Paarden en hun karakter
Elk paard heeft een eigen karakter. Het is belangrijk het karakter van jouw paard te leren kennen. Als je het karakter van je paard goed kent, weet je hoe hij in bepaalde situaties zal reageren. Daar kun je dan rekening mee houden in de omgang met je paard.
Grofweg kun je de karakters indelen in vijf types:
1. het zenuwachtige paard
2. het brutale paard
3. het ‘rustig aan’-paard
4. het wantrouwend paard
5. het wakkere paard .
Een zenuwachtig paard is druk en beweeglijk en vaak komt dat omdat hij eigenlijk bang is. Deze paarden raken makkelijk in paniek en kunnen dan oncontroleerbaar worden. Het is belangrijk dat deze paarden een goede band met de ruiter hebben. Je moet heel rustig en ontspannen kunnen rijden en veel geduld hebben.
- Werk in de training aan ontspanning.
- Beloon het paard als hij het goed doet.
- Maak de stapjes in de training klein.
- Geef het paard zoveel mogelijk vertrouwen.
- Gun het paard de tijd en ben tevreden met elk stapje vooruit, hoe
klein ook.
- Heb vooral veel geduld in een vreemde omgeving en beloon als hij
zich ontspant.
- Leg de lat niet te hoog als je voor het eerst op wedstrijd gaat.
Waarschijnlijk zal het een tijdje duren voordat je paard hier wat aan
went.
Brutale paarden zijn veel met zichzelf bezig. Ze zijn niet bang en gaan altijd op onderzoek uit. Ze zijn snel afgeleid en proberen alles om zich heen in de gaten te houden. Het is belangrijk deze paarden te leren dat ze altijd gehoorzaam moeten zijn. Je moet dus altijd bezig zijn om de concentratie van het paard op jou te richten. Een brutaal karakter hoeft niet altijd nadelig te zijn. Als je zo’n paard voor je kunt winnen en hij wil voor je werken dan heeft hij vaak extra uitstraling.
- Doe al vroeg gehoorzaamheidsoefeningen zoals voetje geven of om gaan staan in de stal.
- Ga consequent met deze paarden om.
- Houdt de training afwisselend anders verliezen ze hun concentratie.
Een wantrouwend paard is bang en zal niet snel initiatief nemen. In het contact met mensen is hij terughoudend. Deze paarden moeten erg wennen aan nieuwe dingen. Een wantrouwend paard moet vertrouwen in je krijgen. Als je hem straft wordt hij vaak nog banger. De oplossing bij dit soort paarden ligt in gehoorzaamheid. Als hij luistert naar de ruiter en hem vertrouwt, zal hij minder paniekerig reageren als hij ergens van schrikt.
- Oefen veel op ontspanning en gehoorzaamheid.
- Als het paard schrikt, laat je hem stappen tot hij zich weer ontspant.
Beloon hem en ga weer verder. Laat het paard nooit wegrennen.
- Straffen heeft geen zin. Het paard snapt er niks van en zal alleen maar
banger worden.
- Als het paard bang is van een voorwerp laat hem er dan langzaam aan
wennen. Bekijk het eerst vanaf een afstandje en ga langzaam dichterbij.
Beloon het paard als hij ontspannen blijft.
- Probeer altijd om zelf rustig te blijven. Als jij iets ziet en je bent bang dat
je paard daar van gaat schrikken dan zal dat waarschijnlijk ook gebeuren.
Je brengt die onzekerheid over op je paard
Het is belangrijk het karakter van je paard te leren kennen, omdat elk karakter een andere aanpak nodig heeft. Bij een brutaal paard kun je bijvoorbeeld best wel eens ‘boos’ uit de hoek komen, maar als je dat bij een bang paard doet, wordt hij alleen maar banger. In Paardentips nummer 5 bespreken we het laatste karaktertype, namelijk het wakkere paard.
Het‘rustig aan’-paard. Voor dit type paard hoeft het allemaal niet zo nodig. Hij heeft weinig werklust en doet het rustig aan.
- Houd het werk afwisselend en doe dus niet te lang dezelfde oefening
achter elkaar.
- Gebruik eens balkjes of cavaletti.
- Maak regelmatig een buitenrit. Ook tijdens een buitenrit kun je
dressuuroefeningen doen.
- Houdt het paard goed aan het been. Zorg dat het op een kleine hulp
reageert.
- Zorg dat je zeker weet dat het paard geen gezondheidsproblemen heeft
Na het zenuwachtige, het brutale, het bange en het ‘rustig aan’-paard, bespreken we in het laatste deel van deze serie het wakkere paard.
Het wakkere paard is overijverig, looplustig, gevoelig en nerveus. Vaak zijn dit hoog in het bloed staande paarden. Het is belangrijk dat de ruiter werkt aan rust. Het paard moet leren om te wachten op de hulpen. Deze paarden hebben vaak de neiging op de voorhand te lopen.
- Laat het paard niet in zijn eigen tempo rondcrossen.
- Zorg dat je toch je kuiten aan het paard houdt. Ook al loopt hij vanzelf.
Later zal hij toch moeten luisteren naar de kuitdruk, bijvoorbeeld bij de
zijgangen.
- Maak veel tempowisselingen om de achterhand eronder te houden.
- Begin pas aan galop als de stap en de draf regelmatig en rustig gaan.
Succes!
Groetjes
Rudi en Nanny van den Dijck
Paardentips Magazine
|