Een eerste aandachtspunt is zich bewust zijn dat elk contact met je dier (zelfs als het je niet kan zien maar enkel horen of ruiken!) een leermoment voor het paard of de olifant is. Mahouts en paardenmensen hebben nogal eens de neiging andere eisen te stellen tijdens trainingssessies dan daarbuiten. Dit zal een negatief effect hebben op je training en verwarring bij het dier veroorzaken: waarom gelden er de ene keer andere regels dan de andere? Het bewust gebruik maken van deze momenten buiten de formele training kan je training versnellen en je relatie met je dier verbeteren. Zo vroeg ik de mahouts hun olifant een aantal simpele oefeningen te laten doen bij het voederen (en het voedsel als beloning te gebruiken) in plaats van het voedsel zomaar neer te gooien en er dan passief bij te zitten wachten terwijl ze het opeten. Sommige dagen is dit de enige training waarvoor de mahouts tijd hebben. Voor de dieren maakt dat geen verschil en is het training zonder meer.
Daarnaast moet men ook steeds zeer doordacht een training gradueel opbouwen. Een nieuwe oefening moet je altijd herleiden tot kleine stapjes. Die stapjes moeten een stap vooruit zijn voor het dier maar niet zo moeilijk dat het stress ondervindt. We leren onze kinderen toch ook lezen door eerst letter voor letter het alfabet te leren, dan korte woordjes en dan pas zinnen. Toch kunnen ze na een tijd hele teksten lezen. Zo moeten we ook met onze dieren doen en dat telkens opnieuw als we iets nieuws aanleren. Als je bij een tussenstap in de problemen raakt, moet je een stap terug gaan en de volgende stap kleiner en makkelijker maken. Een stap terugzetten is helemaal geen nederlaag, het is voor mij een teken van maturiteit, kennis van zaken en aandacht voor je dier. We hebben het enkele keren bij onze olifanten toegepast met veel succes.

Cruciaal hierbij is altijd consequent zijn, zowel in de manier waarop je je hulpen geeft als de timing van de beloning (door druk weg te nemen of een stukje wortel te geven bv.). Een hulp moet altijd op precies dezelfde manier gegeven worden om duidelijk voor het dier te zijn. Bij beenhulpen moet je been op dezelfde positie liggen en op dezelfde manier gebruikt worden, bij stemhulpen moet je exact hetzelfde woord gebruiken en op dezelfde manier uitspreken. Je kan meerdere hulpen voor eenzelfde oefening aanleren, maar dan moet je je hiervan bewust zijn en ze elk apart aanleren. Ook de reactie van de trainer (of ruiter) op de respons van olifant of paard moet doordacht en consequent zijn. Dit is immers de manier waarop we ons dier laten weten of hij het goed gedaan heeft en wat wij nu eigenlijk met onze vraag bedoelden. Dit betekent niet voor altijd hetzelfde blijven doen. Naar gelang het paard bijleert, leg je de lat voor een beloning geleidelijk hoger. Maar andersom, als je bv. een jong paard de eerste keer meeneemt naar een vreemde omgeving, ben je minder veeleisend en beloon je al op een lager niveau dan thuis. Persoonlijk vind ik het ook heel belangrijk deze
systematische training al heel vroeg te beginnen. Je kan een veulen al heel wat basisoefeningen bijbrengen die je latere training veiliger en efficiënter zullen maken.
Tenslotte moet je al die trainingstechnieken altijd kaderen binnen de mogelijkheden en vaardigheden van het dier waar je mee werkt. Dit verschilt per diersoort, maar je moet ook rekening houden met het individu waarmee je werkt. Ik heb het dan over wat een dier kan waarnemen (zintuigen verschillen sterk per soort), welk redeneervermogen het heeft (dieren kunnen niet abstract en theoretisch denken zoals wij) en wat het natuurlijk gedrag van het dier is. Zo werd een jonge olifant in Nepal door zijn mahouts gestraft omdat hij volgens hen weerbarstig en agressief was. Voor mij was hij duidelijk angstig en zenuwachtig door voor hem
onbegrijpelijke straffen. Eens de mahouts hun gedrag aanpasten en de nadruk legden op belonen voor goed gedrag (heel klein in het begin), werd hun relatie heel anders en gehoorzaamde de olifant als maar beter.
Het mooie aan werken met dieren is dat je altijd blijft bijleren en dat het nooit routine wordt. Elke mens is anders, elk dier is anders en elke dag brengt andere ervaringen. Meer moet dat toch niet zijn.