Mijn paard is onvoorspelbaar geworden na een ongeval of bepaalde slechte ervaring ...
Rudi en Nanny:
We krijgen wel eens mailtjes van mensen die door een ongeval of andere negatieve ervaring hun vertrouwen hebben verloren in het paard. Ze zijn er af gevallen of het paard is zo geschrokken dat het op beide een flinke indruk heeft achtergelaten.
- Zelfs als de ruiter het vertrouwen weer heeft gevonden, hoe zit het dan met het paard? Het blijft zenuwachtig in bepaalde situaties wat het wederzijdse vertrouwen niet echt bevorderd.
- Heeft de gedragsverandering van het paard wel te maken met het voorval?
- Waarom doet mijn paard zo?
- Is er training mogelijk?
- Hoe ga je ermee om?
Dus je paard is angstig geworden na een slechte ervaring? Zijn gedrag is helemaal anders na een ongeval?
Het leek ons goed om de vragen eens te stellen aan
Inge Teblick schrijfster van de bestseller Grondwerk met paarden.
Wij gaven Inge als voorbeeld een paard dat na een negatieve ervaring niet meer de straat op wil.
Inge vertelde me dat het wel duidelijk moet zijn dat je in een artikeltje niet zomaar elke oplossing voor een probleem kan geven. Elke situatie, paard en eigenaar heeft een bepaalde aanpak nodig. Er zijn ook zaken die je als eigenaar over het hoofd ziet, maar die wel belangrijk zijn om te weten voor de gedragsdeskundige.
Het stuk dat Inge voor je schreef zal zeker nuttig zijn...
...maar onze raad is: ga nooit zomaar aan de slag met een paard als je niet zeker weet wat je doet. Hulp zoeken bij een specialist is dan zeker een aanrader.
Hier de de raad van Inge Teblick:
Hoe moeilijk is het soms om op dergelijke vragen te antwoorden! Je kan het niet zien gebeuren, je moet dus voor de omschrijving van "het probleem" helemaal afgaan op wat de eigenaar van zo'n paard vertelt. Het is zijn perceptie. En dat is dan waarschijnlijk ook de kern van het probleem - paard en ruiter schatten dezelfde situatie helemaal anders in. Een poging om de situatie te analyseren.
Lang geleden is er iets gebeurd en voor de eigenaar was die gebeurtenis dramatisch genoeg om de daaropvolgende gedragsveranderingen van z'n paard aan toe te schrijven.
Het zal wel niet goed gedaan hebben zo'n ongeval. Ik kan me helemaal voorstellen dat het niet vanzelfsprekend is om daarna terug op je paard te kruipen en al helemaal niet om de straat weer op te gaan. En dat, denk ik, is de wérkelijke oorzaak van wat zich nu, zoveel jaar later, afspeelt. Ook al ben je ondertussen zelf de schrik al lang voorbij.
Soms wel, soms niet - het is dus "onverwacht" als het gebeurt. Maar het is niet onverwacht voor je paard. Wat het ook is, voor hem is er "iets" dat hem een flashback bezorgt; waardoor hij het gevoel heeft dat zijn leven in onmiddellijk gevaar is. Voor je paard is er dus een bepaalde samenloop van omstandigheden waarop hij consequent reageert - ook al heb jij geen idee van wat die samenloop van omstandigheden is. En je kan het hem niet vragen, dus je hoofd breken over waaróm je paard doet wat hij doet heeft geen enkele zin. Naar één van die omstandigheden kan ik alleen maar raden, maar het zou me zeker niet verwonderen als het zo was: omdat je zelf gespannen op je paard stapt (“zou het weer gebeuren?”) hou je de hele situatie zelf ook in stand. Je paard pikt die ongerustheid - hoe goed je ze ook probeert te verbergen - van je op en zegt "zie je wel, hij is ook gespannen, ik heb gelijk met me zo te gedragen." Dat heet sociale facilitatie: angst, blijheid, ontspanning zijn typische gedragingen die een ander uit de groep mee oppikt, waardoor iederéén zich angstiger/blijer/meer ontspannen enz. gaat gedragen.
