Grondwerk

Aandacht
Wat zou het allerbelangrijkste zijn dat je nodig hebt als je iets wilt doen met je paard? Zou het een goed zadel zijn? Een onafhankelijke zit? De baas zijn?
Volgens mij is het nog veel meer basic dan dat: aandacht.

Wat nou, zeg je, ik héb de aandacht van mijn paard, hoor! Ja, dat wil ik best wel geloven. Thuis, of op je manege, in de vertrouwde omgeving zal dat geen probleem zijn. Maar als je buitenkomt, wordt het al snel anders. Van de koeien aan de overkant (laat staan ezels of varkens!) of de hengst in die ene wei, over de rode brievenbus en de Europese vlag aan het schooltje tot de overload aan indrukken op het wedstrijdterrein... ze concurreren allemaal met jou. Waar is de focus van je paard dán?

Zelfs 'nageven' en 'voorwaarts' zijn vormen van aandacht van je paard voor jou. Nageven betekent "hier ben ik, zeg het maar" en is eerder een mentaal dan een fysiek gebeuren; voorwaarts en aan de hulpen zijn betekent "ik geef me helemaal en onvoorwaardelijk aan je over". Het beste is natuurlijk als je in de eerste plaats de aandacht van je paard nooit verliest maar je kunt er maar beter op voorbereid zijn dat je een doodgewoon mens bent, en dat het je dus wel degelijk wel eens zal overkomen. Daarom is het altijd geruststellend als je een paar technieken kent waarmee je de aandacht van je paard terug bij jezelf kunt krijgen. En je kunt daar gerust vanaf de grond mee beginnen: niet alleen zijn de principes precies dezelfde, bovendien kun je je paard en zijn reacties beter leren kennen omdat je naast hem bent, niet erop.

Aandacht kun je alleen maar krijgen als je interessant genoeg bent voor je paard. Je zou het kunnen afdwingen, natuurlijk - met zweep of sporen of als je naast hem staat door hard aan het bit in zijn mond te rukken. Maar zo'n 'terreurbewind' zorgt er dan misschien wel voor dat het paard z'n aandacht op je moet richten maar daarom nog niet dat hij bij je wil blijven; ook jij werkt niet zo graag voor iemand die de chef uithangt, ook jij wordt liever op een positieve manier gemotiveerd, zodat je je werk met plezier doet en niet elk excuus aangrijpt om eronderuit te muizen.
Die aandacht van je paard moet je dus verdienen. Hoe zeg je je paard: "bij mij is het goed, bij mij vind je 'comfort' "?

Dat kan op twee manieren:
1) door de (concurrerende) omgeving vervelend te maken. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar daarbuiten is het oncomfortabel voor 'm. Je paard moet werken, of lopen, of achteruit, of wat dan ook... Hij ondervindt druk, maar alleen bij jou vindt hij rust, daar valt de druk weg - of

2) door jezelf veel interessanter te maken dan de omgeving. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar bij jou is het toch het aller-fijnst, misschien wel omdat je hem met voedsel of een krabbel beloont voor de dingen die hij voor je doet. Dat is het algemene principe. Het slimst is het natuurlijk als je beide manieren combineert, tenzij je een goed reden hebt om exclusief voor de ene, dan wel de andere manier te kiezen.
 
Nu bekijken we even in het kort hoe je een paard door middel van lichaamstaal en je eigen, strategische positie bij je kan krijgen. Kan je zo lang niet wachten, dan vind je deze oefening(en) uitgebreid beschreven in het boek 'Grondwerk met Paarden' vanaf pagina 22.
 
Lichaamstaal.
Als je de voeten hebt, heb je het paard
 
Zonder de aandacht, de interesse van je paard kun je niet eens beginnen werken met je paard. Uit het vorige deel weet je nog dat je de aandacht van je paard op twee manieren kunt verdienen:
1/ door iets vervelends weg te nemen
2/ door iets leuks toe te voegen.

Bij allebei de manieren voelt je paard zich beloond, of met een ander woord: bekrachtigd in wat hij doet, in zijn gedrag. Deze twee manieren van belonen vullen elkaar dus perfect aan!

Als je de voeten hebt, heb je het paard Het omgaan en rijden van paarden komt er in de eerste plaats op neer dat je de voeten van het paard kunt controleren. Jij bepaalt waar het paard naartoe gaat, wanneer hij dat doet, hoe lang hij dat doet, en in welk tempo. Niet alleen in het zadel, ook vanaf de grond. Op die manier kan het paard niet anders dan op jou gaan letten, want jij bent blijkbaar iemand die heel veel te zeggen heeft over zijn voeten, en zowel in mensen- als in paardentaal betekent dat een stevig staaltje leiderschap.

Dat kun je natuurlijk doen door je paard te gaan drijven: met gebruik van je lichaamstaal (al dan niet met behulp van longeerzweep of werptouw) je paard in beweging krijgen, en daarna ook in beweging hoúden.

