Omgaan met veulens
Veulens die rennen en spelen in de wei of lekker liggen te slapen in het zonnetje. Het is prachtig om te zien, maar …… kleine veulentjes worden groot. Daarom is het belangrijk dat we (hoe jong ook) beginnen met de opvoeding. Nu kunnen we namelijk al de basis leggen voor het verdere leven van het veulen.
Het gedrag van een veulen bestaat nog hoofdzakelijk uit instincten en reflexen. Daarom bijvoorbeeld slaat een veulen met zijn achterbenen in het begin als je het aanraakt. Dit is puur een reflex en daarom mag je het veulen hier niet voor straffen. Straffen kun je sowieso beter niet doen, omdat het veulen nog niet begrijpt wat goed en fout is. Beter is het om het veulen te belonen voor alles wat hij goed doet en de dingen die hij fout doet, negeer je zo veel mogelijk. Praat ook veel tegen het veulen. Natuurlijk hoef je ook niet alles te pikken. Veel veulens willen graag knabbelen en bijten. Duw het dan vriendelijk maar duidelijk weg en zeg op een strenge manier: ‘nee’!
Enkele tips voor het omgaan met veulens:
- Een veulen kan zich nog niet zo lang concentreren, werk daarom nooit
langer dan 15 minuten. Twee keer per dag 10 minuten is beter dan een
keer 20 minuten.
- Zorg voor een rustige, kleine omgeving. Als het veulen schrikt en
wegrent, mag het niet te ver weg kunnen
- Bind de merrie vast als je met het veulen bezig bent.
Het eerste levensjaar moet een veulen leren:
- een halster te dragen
- zich vast te laten zetten
- zich te laten geleiden
- zijn benen op te laten tillen.
Als dit goed gebeurt, zal het veulen (en jijzelf) daar zijn hele verdere leven voordeel mee hebben.
In dit deel zullen we verder ingaan op het leren dragen van een halster.
Stap 1: Aanraken
Voor een veulen is het niet zo vanzelfsprekend om een halster aan te krijgen. Ze vinden al dat gedoe aan hun hoofd maar eng. Daarom moet je het langzaam opbouwen. Leer het veulen eerst dat je hem aan kunt raken aan zijn hoofd en zijn oren. Als dit goed gaat, neem je een dik, zacht, katoenen koord. Laat het veulen uitgebreid snuffelen aan het koord en aai hem ermee. Je mag pas een stapje verder als het veulen niet bang meer is.
Stap 2: Lus om de hals
Leg dan een lus in het koord en leg hem om de hals van het veulen. Maak nog geen knoop want het moet meteen weer los kunnen als het veulen bang wordt. Ga ondertussen verder met aaien en beloon het veulen als het rustig blijft. Schuif het touw langzaam naar voren en leg het in de nek. Als dit allemaal goed gaat, bind je het koord losjes om de nek. Doe dit wel met een knoop die je weer snel los kan maken.
Stap 3: Druk in de nek
Nu moet het veulen wennen aan de druk in zijn nek. Dit is heel belangrijk, ook straks voor het aanbinden. Het veulen moet leren dat hij bij druk geen tegendruk moet geven, maar zijn hoofd juist omlaag moet brengen bij druk in de nek. Masseer daarom zijn nek en beloon hem als hij de nek laat zakken. Aai ook het voorhoofd en de oren.
Stap 4: Touwhalster
Nu kun je een tweede lus maken om de neus. Nu heeft het veulen al een touwhalster aan. Oefenen verschillende dagen in het aan- en afdoen van dit touwhalster.
Stap 5: Veulenhalster
Als dit allemaal lukt, is het geen probleem meer om het veulen een halster aan te doen. Beloon het veulen uitgebreid en doe daarna het halster weer af. Het is het beste dat je het halster alleen omdoet als je met het veulen werkt. Daarna moet het weer af omdat het halster een risico inhoudt. Het veulen kan ergens achter blijven hangen en zich zo ernstig verwonden
Vastzetten
Een methode die geregeld gebruikt wordt, is het veulen vastzetten met een sterk halster en touw wat niet kapot getrokken kan worden. Vervolgens gaat men een eindje verderop staan om te kijken wat er gebeurt. Vaak raakt het veulen in paniek en gaat uit alle macht aan het touw hangen om zichzelf los te trekken. Hierbij kan het vallen, zich stoten, zich snijden aan het halster enz. Uiteindelijk geeft het de strijd op en blijft het veulen staan. Je kunt je wel voorstellen dat dit een traumatische ervaring is voor een veulen. Misschien wel zo erg dat het de rest van zijn leven bang blijft om aangebonden te staan.
