Hoe leert een paard?
Om een echt paardenmens te zijn, moet men allerlei facetten van paarden kennen, ondermeer rond gezondheid, voeding en materiaal. Fundamenteel in de omgang met paarden is ook een begrip van de manier waarop een paard nieuwe dingen leert en hoe je daar kan op inspelen.
Leertheorie
De leertheorie verzamelt de wetenschappelijke verklaring van leermechanismen bij mens en dier. Uiteraard moet je in de praktijk altijd rekening houden met de specifieke eigenschappen van de soort waarmee je werkt (het paard dus, maar voor lesgevers ook de mens), de omstandigheden en het karakter en de voorgeschiedenis van het individu. Iedereen die met paarden bezig is, heeft er baat bij de redeneringen achter de leertheorie te kennen. Het vormt een denkkader waarbinnen je in elke situatie je opties kan afwegen en beoordelen.
Als je steeds voor ogen houdt dat een normaal paard spontaan reageert op de situatie zonder achterliggende, slechte bedoelingen (daar is het immers niet toe in staat!), kan je makkelijker elke interactie opvatten als een leermoment. Een relatie met een paard is immers het resultaat van alle voorafgaande interacties tussen jou en dat paard. Elke keer als jouw paard je ziet of je er iets mee doet (zelfs voederen of de stal uitmesten), telt voor het paard.
Het geeft je tegelijk ontelbare mogelijkheden om aan de verstandhouding met je paard te werken zonder dat het je extra tijd of moeite kost. Een simpel voorbeeld: als je bij het uitmesten elke keer opzij gaat als je paard dichter komt, zal zich dit ook laten voelen als je hem aan het halster uit zijn stal haalt en dat heb je hem zelf zo geleerd. Dit klinkt misschien allemaal nogal ingewikkeld en ver-van-mijn-bed. Maar het kan een enorm verschil maken. Bovendien mogen we niet vergeten dat niemand van ons geboren is met paardenkennis. Onze huidige gewoonten hebben we ook moeten leren, dus kunnen we ook enkele aanpassingen leren maken. Het is ook één van die dingen die op papier zoveel complexer lijken dan in de praktijk.
Gewenning
Het paard leert via verschillende mechanismen die mekaar beïnvloeden, maar om praktische redenen in vakjes gestopt worden. Een paard leert ondermeer door gewenning dat iets nieuws onschuldig is en geen schrikreactie hoeft uit te lokken. De eerste aanrakingen van een mens, het opleggen van een zadel, een ruiter op de rug en vele andere zaken zijn voor een paard ongekend. Als vluchtdier is zijn eerste reactie om weg te gaan (of rennen) van iets onwennigs. Altijd maar vluchten van onschuldige dingen zou echter voor een wild paard inefficiënt zijn, omdat het dan te veel energie zou verspillen en te weinig tijd zou overhouden om te eten.
Gelukkig voor ons hebben paarden de capaciteit om minder tot zelfs ongevoelig te worden voor nieuwe prikkels, eens ze uit ervaring geleerd hebben dat ze geen kwaad kunnen. Zonder dit vermogen zouden we waarschijnlijk nooit paarden hebben kunnen domesticeren, laat staan berijden.
Je kan gewenning grosso modo op 2 manieren aanpakken.
Gewenning door 'flooding'
Ten eerste kan je het paard ineens met de eindsituatie confronteren en het daardoor overstelpen met de maximale prikkel (‘flooding’ in vaktermen, Engels voor overstroming). Daarbij krijg je bijna altijd angstreacties van het paard en wacht je gewoon af totdat het vanzelf kalmeert. Dit kan in sommige gevallen heel goed en snel werken, maar het risico bestaat dat je paard echt in paniek raakt en zich kwetst of voor heel lange tijd grote schrik heeft voor die prikkel.
Een voorbeeld is gewenning aan het zadel door de eerste keer onmiddellijk het zadel op de rug van het paard te leggen, aan te singelen en dan te wachten totdat het zich niet meer stoort aan het zadel.
Geleidelijke gewenning
Daarnaast is er de geleidelijke aanpak. Hierbij bouw je de prikkel geleidelijk op en ga je pas een stap verder als de vorige volledig aanvaard is zodat er liefst helemaal geen echte angst aan te pas komt, hoogstens wat onrust. Hetzelfde voorbeeld zou hier betekenen dat je eerst het paard gewoon maakt aan het zicht en de geur van een zadel, eens dit bekomen, leg je het zacht op zijn rug en neem het er snel terug af en zo verder.
Cruciaal is wel dat je in dit geval het zadel pas terug afneemt als het paard even wat rustiger doet of voor het opgewonden raakt als het aanvankelijk niet reageert. Als je het zadel zou wegnemen telkens het paard onrustig wordt, beloon je het immers voor zijn onrust en versterk je die onrust. Als je het enkel wegneemt bij rust, leert het paard dat het zadel op zich geen bedreiging is en dat het pas weggaat als hij rustig wordt.
Habituatie of desensibilisatie
Gewenning word ook habituatie of desensibilisatie genoemd. Dit wijst er op dat er ook sensibilisatie bestaat. Dat is het gevoeliger maken van het paard voor een prikkel. Het beste voorbeeld is het gedrag rond voedertijd. In het begin reageert een paard gewoon op het geluid van de persoon die het eten klaarmaakt. Eens hij de routine beter kent, reageert het paard veel heviger op de minste indicatie dat het eten eraan komt. Hij is dan veel gevoeliger geworden voor minieme prikkels die vroeger niet veel betekenden. Dit zijn nog vrij simpele manieren van leren.
In de volgende delen wil ik verder ingaan op de rest van de leertheorie. Dat omhelst nog 2 grote systemen van leren die een belangrijke rol spelen in paardrijden.
Door Marc Pierard voor Paardentips.com
|