Spijsvertering



Inleiding
Ik kan mij indenken dat een paardenhouder tal van vragen heeft omtrent de voeding, de stalling en de gezondheid van zijn geliefde dieren. 
Door uw kennis te vergroten en te verruimen kunnen er een groot aantal kleine maar soms lastige problemen vermeden worden. Hierin slagen geeft mij meer dan voldoening om de ingeslagen weg verder te zetten.

Basisbeginselen: mijn paard van binnenuit bekeken Een paard is van nature uit een ruwvoer-eter. Dit betekent dat het grootste deel van zijn totaal rantsoen dient te bestaan uit kwalitatieve ruwvoeders. Daarnaast dient er een evenwichtig en perfect uitgebalanceerd krachtvoeder gegeven te worden. Deze hoeveelheid is afhankelijk van de behoefte aan voedingselementen voor onderhoud, groei, arbeid en melkproductie.

Een paard heeft, meer dan welk dier ook, behoefte aan een doelmatige voeding. Deze bestaat zeer zeker niet alleen uit het onverschillig verstrekken van ruwvoeder, krachtvoeder en water. Paarden zijn éénmagige dieren die voornamelijk planten en afgeleide producten van planten eten. We kunnen het verteringsmechanisme in twee verschillende delen splitsen, naargelang de manier waarop de vertering gebeurt. De vertering in het eerste deel van het maag-darm-kanaal is gelijk aan de vertering van andere éénmagige dieren zoals bvb. een varken. De vertering in het tweede deel is te vergelijken met de vertering in de pens van een rund.
 
1.1 Het spijsverteringskanaal van een paard
 
1.1.1 Mond
Het opgenomen voedsel wordt direct goed gekauwd. De opnametijd is afhankelijk van de structuur en de consistentie (hardheid) van de verschillende voedermiddelen. Hoe meer structuur en consistentie, des te hoger de opnametijd. Als paarden veel tijd besteden aan de opname van het voeder, hebben ze weinig kans om zich te vervelen. Paarden maken altijd evenveel kauwslagen per minuut, of ze nu krachtvoer of ruwvoeder opnemen. Tijdens het kauwen wordt er speeksel vermengd met het voer. Dit speeksel wordt afgegeven door de speekselklieren en is afhankelijk van het aantal kauwbewegingen. Hoe meer een paard kauwt, des te meer speeksel er wordt vrijgegeven. Speeksel maakt het ook mogelijk dat het voedsel gemakkelijk door de slokdarm kan glijden. Daarenboven maakt speeksel het opgenomen voedsel vochtig waardoor het maagsap in het bodemgedeelte van de maag gemakkelijker in het voedsel kan dringen. Goed kauwen en traag opnemen van het voedsel is dus enorm belangrijk voor de verdere vertering in de maag. Bovendien is het kauwen bij een paard een tijdrovend proces dat in alle rust moet kunnen gebeuren.
 
1.1.2 Maag
Hier wordt de voedselbrij vermengd met het maagsap. De maag van een paard is relatief klein. Voor een paard van 500 kg is dit ongeveer 18 liter. Daarenboven is deze in normale omstandigheden niet meer dan voor tweederde gevuld. Daarom is het aangewezen om het rantsoen over minstens twee voederbeurten te verdelen, om de maag niet te overbelasten.
 
Men onderscheidt twee gedeeltes in de maag van een paard:
 
a. Het slokdarmgedeelte
Hier wordt een begin gemaakt van afbraak van het zetmeel door middel van enzymen en bacteriën. Hierbij ontstaat in de eerste plaats melkzuur en kleine hoeveelheden vluchtige vetzuren, waardoor de voedselmassa zuurder wordt. Bij deze afbraak ontstaan gassen.
 
b. Het bodemgedeelte
Hier gebeurt de afbraak van het voedseleiwit door middel van het eiwitsplitsende enzyme pepsine. Daarnaast bevat het maagsap grote hoeveelheden zoutzuur, die op hun beurt instaan voor het afdoden van de onder punt a gevormde bacteriën. Deze relatief kleine maag is het zwakke punt in het verteringssysteem van een paard. Stel dat er tijdens de maaltijd teveel voer wordt opgenomen, dan zal de passagesnelheid in de maag te groot zijn, waardoor het zoutzuur de kans niet krijgt om alle aanwezige bacteriën te doden en er gassen in de dunne darm aanwezig blijven. Hierdoor stijgt de kans op gaskoliek.
 
Mijn paard van binnenuit bekeken
 
1.1.3 Dunne darm
Hier gebeurt de vertering hoofdzakelijk enzymatisch, waardoor:
 
  • een groot gedeelte van het eiwit afgebroken wordt tot de kleinste vorm van het eiwit, nl. aminozuren.
  • onder invloed van de gal de aanwezige vetten worden geëmulgeerd en verder gesplitst door het vetsplitsende enzyme lipase.
  • de overige koolhydraten (zetmeel en suikers) onder invloed van het zetmeelsplitsende enzyme amylase worden afgebroken tot enkelvoudige suikers.
De dunne darm kan gesplitst worden in drie delen: de twaalfvingerige darm, de kronkeldarm en de heupdarm. In totaal is de dunne darm 16 tot 24 meter lang en heeft een bijzonder grote wandoppervlakte, waardoor het verteerde voedsel gemakkelijk opgenomen wordt in het bloed.
 
1.1.4 Blinde en dikke
darm Hier vindt, onder invloed van micro-organismen (bacteriën of zgn. darmflora), de afbraak van de ruwe celstof plaats. De nog niet volledig verteerde eiwitten en de aanwezige lichaamseigen eiwitten worden verder gesplitst tot aminozuren. Na de vertering ontstaan een aantal vluchtige vetzuren (azijnzuur, propionzuur, boterzuur) en heel veel gassen.
 
1.1.5 Endeldarm
In dit laatste gedeelte van de vertering vindt de resorptie van water, zouten en andere voedingstoffen plaats en worden de zogenoemde mestballen gevormd. Normale mestballen bevatten ongeveer 77% water. Onvoldoende gebalde mest wijst op een te snelle passagesnelheid of een gebrek aan structuur.
 
Lengte en inhoud van de verschillende delen van het maag-darm-kanaal voor een paard van ongeveer 500 kg.
 
Slokdarm
Maag
Dunne darm
Blinde darm
Dikke darm
Endeldarm
Lengte (METER)
1.5
 
16-24
1
6-8
0.4
Inhoud (liter)
23
18
64
34
96
15
Verblijfsduur
15 sec.
3-9 uur
5-6 uur
15-20 uur
18-24 uur
1-2uur

 
Ben Mijten, specialist in paardenvoeding

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & webwinkel by WHITE