T.R.E.C.:
Niet alledaagse paardensporten
Tekst en foto door flyinghorse.nl
Wat is TREC?
Hoewel we in Nederland en België vele takken van paardensport kennen, zijn er nog altijd voor ons onbekende vormen die beoefend worden. Zo kennen wij geen Engelse 'Gymkana', geen Belgisch 'Horsebal' en geen Duits 'Wettbewerbe in Wanderreiten'. Gymkana zijn ponygames om de jeugd vertrouwd te maken met hun rijdier en speelkameraad; Horsebal is voetbal te paard, waarbij een hele grote bal wordt voortgeduwd door de paarden en Wanderreitten-Wettbewerbe omhelst de techniek van het buitenrijden in wedstrijdverband. Net als rond 1990 in Nederland de endurance een officiële tak van paardensport is geworden (toen al tientallen jaren op grote schaal beoefend in de rest van Europa), zo zijn er nu een aantal vrijwilligers die T.R.E.C. (Techniques de Randonnée Equestre de Competition, de echte naam) willen binnenhalen. Tot grote vreugde van omringende landen, die op elk EK en WK de Nederlandse naam zien schitteren door afwezigheid! Met de opzet kan dan ook gerekend worden op internationale steun.

Voor degenen die de eventing te moeilijk vinden, de endurance te langdurig, springen te saai of dressuur te partijdig, is er nu een nieuwe uitdaging. We leggen de basis onder de recreatieve vlag (zoals ook ooit de endurance is begonnen…), want een gedeelte van deze sport is al eerder beoefend bij de NRSV. Het plan is er om in Eersel (NL) een proefwedstrijd te houden (waar eens de 160 km van Enduro Eersel was) en om met onze ooster- en zuiderburen contact te houden, zodat we ons ook in het buitenland met anderen kunnen meten.
Wat houdt T.R.E.C. precies in?
De letters T.R.E.C. staan voor de Franse afkorting 'Techniques de Randonnée Equestre de Competition'. De meeste landen hanteren deze naam, omdat de sport een Franse uitvinding is. De oorsprong van deze wedstrijdsport is een bekwaamheidstest voor ruitertoeristen, waardoor ze overal paarden konden huren om trektochten te maken. Een soort van ruiterbewijs maar dan veel uitgebreider! Deelnemers dienen minimaal 16 jaar te zijn, de paarden minimaal 6 jaar.
T.R.E.C. bestaat uit drie afzonderlijke onderdelen, welke de capaciteit van ruiter en paard testen onder de omstandigheden die voor kunnen komen bij het rijden van buitenritten. Het lijkt het meest op een combinatie van endurance, trail en cross country. De hele wedstrijd moet met dezelfde basisuitrusting gereden worden (exclusief de bepakking en springbescherming).
Voor alle onderdelen tezamen worden 460 punten toegekend, (resp. 240, 60 en 160), waarbij door middel van strafpunten alle foutjes worden bestraft. Degene met de meeste punten over, wint de wedstrijd.
Het eerste onderdeel is een 'Parcours d'Orientation et de Régularité'. Dit is een oriëntatieparcours dat vanaf kaart, met vastgestelde snelheden per traject en met de nodige bepakking gereden wordt. De P.O.R. duurt tussen de 2 en 4 uur. De ruiter krijgt 20 minuten voor vertrek de kans om het parcours over te tekenen in zijn kaart. (Kaarten met schaal 1:20.000 of 25.000 worden gebruikt.) In deze tijd wordt het paard, klaar voor vertrek, geacht netjes vastgebonden te wachten. Dus vanaf het begin al is de ruiter op zich zelf aangewezen.
De totale afstand ligt tussen de 35 en 45 kilometer en is onderverdeeld in 3 tot 10 trajecten met controlepunten. Elk traject wordt met een vastgesteld tempo gereden en elke minuut meer of minder dan de optimale tijd wordt bestraft met 1 strafpunt per minuut. De snelheden variëren van 6 tot 12 km per uur. Tussen elk traject is er een pauze van 5 tot 15 minuten en de aanwezige veterinair kan een dwangpauze opleggen (1 strafpunt per minuut) bij vermoeide paarden.
