Paardentips nummer 102

Uit het paardenleven gegrepen: Op verkenning

Dadelijk in mei wonen we precies een jaar in Overpelt (B). Vorig jaar heb ik (Rudi) door de verbouwing niet zoveel tijd gehad om de omgeving goed te verkennen. Dus ben ik nu met de fiets wat wegen gaan verkennen om deze later met de koets te kunnen rijden.

Maar goed ook, want af en toe kwam ik van die punten tegen waarvan het wel even fijn is dat je er van tevoren even over kunt nadenken en dat je ze kunt bekijken. Als je onder zadel gaat rijden is het vaak niet zo'n probleem, met de koets meestal ook niet hoor maar toch, er is wel wat meer risico aan verbonden.

Zo besloten we een keer met de koets een andere route te nemen en zonder het pad eerst te verkennen reden we een hellinkje omhoog tussen de takken door. Het pad was breed en overzichtelijk genoeg. Normaal geen probleem dus.

De helling bleek hoger te gaan dan verwacht en ook het pad werd smaller. Voor we het wisten stonden we volledig vast omgeven door takken met zowel links en rechts van ons een kleine afgrond. We konden niet meer verder. Dus dan maar een keertwending. Gelukkig ging het goed.

Jorrit, ons paard, deed gehoorzaam wat ik hem vroeg en stoorde zich niet aan de takken die over hem heen gleden en schrok niet van de diepte die hij plots voor zich zag tijdens de wending. In zo'n situatie zie je in wat het belang is van een koets die goed meedraait in zeer korte wendingen zonder hinder te hebben van de berry's. Het was even spannend, maar we hadden vertrouwen in elkaar en dat is in zo'n situatie wel belangrijk.

Toch wil ik telkens de risico's beperken en zoveel mogelijk verkenningsritjes met de fiets maken. Je kunt dan net zoals bij de auto het defensief rijden wat beter in je opnemen. Hier is prikkeldraad, bij deze sloot moet ik uitkijken, onder deze put stroomt water, hier kan ik indraaien moest er zich iets voordoen, als ik via dit pad rijd dan hoef ik niet zo dicht langs het treinspoor... en ga zo maar verder.

Ja als je al wat jaren met elkaar op pad bent dan leer je elkaar wel kennen en weet je waar je op moet letten. Vooral in het begin van een rit, als hij nog lekker fris is, is het weer even wennen aan de vrachtwagen en tractors, niet dat Jorrit dan gek doet maar wat extra ondersteuning via de stem kan hij dan wel waarderen. Zodra hij het weer gewend is kan er een hele pantserdivisie langsrijden.

Hij heeft ook zo zijn eigenaardigheden die wel belangrijk zijn om te weten voor een menner. Stel dat die pantserdivisie er nu echt aan zou komen en ons links tegemoet komt en er ligt rechts naast de weg een grote steen. Dan zou je denken, reageren zoals het moet en het paard laten zien wat eraan komt, zweep ter ondersteuning aan de rechterkant houden en zachtjes bemoedigen met de stem. In het geval van Jorrit is dit juist andersom, laten kijken naar de steen en zweep links aanleggen. Hij zou zo onder de tank springen om van de steen weg te raken! Een beetje overdreven natuurlijk. Maar een slechte ervaring bij de opleiding heeft ervoor gezorgd dat hij steeds voozichtig blijft en onzeker wordt bij een grote steen langs de weg.

Als de situatie het toelaat draai ik dan ook telkens even een paar keer om zodat hij merkt dat er niks gebeurt bij het passeren van een steen. Het is gewoon telkens een beetje wennen, vooral als de route nieuw is. Net als bij de tractor, alleen heeft hij wat meer moeite met de steen. Gek, maar goed om te weten als menner. Wij hebben tenslotte toch ook allemaal wat. Niet dan?

Nieuwe omgeving en nieuwe situaties. Dus tijdens een verkenningstocht met de fiets gaat mijn oog in het bijzonder uit naar grote stenen en betonblokken en een veilige manier om Jorrit hierop te attenderen bij het passeren.

