Contragalop

De contragalop is een linkergalop op de rechterhand of een rechtergalop op de linkerhand. De ‘verkeerde’ galop zou je zeggen. Het ziet er eigenlijk ook een beetje raar uit. Toch is het een nuttige oefening. Je kunt er het kruis en de lendenen van het paard sterker mee maken. Je begint met het oefenen van de contragalop als het paard de zijgangen en de directe overgangen (halt-draf, stap-galop, halt-galop, draf-halt, galop-stap, galop-halt) onder de knie heeft. Om de contragalop te leren, is het het fijnst als je een groot veld ter beschikking hebt. Rijd eerst een volte in de gewone galop en verander dan langzaam van hand op een hele grote volte. Als je deze volte te klein maakt, is de kans groot dat je paard (gedeeltelijk) overspringt in de andere galop omdat hij het gevoel heeft dat er ‘iets niet klopt’. Dus hoe geleidelijker je van hand verandert, hoe kleiner het risico. Gaat het een klein stukje goed, verander dan weer van hand naar de gewone galop en beloon je paard. Ook het rijden van een gebroken lijn is een goede oefening. Bouw de stukken contragalop langzaam op en als het goed gaat, kun je de voltes kleiner gaan maken. Contragalop is voor het paard erg vermoeiend, dus ga zeker niet te lang door. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je ook meteen in de contragalop aan kunt springen vanuit stilstand, stap of draf.
april 20, 2009
Rudi & Nanny
Rijden