Veel vriendelijker is de volgende manier. Je veulen is al gewend aan het halster. Maak aan het halster een halstertouw. Doe dit halstertouw door een aanbindring of om een balk maar bindt het niet vast. Het uiteinde van het touw houd je in je hand. In je andere hand houd je een rijzweep. Als het veulen achteruit gaat en het touw straktrekt, geef je hem een tikje (achter op zijn bovenbenen) met de zweep zodat het weer naar voren stapt. Als je dit een paar keer gedaan hebt, begint je veulen te begrijpen dat het beter kan blijven staan.
De volgende stap is om het veulen vast te zetten met een veiligheidsknoop die je snel los kan trekken als het nodig is. Blijf er (met de zweep) voor zorgen dat het niet naar achter stapt. Als je dit elke dag oefent, zal je veulen al snel keurig aangeboden blijven staan. Bedenk wel dat een veulen zich nog niet lang kan concentreren. Een kwartiertje oefenen is lang genoeg. Laat een veulen ook nooit lang aangebonden staan
Geleiden
Om veulens te leren om netjes met je mee te lopen, moet je gebruik maken van de natuurlijke reflexen.
Misschien ben je er al achter gekomen dat trekken NIET werkt. Dat komt omdat het veulen druk in de nek voelt als je aan het halster trekt. Als reactie op deze druk geeft het veulen tegendruk en trekt dus terug.
Een veulen beweegt automatisch vooruit als je vlak boven de spronggewrichten tegen de achterbenen duwt of zo’n 20 centimeter onder de staart. Kijk hier in het begin wel mee uit want het veulen kan ook instinctief uitslaan. Word hier niet boos om want het is in dit stadium niet kwaad bedoeld.
In deel 1 van deze serie heeft het veulen al geleerd een halster te dragen. We doen daar nu een halstertouw aan. Dat houden we vast, maar verder doen we er niks mee. We hebben nog een lang, zacht touw nodig en dat leggen we om de achterhand net boven de spronggewrichten of onder de staart.
Bij een jong veulen oefen je dit met de merrie erbij. Laat iemand voorop lopen met de merrie en loop zelf met het veulen achter haar aan.
Als het veulen moet gaan stappen, geef je een beetje druk met het koord achter zijn benen. Tegelijkertijd geef je een kort commando bijvoorbeeld ‘stap’ of ‘vooruit’. Beloon het veulen met je stem als het een stapje zet. Om te stoppen trek je zachtjes aan het halstertouw, je laat het touw achter zijn benen wat losser en je zegt rustig ‘hoooo’. Ook nu weer belonen met je stem als je veulen stopt.
Na een aantal keren oefenen, zal het veulen al op jouw commando gaan stappen en stilstaan. Het koord achter de benen is dan niet meer nodig. In plaats van het koord neem je een zweep. Als het nodig is, kun je dan met de zweep wat druk geven (niet slaan dus) boven de spronggewrichten of onder de staart.
Vergeet niet dat een veulen zich maar kort kan concentreren. Een kwartiertje achter elkaar oefenen is meer dan genoeg. In de volgende Paardentips leren we het veulen zijn benen op te laten pakken
Voetje geven
We hebben ons veulen geleerd een halster te dragen, aangebonden te staan en met ons mee te lopen. In dit laatste deel leren we ons veulen om een voetje te geven.
Je kunt hier het best zo vroeg mogelijk mee beginnen. Het is niet nodig om het veulen eerst aangebonden te leren staan.
Over het algemeen kun je het veulenbeen makkelijk optillen. Ga bij het veulen staan, aai het een beetje en praat tegen hem. Raak de benen aan en til dan even het voetje op. Je kunt hier al een commando bijgeven, bijvoorbeeld ‘voet’. Til het been een paar seconden op en zeker niet te hoog. Dit is voldoende. Als het goed gaat, beloon je het veulen uitgebreid.
In het begin is het normaal dat een veulen wegloopt als je de achterhoeven wil pakken. Hij denkt dan dat hij moet gaan lopen. Word dus niet boos, maar probeer het rustig nog een keer.
Pas op dat je de voorhoeven niet te hoog optilt, je loopt dan namelijk het risico dat je veulen gaat steigeren. De achterbenen moet je in het begin alleen maar optillen, maar nog niet naar achteren trekken zoals bij het uitkrabben van de hoeven.
Als je veulen al aangebonden kan staan, moet je de eerste keer even hulp vragen. Sommige veulens hebben de neiging om in het halster te gaan hangen
|