Waarom dat gebeurt, is eigenlijk heel simpel: het is héle precieze informatie voor je paard waardoor hij véél sneller weet dan daarvoor wat het precies is dat hij goed heeft gedaan. Zonder dat geluidje moet je paard eerst veel meer verschillende mogelijkheden blijven uitproberen voor het hem helemaal duidelijk wordt wat je precies van hem wilt. Dit geluidje helpt ‘m véél sneller uitsorteren waar je precies naar op zoek bent. Uiteraard, als je letterlijk zegt “dit heb je goed gedaan”, dan is dat de tijd van bijvoorbeeld 4 galopsprongen, terwijl je eigenlijk alleen maar de overgang bedoelde. Zelfs “goed zo” zijn nog twee galopsprongen, en dat terwijl we toch wel héél precies willen gaan werken. Daarom is het geluidje best zo kort mogelijk. Er zijn mensen die een clicker gebruiken, maar zelf vind ik dat nogal onhandig; je hebt vaak je twee handen nodig, zowel op de grond als in het zadel. Je stem heb je wél altijd bij je. De meeste mensen die een geluidje gebruiken, zeggen “yes” of “ex” (van “excellent”), bijvoorbeeld. Je hebt dit overigens vast al eens in werking gezien als je naar een dolfijnen- of zeeleeuwenshow ging: je hoorde een fluitje, precies op het moment dat de dolfijn helemaal bovenaan doorheen de hoepel gaat. Dat fluitje betekent dus “dat heb je goed gedaan, de oefening is gedaan, kom je beloning maar halen”. Het fluitje is dus eigenlijk een overbruggingssignaal, het overbrugt de tijd tussen de juist uitgevoerde oefening en het krijgen van de beloning; ofwel kort gezegd een bridge. Deze manier van trainen, met bridge en voedselbeloning is de enige gebruikte trainingsmethode in moderne dierentuinen en -parken, en het is de snelst groeiende trainingsmethode wereldwijd. Alle soorten dieren worden met dit systeem getraind, van wolven en beren over apen en vogels tot krabben en vissen. Daar kun je immers geen halster aandoen om ze van de ene plaats naar de andere te slepen; en een orka met een zweep gaan trainen lukt ook al niet – hij zwemt immers gewoon weg. Paarden trainen zit in wezen niet anders in elkaar dan eender welk ander dier trainen. Het enige dat bij ons verschilt, is dat we ook willen rijden, en daarom moeten we als ruiters en trainers toch leren omgaan met het gebruiken van “druk” – meer bepaald met het meebewegen met druk. “Druk” of “gevoel” dat doorheen je zit komt, je benen, je teugels. Dat neemt niet weg dat de bridge ook perfect te combineren is met déze vorm van belonen. Je kunt bridgen, en prompt loslaten, net zoals je kunt bridgen en een wortelschijfje geven of beter nog combineren: bridgen én loslaten én een wortelschijfje geven. Ook dan merk je dat het gebruik van een bridge het leerproces vele malen versnelt. Natuurlijk, je kunt het leren van je paard pas gaan versnellen door middel van de bridge door ‘m eerst die bridge aan te leren. Dat kan aan de hand van een simpel introductiespelletje, namelijk targetten: raak m’n hand aan; op dat moment zeg ik “x”, en als je dan een beleefd stapje achteruit zet krijg je van mij een wortelschijfje als beloning. Hoe je je paard de bridge precies aanleert en hoe hij beleefd voedsel van je kan aannemen staat uiteraard tot in de kleinste details beschreven in het boek (ook hoe je het opvangt als je paard je zou zeggen “ik kom het zelf wel halen, hoor, geef het maar direct”.) Succes! Inge Teblick
maart 15, 2010
Rudi & Nanny
Africhten