Vooral als een situatie nieuw is kan een paard anders reageren, een paard dat thuis zo lief is, kan in de manege of een andere plaats heel anders zijn. Daarom kan het nooit kwaad je van tevoren wat voor te bereiden. De omgeving in je op te nemen en te bedenken wat je het best kunt doen in bepaalde situaties. Het geeft jezelf ook wat meer zelfvertrouwen en dit breng je dan ook over op je paard. Want een teugel of een leidsel is toch een soort telefoonlijn, dus kalm blijven en zeker zijn van jezelf is altijd het beste.

Mijmering van Mac: Het enge bos

Vandaag stond ik een beetje te soezen, komt mijn mens haastig binnenrennen.

Staat gelijk met een zadel voor m'n neus en begint me stevig te poetsen. Dan weet ik het al; we gaan naar het bos.

Maar wat ik ook weet en zij niet is dat het bos vol zit met enge dingen. Zo heb je bijvoorbeeld die enge wezens gewapend met een zaag. Soms zagen ze een tak af, dat kun je zien aan een witte plek op de boom en de tak ligt dan op de grond.

Ik schrik me dan dood, stop en probeer stiekem een beetje achteruit te lopen.

Dat levert me een venijnige por in m'n ribben op. Maar dat mens weet niet wat ik weet en dat is dat het enge wezen met die zaag ergens op me zit te loeren. Ik krijg nog een por en denk: 'OK, dan maar gas' en schiet op een holletje langs die enge boom.Krijg ik een ruk in mijn mond! 't is ook nooit goed...

Vervolgens krijg ik te maken met kleefmollen, die zitten hoog in de bomen en laten zich in je nek vallen. Dan plakt je nek en moet je naar links of rechts kijken en tuurlijk ga je dan vanzelf scheef lopen.Weer een por in mijn ribben en een tik met het zweepje. Door de schrik laat die mol zich vallen en dan kunnen we weer gewoon verder.

Op de smalle paadjes diep in het zand wonen ook nog turbo-mieren. Als je daar per ongeluk op trapt gaat de hele kudde rennen! En of je wilt of niet, je moet dan wel meerennen. Ik probeer die dingen nog kwijt te raken door ernaar te bokken en te trappen. Moet je weten wat dat stomme mens dan allemaal uithaalt. Snapt ze niet dat ik alleen maar m'n vreselijke best doe?

Tot zover de levende engerds maar je hebt ook nog de andere: staat er opeens een fiets tegen een boom, nou, daar ga ik mooi niet langs, het ding kan wel op mijn rug springen. En datzelfde geldt voor boomstammen, grote witte stenen en van alles wat je zoal tegenkomt.

Als we dan eindelijk thuis zijn krijg ik altijd wel mijn lekkere hapje want ze is gelukkig niet haatdragend, mijn mens, maar wel een beetje dom.

Groet van Mac.

PS. Jullie kunnen er ook niks aan doen, we zijn nou eenmaal van verschillende rassen, de mensen en de paarden. Als we nou maar ons best blijven doen om elkaar te snappen dan zal het best wel goed gaan.

Leen geen borstels uit van je paard

Paarden kunnen besmettelijke schimmelinfecties hebben. Een van de veel voorkomende infecties is ringworm. Het is geen ramp als blijkt dat je paard hier last van heeft maar wel noodzakelijk om snel in te grijpen en verspreiding tegen te gaan. Deze besmetting kan ook overgaan op mensen!

Het is belangrijk dat je elke huiduitslag of kaal plekje onderzoekt op ringworm.

De schimmel verspreidt zich over het huidoppervlak en rond de haren van je paard en tast de vacht en de huid aan. In het begin kunnen de haren rechtop staan met daaronder lichte zwellingen, zoals bij netelroos. Daarom wordt het ook wel eens verward met netelroos.

Ringworm veroorzaakt grijze, schilferige plekken met gebroken haren.

Je kunt het paard het best behandelen door het in zijn eigen box te houden en zeker niet in contact brengen met andere paarden.

