Garnalen vissen te paard

De garnaalvisserij te paard is een zeer oude traditie, vroeger werd dit gedaan om eten te hebben. Men viste toen met muilezels en heel andere soorten netten dan de dag van vandaag. Ik zal jullie echter vertellen over hoe het nu gebeurt. Later zal ik misschien nog eens mogen schrijven over hoe het vroeger gebeurde. Ik, Dominique Vandendriessche, ben zelf een garnaalvisser te paard. Ik woon in Oostduinkerke en alleen daar wordt er te paard op garnalen gevist. Nu vraag je je misschien af: “Waarom kan dit alleen in Oostduinkerke?” Wel, in Nieuwpoort en in Sint-Idesbald en de andere badplaatsen staat het vol met golfbrekers. Die golfbrekers beletten de paarden een bepaalde afstand af te leggen door het water. In Oostduinkerke staan geen golfbrekers dus we kunnen bepaalde lengten door het water afleggen. Hoe gaat alles in zijn werk? Eerst natuurlijk de benodigdheden: een trekpaard, een kar (meestal een wipkar: kar op 1 as), manden, een strozak, een zeef, visserskleren en een net + planken. Nu denken jullie waarschijnlijk allemaal voor wat dat allemaal dient en wat het is. Vooraleer je vist moet je natuurlijk kijken wanneer het laagwater is, want als het hoog water is, kun je niets vangen en heb je het risico dat je niet meer op tijd uit de zee raakt (dat is dus GEVAARLIJK). In de vakantie houden we daar niet veel rekening mee want dan vissen we maar een halfuurtje om deze traditie voor te stellen aan de toeristen. Je kan echter in de vakantie niet veel vangen want hoe warmer het wordt, hoe verder de garnalen wegtrekken (we kunnen ons paard niet doen zwemmen met ons zwaar net hé). Men kan echter veel vangen in het voor- en najaar want dan is het kouder, als het zeer koud is valt er veel te vangen. Dan vissen we 3 uur. We moeten dan natuurlijk wel rekening houden met het laagwater. We moeten anderhalf uur voor het laagwater aan het strand zijn, en anderhalf uur later moeten we er weer uit zijn. Anders staat onze kar in het water. We vissen natuurlijk geen 3 uur aan een stuk door, we komen regelmatig uit om de vangst in onze manden doen. Nu zal ik eens uitleggen hoe het vissen zelf gaat: We nemen het einde van ons net en we sleuren dat uit onze kar, tot de planken spannen. Achteraan het net zijn touwtjes, daarmee knopen we het net toe. We hebben in onze kar ook een bol (om te zien in de zee waar het einde van ons net is). Die bol knopen we achteraan ook vast. Vervolgens nemen we de eerste plank uit onze kar en zetten die op het strand (hangt vast aan het net), daarna nemen we de ene string van de plank en doen we die vast aan het paard (zodat het niet weg kan). Daarna halen we de tweede plank van de kar af, die zetten we ook op het strand. Nu halen we het trekpaard uit de kar, en we zetten het voor ons net, ter hoogte tussen de planken. We maken beide stringen vast aan het paard en nemen vervolgens de manden en smijten die op het paard, met daarin de zeef. Dan leggen we de strozak erop (zodat we niet teveel zeer zouden hebben aan ons achterwerk!). We gaan dan met ons paard de zee in. Als we in zee zitten, moeten we onze paarden goed vasthouden en overal opletten want de zee zit vol gevaren. We komen geregeld uit zee (altijd loodrecht) om ons net vervolgens open te maken, kijken wat we hebben, de vuiligheid (krabben, palingen, kleine visjes) eruit halen (via de zeef) en de resterende garnalen in onze manden te kieperen. Dit doen we zo een paar keer en als we op het einde voor de laatste keer uitkomen bij onze kar doen we alles van het paard, leggen de planken op onze kar en dan gaan we vooruit met ons paard in de zee, zonder dat het net op de kar ligt. Dit doen we omdat het net in het water zou gaan en zou uitgekuist zou worden. Dan leggen we in zee (niet megadiep in zee) ons net op de kar, draaien onze kar en zijn naar huis. Daar koken we de garnalen en verkopen ze (of we eten ze zelf op). Tot een volgende keer! Dominique
mei 7, 2009
Rudi & Nanny
Fun