Verder krijg je strafpunten voor gemiste controlepunten (50), gemiste verplichte doorgangen (30), binnen het zicht van de controles verkeerd aanrijden, al dan niet om bijvoorbeeld tijd te rekken (30), het ontbreken van verplichte bepakking (2 tot 10), het te laat vertrekken op start en elke controle (1 per minuut).
Er zijn 4 veterinaire keuringen: Een voorkeuring (liefst daags ervoor), halverwege de rit, bij de finish, en een nakeuring (liefs daags erna). Men rijdt met een veterinaire kaart, een tijdscontrolekaart en verplichte verpakking.
Het tweede onderdeel is een gangenbeheersingstest: 'Maîtrise des Allures'. Hierbij gaat het erom dat het paard zo langzaam mogelijk galoppeert en zo snel mogelijk stapt. In een baan van 150 meter lang en 2 meter breed wordt deze test afgelegd. Het buiten de baan komen of een andere gang laten zien is gelijk verlies van alle M.A. punten! Met een tijdwaarnemingsapparaat zoals we kennen bij het springen, wordt zeer nauwkeurig de tijd genoteerd. Via een tabel worden de punten uitgerekend, waarbij men voor een stap sneller dan 67 seconden, en een galop van 33,8 seconden of langzamer de volle 60 punten krijgt.
Het derde en spectaculairste onderdeel is de 'Parcours en Terrain Varié': een terreinparcours met 16 hindernissen. Voor elke goed genomen hindernis van de P.T.V. kan de ruiter 10 punten verdienen, afhankelijk van het aantal pogingen, stijl, tijd, etc. Een niet genomen hindernis levert dus geen punten op, maar men wordt niet gediskwalificeerd, hetgeen de sport dus breed toegankelijk maakt. (Dit in tegenstelling tot de eventing of springsport.) Men wordt wel verplicht tot het doen van 2 pogingen omdat er anders een oneerlijker tijdsconcurrentie ontstaat met de ruiters die de hindernis wél nemen. Men dient de hindernissen in een bepaalde gang te nemen, indien deze niet specifiek gevraagd wordt, mag gedurende de hele hindernis slechts één gang getoond worden. Dus de hindernis wordt dan of in stap, of in draf, of in galop genomen. De moeilijkheid ligt vaak in de combinatie van snelle en trage hindernissen.
Het hele parcours is tijdsgebonden, maar met een gevraagde gemiddelde snelheid van 12 km per uur is jakkeren geen must. Het parcours is tussen de 2,5 en 5 kilometer lang en kan bestaan uit de volgende hindernissen:
-
Ergens onderdoor of overheen rijden, hekken openen en sluiten.
-
Smalle doorgangen, labyrint met moeilijke wendingen door middel van palen op de grond. Aanstoten, wegrollen of er overheen stappen kost punten.
-
Helling op en/of af, onder de man of aan de hand, trappen, etc.
-
Springen over bomen, bezembakken, slootjes, op- en afsprongen.
-
Op- en/of afstijgen, halthouden, afstijgen en enkele meters van het paard aflopen zonder dat hij wegloopt.
-
Over of door water, trailer in en uit, slalom eventueel bemoeilijkt door dit heuvel op of af te doen.
Men krijgt stijlpunten voor de manier waarop de hindernis genomen wordt, hoe meer "schwung", hoe meer punten. Elke aarzeling of weigering kost punten. Dus niet alleen de hindernis overwinnen maar vooral het gemak waarmee de hindernis wordt overwonnen is belangrijk.

Op elk niveau zien we zeer uiteenlopende paardenrassen. Haflingers, warmbloeden, tinkers, friezen, fjorden, arabieren, je komt er echt alles tegen. (de wereldkampioen van 2002 droeg shirebloed in zich.) Voor elk ras zijn er voor- en nadelen. De koudbloedachtigen springen soms niet makkelijk maar zijn vaak heel rustig in de precisieonderdelen. De bloedpaarden zijn wel snel en hebben veel lef, maar zijn vaak weer ongeduldig in de trage onderdelen. Iedereen pakt zijn punten waar zijn beste onderdelen liggen en de meest allround ruiter wint. Zoals al gezegd is er jaarlijks een wereldkampioenschap.
Meer info over T.R.E.C. Kan je vinden op www.flyinghorse.nl
|