Zelfs al is jouw angst ondertussen weggeëbt en is er voor je paard geen rechtstreekse reden meer om zich gespannen te gedragen, toch is het hele "op straat gaan" nu geassocieerd met stress. De ene dag kan je paard (en/of jij) er al wat beter mee om dan de andere, maar écht rustig wordt het niet meer vanbinnen. Een groot stuk van de gespannenheid is dus aangeleerd gedrag. Een echt voorbeeld van klassieke conditionering: je paard kan zijn emoties zelf niet meer onder controle houden. Zijn lichaam reageert, ook al zou ook je paard zelf willen dat het anders was.
Misschien heb je nu het gevoel dat je het helemaal niet kan voorspellen, dat het uit het niks komt, totaal onverwacht. En dus zet je je schrap, voor àls het zou gebeuren. Misschien omdat je denkt dat je hem er wel doorheen kan rijden, dat hij nu eenmaal moet luisteren omdat jij de baas bent, alsof het om een gevecht gaat dat je absoluut moet "winnen". Of omdat je zelf gespannen bent, want niemand ploegt graag een voortuin om en vallen op hard beton is geen prettig vooruitzicht. En je paard? Die denkt: "Zie je wel, hij is ook ongerust. Ik heb gelijk met me zo op te spannen, klaar voor de vlucht."
Wat ik wil weten is wat je
nu doet als je paard zo gestresst raakt. Het maakt echter niet zoveel uit; als een situatie bijvoorbeeld al vier jaar aansleept, zegt dit vanzelf eigenlijk al dat wat je nu doet, niet de juiste strategie is - integendeel, het gedrag wordt blijkbaar in stand gehouden zonder enige verbetering.
Het goede nieuws is: het ligt niet aan je paard. Hij wil zelf óók anders zijn. Hij zal graag met je meewerken, als je hem én jezelf maar de tijd gunt om het grondig anders aan te pakken.
Er is een eenvoudige denkmanier waarmee je elk probleem kan aanpakken.
1/ Wat wil je paard?
Stel je gewoon in de plaats van je paard. Hoe ziet hij de situatie? Wat wil hij liefst? Wat motiveert hém? In dit geval: niet de straat op. Lekker thuis blijven, want dat is geen stress.
2/ Wat wil jij?
Wél de straat op.
Okee, daar zit dus de oplossing. Je sluit een compromis: als hij rustig de straat opgaat, mag hij weer naar huis. Dat is in grote lijnen je trainingsplan.
Maar hoe begin je daar nu praktisch aan? Wel, het logische antwoord is: bij het begin. Maar - waar is dat, het begin?
3/ Waar gaat het nog goed?
Wat gebeurt er vóór het gebeurt? Wat gebeurt er vóór het fout gaat?
Om dat te weten moet je het hele gebeuren terugspelen in je hoofd, vanaf het moment dat je naar je paard toe gaat en wat je dan doet. Indien nodig, dan doe je het in wérkelijkheid, terwijl je heel scherp oplet. Z'n oren schieten heen en weer, hij houdt z'n adem in, z'n bewegingen zijn korter, z'n staart is wat geklemd (bang) of wordt juist wat hoger gehouden dan anders (opgewonden),...
- Op welk moment kan je zien dat het te moeilijk wordt voor je paard?
- Waar ben je dan?
- Waar blijft je paard nog rustig?
- De eerste tien meter op straat?
- Tot op het einde van de oprit?
- Of halverwege?
- Misschien krijg je 'm niet eens gedraaid richting oprit?
- Of is hij al onrustig nog vóór je opstapt?
- Stap je elders op als je de straat opgaat dan als je gewoon in je piste blijft rijden?
In elk geval: ga zo ver mogelijk terug tot dat punt waar je zeker weet dat je paard hélemaal gerust is. Het punt waarop je paard vertelt "hier heb ik moeite mee". Niet sjoemelen met dat punt: ga niet enkel maar terug tot op het punt waarop je paard al onrustig is geworden. Dan vecht je al met een bepaald adrenalinepeil en je wil juist voorkomen dat je paard in de adrenaline schiet. Adrenaline is namelijk een hormoon waarvan het peil veel trager naar beneden gaat dan het omhoog schiet. Je kan dus beter voorkomen dat het ook maar een béétje zover komt - want dan ben je al te ver. Je kan pas beginnen hertrainen waar het nog goed gaat.