Voorlopig kun je ook het paard beter niet poetsen, de schilfers die rondvliegen verspreiden dan een mogelijke bron van besmetting. Zorg er ook voor dat poetsgerief, dekens en zadel niet in contact komen met andere paarden.

Dus als je paard huiduitslag heeft en het begint bij jou ook te kriebelen en huidslag wordt zichtbaar dan kun je het best naar de arts. Vooral als de dierenarts je paard al onderzocht heeft en deze ringworm bleek te hebben kun je dit het best melden bij je arts.

De besmetting kan in het hout van de stallen of omheiningen tot zelfs één jaar overleven.

Om het paard te behandelen en besmetting van andere tegen te gaan is het ten eerste belangrijk om je paard te wassen met een schimmeldodend middel.

Maak de omgeving waar het paard is geweest, dus ook omheining e.d., goed schoon en ontsmet deze. Eventueel kun je strooisel verbranden om elk risico te vermijden.

Je ziet, het is dus best verstandig dat je geen spullen uitleent om gebruikt te worden voor een ander paard.

Je begrijpt nu waarschijnlijk ook waarom dat sommige handelaars/fokkers liever niet hebben dat iedereen zomaar de paarden of pony's aanraakt. Dit is nog maar één belangrijke reden...

Dus was niet alleen je handen nadat je bij de paarden bent geweest, maar ook er vòòr.

Een pluspunt als je paard een infectie van ringworm heeft opgelopen is dat het immuun kan worden en dus de kans klein is dat hij er ooit nog last van zal krijgen. Maar dat is alleen voor die ene schimmelsoort. Dus blijf voorzichtig...

Medische boeken voor je paard? klik hier

De Falabella

De Falabella, het mini-paardje

De Falabella is een zeldzaam en uniek paardenras. Je mag geen pony zeggen omdat het diertje alle kenmerken van een paard bezit maar dan in een verkleinde vorm.

Het ras is genoemd naar de familie Falabella die zich sinds het midden van de 19e eeuw met het fokken van dit paardje heeft beziggehouden. De familie Falabella had een Ranch, Recreo de Roca Ranch, in Buenos Aires in Argentinië.

De oorsprong van de Falabella gaat heel ver terug naar de tijd dat de Spanjaarden hun Andalusische paarden meebrachten op hun veroveringen van Latijns-Amerika. Na verloop van tijd werden veel paarden aan hun lot overgelaten en moesten ze zich zien te redden in de barre omgeving. Waarschijnlijk hebben de jarenlange moeilijke omstandigheden waarin de dieren leefden enkele genetische veranderingen teweeggebracht en uiteindelijk geleid tot een kleiner type paardje.

In 1845 ontdekte een Ier (Newtall) een aantal van dergelijke kleine paardjes in een kudde die door de Indianen gehouden werden. Het lukte hem om meerdere exemplaren te bemachtigen en daarmee verder te fokken. Uiteindelijk was het de heer Falabella (een schoonzoon van Newtall) die het ras verder verbeterde en verkleinde. Hij gebruikte hiertoe een aantal kleine Europese rassen, de Shetland pony en kleine Engelse volbloeden. Door middel van inteelt verkreeg men het kleine paardje.

Aan het begin van de 20e eeuw had het Falabella-paardje, dat toen al die rasnaam droeg, zijn huidige vorm. Rond 1930 begon de heer Falabella met de registratie en het verder systematiseren van het fokproces en kreeg hij de leiding van de 'Establecimientos Falabella' te Argentinië. (de ranch waar de Falabella's gefokt worden)

De Falabella is het enige zuivere Miniatuur Paardenras ter wereld. De Falabella is helaas zeldzaam te noemen; in Europa staan er slechts een klein aantal als raszuiver ingeschreven in het Stamboek. Op de ranch in Argentinië, waar de Falabella's gefokt worden, zijn er zo'n 500 dieren.

Het Stamboek registreert de raszuivere Falabella's voor Europa. Daarnaast heeft het Stamboek ten doel de fokkerij van het Falabella ras te bevorderen, waarbij gelet wordt op een gezonde constitutie en een correct, functioneel en aansprekend exterieur.

