Arabische volbloedpaardjes

Los Tajones: Route Val de Pinares (“Los Tajones” is de naam van het domein van Johan en Irm) Zomer, 4 ruiters (Hans, Hilde, Johan en ik), 4 rijpaarden (Dusty,Furia, Sander en Mitje), klaar voor een lange rit. Het doel was prachtig: een luxe hotel, zeer mooi en afgelegen gelegen, met zwembad en paarden op 30 km van hier. Voor ons, te paard, bereikbaar via berg, bos en dal, allemaal zandwegen of paadjes of gewoon bos en veld. We vertrokken in de ochtendkoelte en tegen dat het warmer werd droomden we het al voor ons: ginder aankomen, de mogelijkheid om onze paardjes af te spuiten, plaats zodat ze zich daarna konden droog rollen, een wei met bomen waar ze in de schaduw konden staan en een heerlijke extra portie haver. En voor ons: een duikje in het zwembad, een glaasje champagne, een heerlijke maaltijd, siësta naast het zwembad in de schaduw en tegen de koelte van de avond weer terug. Johan reed op Sander, ik op Mitje, onze Arabische volbloedpaardjes. Ze zijn zeer geschikt voor zulke ritten, want ze zijn snel en hebben veel uithoudingsvermogen. Hans reed op onze ouwe trouwe Dusty, een BWP. Hilde reed op Furia, een klein, stoer bergpaardje van hier en haar veulen Parazar mocht vrij meelopen. Hij was toen 3 maanden. Het was bij momenten een barre tocht. Steile hellingen, smalle paadjes met aan één kant rotsen en aan de andere kant de afgrond. Voor Hans, als doorgewinterde springruiter op een ervaren paard, en voor Johan, op zijn perfect afgerichte hengst, was dit allemaal niet zo’n probleem. Maar Hilde en ik moesten toch af en toe op onze tanden bijten. Gelukkig voor Hilde is Furia een rustig, traag en voorzichtig paard. Mitje daarentegen was nog maar net 3 jaar geworden en zadelmak gemaakt. Ik reed er nog maar enkele weken op en we moesten nog veel leren. Johan, onze gids, vergiste zich van vallei. We kwamen niet uit waar we moesten komen en maakten een hele hoop omzwervingen. We waren al 6 uur onderweg, hadden het warm, hadden dorst en honger. Een smal, rotsig paadje, langs één kant rotsen, langs de andere kant enkele meters lager de rivier. Van aan de andere kant van de rivier kwam een mannetje aan gelopen: “Waar gaan jullie naartoe met de paarden, dat pad loopt dood op de rotsen, je moet de rivier over.” Hij wees ons waar we het “gemakkelijkste” over de rivier konden en zo kwamen we op zijn finca terecht. Een oud huisje zonder elektriciteit of waterleiding, wel een bron. Even oude bijgebouwtjes en stallen, veel grond er rond, loslopende kippen, honden en katten. Hij en zijn vrouwtje legden ons uit dat we niet in dat hotel konden geraken, tenzij langs de rijbaan. Onmogelijk natuurlijk met een loslopend veulen. Ze boden ons al hun gastvrijheid: een schaduwrijk veldje met wat schraal gras voor onze paardjes, voor ons een steen in de schaduw van een grote boom en water uit hun bron. Toen ze hoorden dat we al zo lang onderweg waren, haalden ze boven wat ze hadden: enkele lauwe blikjes cola en bier, wat tomaten en koekjes. Maar soms smaakt lauwe cola beter dan een fris glas champagne en soms zijn droge koekjes heerlijker dan een copieuze maaltijd!
De mensjes vonden het fantastisch; bezoek van 4 paarden en hun ruiters en een lief veulen! Toen we voorstelden om een foto van hen te maken met het veulen, gingen ze zich opfrissen, hun haar kammen en hun zondagse kleren aantrekken. Deze vergrote foto heeft een ereplaats in hun huisje gekregen ! Nadat paarden en ruiters wat uitgerust waren, legden ze ons de kortste weg naar huis uit en bij valavond waren we weer op onze finca. Eén maand later hebben we onder ons getweeën dezelfde tocht gemaakt. Deze keer de juiste weg, die veel minder ver, minder moeilijk en minder spectaculair bleek te zijn. Alles was zoals we het ons hadden voorgesteld: alle accommodatie voor onze paardjes, voor ons een zwembad, champagne en een rijkelijke maaltijd. Omringd door alle luxe. Heerlijk, maar veel minder charmant. Af en toe gaan we nog wel eens in het hotel eten. We worden vriendelijk ontvangen, praten wat over ditjes en datjes en paarden, betalen onze rekening en gaan weer naar huis. Als ik, in alle vroegte, een lange wandeling maak met Mitje, passeer ik soms in de buurt van een veldje, dat door die oudjes, waar we gestrand waren bij onze eerste tocht, bewerkt wordt. Zij leggen de afstand tussen hun huisje en dit veldje af met hun ezeltje. Ik weet al van ver of ze daar aan ’t werk zijn, want hun ezeltje balkt luidkeels een “goedemorgen” naar mijn paardje, dat vrolijk terug hinnikt. De mensjes leggen hun werkgrief neer en komen al zwaaiend naar de rand van hun veld, alwaar ik hen tegemoet rijd. Mijn paardje krijgt een heel lieve knuffel en na een praatje rijd ik terug naar huis met de meest oprechte allerbeste wensen voor Johan. Irm
mei 9, 2009
Rudi & Nanny
Fun