4/ Train
Okee, nu je weet waar je paard rustig is, kunnen we eraan beginnen.
Stel dat je je paard wel rustig naar de oprit krijgt, maar dat hij er niet echt graag op wil. Geen probleem, dat hoeft hij ook niet. Eerst moet hij weer vertrouwen krijgen in jou als leider, want dat is hij een beetje kwijtgeraakt. Hij moet dus weten dat je hem nooit in situaties brengt die hij niet aankan; maar hij moet ook weten dat áls hij net een beetje meer durft - een héél klein beetje, iets dat hij makkelijk aankan - dat je dat apprecieert en hem niet verder pusht.
Onthoud daarbij één gouden regel: je krijgt wat je beloont. Beloon dus niet als je paard gespannen is, beloon pas als je paard zicht ontspant. In dit geval is de grootste beloning die je paard kan krijgen wég van de oprit mogen.
Vind de plaats waar je paard heel rustig is. Vraag dan één stap in de richting van de moeilijke oprit. Niet méér. Dat is niet moeilijk en als je met je hulp duidelijk aangeeft dat het ook maar om één stap gaat, dan zal je paard dat ook gewoon doen. Beloon en keer terug naar vóór de oprit. Begin opnieuw. Heeft je paard er geen probleem mee, probeer dan eens vier - vijf stappen. Is het teveel en voel je weerstand, push het dan niet. Ga gewoon terug, en vraag minder – drie stappen, of eventueel terug slechts die ene stap. Beloon! Ik weet het, mensen zullen zeggen "dan geef je toe!" - alsof het een gevecht is, alsof het om “winnen” gaat. Wat je daarentegen wél doet, is zeggen "ik heb je angst gezien, ik zal er rekening mee houden, maar ik wil wél dat je probeert." Als je paard dit dan doet, is dat voor hem een grote verandering. Beloon, stap af en laat hem terug de wei op.
De volgende dag, of in de namiddag, of een uur later - eender wanneer - begin je opnieuw. Heel geleidelijk aan werk je telkens een beetje verder. Je zal merken dat je steeds beter z'n ongerustheid kan oppikken. Hij zal merken dat hij je echt kan vertrouwen. Je gaat misschien niet véél vooruit op korte termijn; je bent op lange termijn aan het werken. Op een bepaald moment zal je merken dat je paard het begrepen heeft - hij zal zelf aanbieden verder te gaan.
Wat als je toch weer in een situatie komt waar hij écht niet verder kan? Behandel het net als toen, die eerste dag op de oprit. Ga terug naar waar hij geen probleem heeft en vraag daar een klein beetje durf. Beloon als hij hélemaal rustig is - en keer dan terug.
Zit je op een plaats waar je niet anders kàn dan er voorbij gaan, stap dan af en leid hem voorbij het moeilijke punt. Ben je er voorbij, beloon dan. Wacht tot hij terug rustig is en stap weer op.
5/ Evalueer
Als je paard terug op de wei staat, is het voor jou nog niet gedaan. Denk na over hoe het zonet ging. Het kan interessant zijn om jezelf te filmen, overigens – zet je camera op statief of haal er een slachtoffer bij dat je filmt. Kijk naar jezelf, en probeer te zien wat je deed toen je paard het goed deed, zodat je het volgende keer kan herhalen. Kijk of je de tekenen kan herkennen die jouw paard toont als hij gespannen raakt, of hoe hij eruit ziet als hij nadenkt en het dan toch doet – of niet. Denk na of de opzet beter kan, of je paard misschien verder terugmoet, of dat hij misschien meer aankan. Heb je fouten gemaakt, dan is dat niet erg, als je er maar van leert.
Fouten zijn informatie waar de gaten in je training zitten – en ervaring is de som van je fouten. Oefen opnieuw, in gedachten, in je bed of in bad ;-)
Volgende keer zal het beter gaan.
Succes!
Inge Teblick
|