De Falabella is een uniek miniatuur-paardje maar niet ieder miniatuur-paardje is een Falabella! Om die reden hecht het Stamboek veel waarde aan de zuiverheid van het ras. Enkele jaren geleden is wetenschappelijk aangetoond dat er genetische verschillen bestaan tussen een Falabella, een Shetlander en een Mini-paard. Met behulp van een uniek Falabella-DNA profiel kan aangetoond worden of het betreffende paardje een raszuivere Falabella is! Om bij het Stamboek een Falabella te kunnen laten registreren moeten beide ouders 100 % Falabella zijn.

Exterieur
De Falabella bezit alle eigenschappen en kenmerken van zijn grotere familieleden. Het ras heeft een duidelijk paardachtige uitstraling, niet grof zoals een pony maar edel en harmonieus. De bijzondere genen die het Falabella-ras zo uniek maken worden steevast doorgegeven aan de nakomelingen. Bij deze miniatuurpaardjes vindt je wel wat vaker exterieurfoutjes. Zwakke spronggewrichten, kromme beentjes, en te grote hoofden. De beste exemplaren hebben vaak de goede kwaliteiten van één van hun voorouders, de Shetlander overgeërfd.

Karakter:
Het is een vriendelijk en intelligent dier met temperament en een prettig karakter.

De stokmaat:
De schofthoogte ligt zo tussen de 76 cm. en 83 cm. Uitschieters naar boven en beneden komen natuurlijk voor, doch nooit extreem. Toch zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen. Een van de kleinste miniaturen die ooit gefokt zijn, was de merrie Sugar Dumpling van mevrouw Smith McCoy uit Roderfield, West-Virginia. Sugar Dumpling had een stokmaat van maar 51cm en woog amper 13,6kg.

Kleuren:
Alle kleuren zijn toegestaan binnen het ras. Zwart en bruin komt het meeste voor maar ook vos, valk en bonte dieren. De Appaloosa-kleur komt slechts weinig voor bij het ras. Men noemt dit liever zwart of rood gestipt dan Appaloosa omdat de Appaloosa (American - zie Appaloosa) een op zich staand ras is.

Het gebruik
De Falabella is ondanks zijn kleine vorm een gewoon paardje dat in een kleine aanspanning gebruikt kan worden. De Falabella gaat dus goed in het tuig maar is niet geschikt om bereden te worden. Daarnaast ziet men op shows wel onderdelen als; vrij springen, circusuitvoeringen, spelletjes en de mooiste kind-paard combinatie.

De Falabella vraagt geen bijzondere behandeling, het ras kan net als elk ander (groter) paard verzorgd worden. Ze zijn daarnaast goed bestand tegen alle weersomstandigheden en stellen weinig eisen aan hun voeding. Hun vermogen zich snel aan te passen aan een nieuwe omgeving heeft hun al veel vermaardheid opgeleverd over de hele wereld. Falabella's worden over het algemeen ouder dan hun grotere soortgenoten.

 

Met dank aan Sandra Radecke

Op weg voor het goede doel: Voorbereidingen - deel 2

Anderhalf jaar geleden is het idee geboren. Een sponsorrit maken voor de Maartenshoeve in Nijmegen. Maar niet te fiets of te voet, zoals velen het doen, maar te paard. Tenslotte zijn paarden onze grootste passie en we zouden het niet anders willen doen. Maar we maakten het onszelf natuurlijk niet gemakkelijker door voor paarden te kiezen! Een fiets is toch veel praktischer. Je koopt een goede fiets, stelt 'm af, smeert 'm een beetje en als het zover is, stap je op en vertrek je. Tja, dat is met een paard toch wel anders. Voordat je überhaupt het goede paard hebt gevonden... Voor welk ras kies je bijvoorbeeld?

