Grondwerk: Aandacht (deel 3)

Nu je weet hoe je druk kunt doseren – hoe je zo weinig mogelijk doet, maar zoveel als nodig – kun je gaan experimenteren met richting geven. Je paard kun je naar voor, naar achter, naar links of naar rechts sturen, afhankelijk van waar je staat. Niet alleen vanuit het zadel is dat zo, maar ook op de grond. Wat hieronder beschreven wordt is noodzakelijkerwijs heel beknopt – er zijn veel meer nuances in het werken met je paard en in een kort artikeltje kunnen alleen de grote lijnen uitgezet worden. Werk je paard nog steeds los, in vrijheid. In de vorige oefening merkte je hoe je als je naar de schouder van je paard toeloopt op een zelfbewuste manier, hij z’n schouder van je wegbeweegt. Zet je door (alsof je dwars door z’n schouder heen zou lopen) dan draait je paard zich helemaal van je weg en komt hij in beweging. Eerst vertrekt de voorhand, en de achterhand – uiteraard – volgt. Beweeg je in de richting van de achterhand, dan draait de achterhand van je weg en de voorhand naar je toe. Zet je door, dan loopt het paard verder van je weg. Als je achter je paard gaat staan zal het wat makkelijker zijn. Je hand heffen of snel op hem toelopen krijgt hem misschien al in beweging, maar het kan ook zijn dat je een touw of longeerzweep een paar meter achter hem op de grond moet slaan om hem in beweging te krijgen. Ga in geen geval hém slaan! In het boek wordt vanaf pag. 68 uitgebreid op deze oefening ingegaan, die in al je verdere grondwerk heel belangrijk zal zijn. Ik heb ‘m “de voorwaarts-cue” genoemd. De “de voorwaarts-cue” is voor het grondwerk wat de beenhulp voor het rijden is. Het moeilijkst is het om je paard achteruit te doen bewegen als je recht voor hem gaat staan. Maak je groot terwijl je in zijn richting beweegt, en het paard zal geneigd zijn om ruimte voor je te maken door achteruit te stappen. Dat is niet zo makkelijk als van de zijkant op hem toelopen, want je paard moet er soms over nadenken hoe iets wat je aan z’n voorkant doet, betekenis moet krijgen in z’n achtervoeten. Geef hem even tijd om uit te vissen hoe hij van je weg kan, en kijk of je hem een of twee stappen achteruit kunt krijgen. Het hoeft niet veel te zijn, geen tien passen en geen sneltreinvaart, daar gaat het helemaal niet om. Gooi ook geen touw in de richting van z’n hoofd, het mag heus wel met wat meer respect van jou uit. Probeer het eerst maar eens met zo weinig mogelijk druk! Lukt dit achteruit zenden nog niet goed, grijp dan niet meteen naar de grote middelen. Sla dit maar even over – wat je eerst even in de plaats kunt doen wordt beschreven in het volgende artikel. Er bestaat immers geen ‘vaste’ volgorde om de dingen te doen. Iedere combinatie is verschillend, en elke oefening verbetert de andere. Probeer in elk geval je bewegingen “aan” en “uit” te zetten. Vraag je je paard in beweging te komen, doe dat dan op een duidelijke manier waarbij je je bewust bent van je eigen lichaamshouding. Doet je paard wat je vraagt (ook al is het maar een klein beetje in de goeie richting) beloon hem dan uitgebreid door prompt en zeer duidelijk je lichaamstaal te ontspannen, en eventueel zelfs een stap achteruit te zetten. Als je door hebt waar je ongeveer moet gaan staan om je paard in een bepaalde richting te krijgen, pik dan eens een bepaalde plaats uit – een paal aan de omheining, of een letter van de rijbaan. Probeer je paard precies daar te krijgen, zonder ‘m aan te raken. Je zult merken dat je soms teveel doet (en je paard loopt verder dan je bedoeling was) en soms te weinig (je paard gaat minder ver dan je bedoeling was). Maar geleidelijk aan zul je merken hoe het in elkaar zit, dat communiceren van richting en… tempo. Want dat doet het doseren van druk: het bepaalt hoe snel of hoe traag je paard z’n voeten beweegt. Je positie zegt waar en wanneer hij stopt, je doseren zegt hoe snel of hoe traag. Al werkend raak je op elkaar afgestemd. Probeer elke pas van het paard de jouwe te maken, dat wil zeggen: élke pas die hij zet wordt door jou bepaald qua richting en tempo, net zoals bij het rijden. Als je zover bent dat elke pas van je paard de jouwe is, dan heb je de aandacht van je paard! Hij let op je, wacht op informatie van jou om de volgende stap te zetten. Het gaat er dus niet om om je paard zo snel mogelijk op die ene bepaalde plaats te hebben; het gaat erom dat je dat op een rustige, perfect gecontroleerde manier kan. Beloon je paard uitgebreid tussendoor, laat hem merken dat hij het beste paard van de wereld is, want dat is hij ook! Geef ‘m tussendoor, eerst letterlijk na elke kleine pas en daarna na steeds wat meer, rust: bij jou is het goed. Volgende keer: het gevoel dat door een touw heen kan komen bereidt je voor op wat door een teugel kan. Inge Teblick
maart 15, 2010
Rudi & Nanny
Africhten