Er zijn redelijk wat rassen geschikt voor trektochten. Denk maar aan de Freiberger, Haflinger, Merens, Morgan Horse, Criollo, de Berber en de Anglo-Arabier. Allemaal sterke, sobere paarden die de tocht in principe kunnen maken. Maar zijn ze in Nederland te krijgen, hoe duur zijn ze, hoe groot zijn ze, wat hebben ze onderweg nodig? Allemaal vragen die beantwoord moeten worden. Sommige paardenrassen vielen al snel af omdat één van ons, Jeannette, wat aan de lange kant is. Een Merens is dan bijvoorbeeld echt te klein. En verschillende rassen bij elkaar zetten, is ook niet de oplossing, want ze hebben allemaal een ander staptempo. Eigenlijk door toeval zijn we op Norikers gestuit. We hadden er zelfs nog nooit van gehoord.

Norikers
Dit zijn sterke, sobere en vooral erg eigenwijze paarden. Het zijn Oostenrijkse paarden die ontstaan zijn uit kleine, stevige kelten-pony's die gekruist zijn met zware Romeinse paarden. Rond 16 voor Christus trokken ze de Alpen over om het Keltische koninkrijkje Noricum te veroveren, in het huidige Oostenrijk. In de middeleeuwen werd het krachtige, taaie bergras onder meer gebruikt als rijpaard voor zwaar bepantserde ridders. En dat is heel fijn voor ons, want ze moeten aardig wat bagage meeslepen!

De Norikers die met ons op reis zijn, zijn Liesa, Roos en Truska. Alledrie afkomstig van de merriemelkerij Pelgrims Park Stables in Ulicoten. Ze zijn fantastisch! Liesa is de meest eigenwijze, Roos de meest onderdanige (maar wel de nieuwsgierigste en de leergierigste) en Truska is de baas. Ze zijn erg aan elkaar gehecht, wat een hele prettige bijkomstigheid is.

Voorbereidingen
Zo kwamen we er bij de training al achter dat het voldoende is één paard vast te houden, terwijl de andere twee loslopen tijdens een pauze. Ze houden elkaar heel goed in de gaten. Ook bij het oefenen van het kluisteren had het een positief effect. Ze kijken de kunst bijna van elkaar af. En één paard kluisteren is dus al voldoende. We hebben veel met ze getraind, hoewel het weer vaak niet meezat. Veel houten bruggetjes over, vijvers ingelopen, hekken vanaf het paard opengemaakt, met ballen en plastic zakken gespeeld. Zo krijg je een paard dat niet meer overal van schrikt en vertrouwen in de berijder krijgt.

Zadels
We hebben de zadels bij Horseman Outfitter in Groessen laten maken. We wilden lichte zadels die absoluut geen schuurplekken veroorzaken. We dachten eerst aan boomloze zadels, maar die geven schijnbaar voor zo'n lange tocht toch wel weinig ondersteuning. De zadels waarvoor we hebben gekozen, hebben een flexibele boom die precies op maat zijn gemaakt. Het ligt heel mooi op onze paarden. Daar liggen weer hele dikke chabrakken onder. Voor Roos, ons pakpaard, hebben we een speciaal pakzadel laten maken. Het is een boom voor een rijzadel, met alle gespen voor een pakzadel. We kunnen het zo makkelijk omtoveren tot rijzadel met behulp van een vacht, wanneer iemand besluit met ons mee te rijden (voor 150 euro mag je namelijk drie dagen mee...).

Wel of niet beslaan?
Wat een discussies. Met ijzers slijten de hoeven niet, zonder ijzers blijft het hoefmechanisme in stand. Met ijzers lopen de paarden ontspannen over kiezels, zonder ijzers worden de gewrichten minder belast. Met ijzers moeten we op zoek naar hoefsmeden, zonder ijzers moeten we goede hoefschoenen vinden. Gaan we naar links of gaan we naar rechts? We hebben uiteindelijk voor ijzers gekozen, maar gemakkelijk was het niet. De paarden stonden namelijk nog niet op ijzers, maar liepen toch gevoelig over asfalt. Voor hoefschoenen hadden we te weinig tijd. Als deze niet goed zitten, kunnen ze ook nog aardig wat leed veroorzaken en dat kunnen we ons niet veroorloven. Nu lopen de paarden zeker over alle ondergrond, wat tijdens onze tocht toch wel prettig is.

Snap je nu wat we bedoelen: een fiets is veel praktischer... Maar we hebben nu al zoveel geleerd. Dat wisten we allemaal niet voor we hieraan begonnen!

Groetjes,

Margriet en Jeannette

Lezersverhaal: Rico

Door: Inge van der Ham - Langenboom

Beste Rudi en Nanny,

Ik lees met veel genoegen iedere keer jullie Paardentips magazine. En wens jullie veel inspiratie toe om nog vele honderden Paardentips te sturen naar ons paardenliefhebbers.

De reden dat ik jullie deze mail stuur is omdat ik onverwachts op het eind van jullie 100ste paardentips Maartenshoeve zag staan, direkt moest ik aan Rico denken. Ja, inderdaad ik ben Tante Inge. Rico was mijn allerliefste fjordje. Ik ben natuurlijk meteen op de website van Maartenshoeve gaan kijken of Rico er nog was. En jawel hoor, daar stond hij, in blakende gezondheid. Ik was hem eerlijk gezegd een beetje vergeten. Maar direkt kwamen alle fijne herinneringen aan Rico weer boven drijven.

Ik had Rico in eerste instantie gekocht als gezelschapspaardje voor mijn KWPN'er genaamd "Leuvert". Het klikte meteen tussen die twee, gezellig samen in de wei. In het begin kwamen er regelmatig nichtjes en neefjes die allemaal natuurlijk op Rico wilden rijden. Ik zette ze dan voor op het zadel, ik erachter tussen mijn armen en rijden maar, wat hadden ze een lol met Rico, alles konden ze ermee doen. boven, op, onder je kon het zo gek niet noemen, hij liet alles toe. Het was zo'n lieve scheet.

Maar jammer genoeg, na verloop van tijd bleven de kindjes weg, de nieuwigheid was eraf. En Rico miste de gezelligheid van al die kinderen. Er kwam nog wel eens een meisje rijden maar niet regelmatig genoeg om Rico gelukkig te maken. Als ik mijn paard ging poetsen om te rijden stond Rico mijn zijn snoet tussen de tralies bijna smekend of hij ook mee mocht. Helaas had ik door mijn werk niet genoeg tijd om beide paarden te rijden.

Toen hoorde ik via mijn zus Marijke dat bij Maartenshoeve een pony was overleden en dat ze op zoek waren naar een nieuwe pony. Direct dacht ik, hé, al die kinderen die zoveel liefde hebben voor de paarden (ik was al een keer met Bram wezen kijken bij Maartenshoeve), dit is de ideale plek voor mijn Rico. Hij verdiende het om alle aandacht en liefde te krijgen die kinderen hem kunnen geven.

Nadat ik samen met Marijke bij Maartenshoeve ben gaan praten was ik ervan overtuigd dat Rico bij Maartenshoeve helemaal op zijn plaats zou zijn. Iedere dag 2 x 20 minuten lekker buiten rijden, tijdens de vakanties lekker in een grote wei rollebollen en heel veel aandacht van veel kinderen. Ik was dolgelukkig toen bleek dat Rico geschikt was voor Maartenshoeve, en Maartenshoeve was dolblij met hun nieuwe aanwinst. Rico is na een maand officieel door Koning Bram overhandigd aan Maartenshoeve en ze leefde nog lang en gelukkig.

 

Lieve Rudi en Nanny, dit moest me even van het hart, ik was Rico natuurlijk niet helemaal vergeten maar door jullie Paardentips zie ik Rico in mijn dromen weer in de wei achter ons huis lopen.

 

Groetjes

Heb je een leuk lezersverhaal? mail het dan via het formulier op onze site

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine

Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!

Winkelmandje


geen producten in winkelmand


Bekijk winkelmandje

Onze Bestsellers:

Gratis site over je paard

Gratis site over je paard

Maak gratis een site via de link in de tekst!30 dagen uit te proberen zonder enige verplichting.Let op! Werkt enkel via de link in de tekst!

101 Paardentips

101 Paardentips

De beste paardentips over voeding, verzorging, gezondheid, training, voortplanting, huisvesting, weidegang, klusjes en nog veel meer. Leuk voor jezelf en erg nuttig voor je paard!