Dit lijkt misschien op longeren maar dat is het niet helemaal, want in eerste instantie doe je dit met je paard in vrijheid, dus zonder longeerlijn eraan. Wáár je paard naartoe gaat, is in het begin ook al niet zo belangrijk; dat zijn allemaal bijkomende criteria voor later. Het werkprincipe "als je de voeten hebt, heb je het paard" is dus niet zomaar een beginnersprincipe. Het is iets waar je altijd op kunt terugvallen, zowel om zijn mentale effecten (bijvoorbeeld in situaties waar je paard je niet ziet staan omdat de omstandigheden heel opwindend zijn - pag. 251 uit het boek Grondwerk met paarden) als fysiek (in combinaties met leiden - pag. 126 - en cirkelwerk zoals longeren - pag. 204).
 
Waar het in deze oefeningen vooral op aankomt, is dat je leert druk doseren. Niet te veel, niet te weinig, niet te lang aanhoudend, niet te snel ophouden. Precies genoeg om te krijgen wat je wilt. In de praktijk is het zo dat de meeste mensen veel te veel doen, en nooit aan hele subtiele lichaamstaal toekomen. Je doet zo weinig mogelijk, maar zo veel als nodig, en je beloont meteen (door de druk te laten wegvallen) bij de kleinste poging van je paard om iets te doen, ook al lijkt het helemaal nog niet op het eindresultaat dat jij in je hoofd had (pag. 16).

Zo weinig mogelijk
Een leuke oefening om straks meteen met je paard te proberen, zonder dat je heel veel ruimte nodig hebt, zomaar geplukt van pagina 25, helpt je ontdekken op hoe weinig je paard reageert. Je paard hoeft helemaal nog niet met zijn voeten te reageren, kijk gewoon eens of je z'n aandacht te pakken kunt krijgen: of je iets ziet veranderen in z'n lijf.
 
"Ga aan de schouder/hals (daar ongeveer) staan. Op een meter afstand. Doe een stap naar je paard toe, dus in de richting van de schouder. Kijk of hij reageert. Nog een stap verder. Kijk of hij de neiging heeft om - zelfs al is het minimaal - op je te reageren. Is het van je weg (al is het maar in gedachten, het hoofd dat een beetje omhoog of opzij gaat!), sta stil, beloon! Kijk, op zo weinig reageert je paard al in de richting van wat je wil. Keer eventueel terug naar de uitgangspositie. Komt hij naar je toe, laat je paard dan staan waar hij wil. Kijk of je, alleen door zelf even van plaats te veranderen (weer in de richting van de schouder) een verandering kan veroorzaken. Indien ja, sta stil. Voer héél geleidelijk aan de ‘druk’ op door jezelf eens groter en bewuster te maken - dit is het moment om je ego op te blazen... - terwijl je toch op dezelfde plaats blijft staan. Kijk eens wat er gebeurt als je met intentie, zelfbewust en energiek in zijn richting voorover buigt met je bovenlichaam.
Wat doet hij als je een stap in de richting van zijn schouder zet? Wat gebeurt er als je meer naar zijn hoofd gaat dan naar zijn schouder? Wat gebeurt er als je zo’n grote stap zet dat je vlak onder zijn schouder eindigt/zou eindigen? Wat gebeurt er als je een klein stapje zet?"
 
Zoveel als nodig
Méér van dit, dus méér druk (groter, langer, sneller...), zou de voeten van je paard in beweging moeten kunnen zetten. Als je geen of nauwelijks reactie krijgt van je paard, let dan vooral kritisch op je eigen lichaamstaal en positie tegenover je paard, en doe zoveel als nodig,

maar niet méér.
Het kan inderdaad zijn dat jouw paard veel méér nodig heeft om in beweging te komen: dat je moet staan springen of roepen of met je armen zwaaien of een longeerzweep heffen of een touw werpen..., maar ga daar niet mee experimenteren vóór je weet op hoe weinig je paard reageert; niet alleen omdat je dan fijner kunt werken maar ook omdat, als hij heel "uitgebreid" zou reageren op een moment dat je te dicht bij hem staat, dat voor verrassingen zou kunnen zorgen. Je eigen veiligheid komt altijd eerst!

Verdere stappen zijn tempo (snelheid en gang van je paard) en richting bepalen. Beweeg je in de richting van de voorhand van je paard, dan draait z'n voorhand van je weg, en de achterhand naar je toe. Beweeg je in de richting van de achterhand, dan draait de achterhand van je weg en de voorhand naar je toe. Elk paard is daarin verschillend.
 
Nu je weet hoe je druk kunt doseren - hoe je zo weinig mogelijk doet, maar zoveel als nodig - kun je gaan experimenteren met richting geven. Je paard kun je naar voor, naar achter, naar links of naar rechts sturen, afhankelijk van waar je staat. Niet alleen vanuit het zadel is dat zo, maar ook op de grond.

Wat hieronder beschreven wordt is noodzakelijkerwijs heel beknopt - er zijn veel meer nuances in het werken met je paard en in een kort artikeltje kunnen alleen de grote lijnen uitgezet worden.

 
Werk je paard nog steeds los, in vrijheid. In de vorige oefening merkte je hoe je als je naar de schouder van je paard toeloopt op een zelfbewuste manier, hij z'n schouder van je wegbeweegt. Zet je door (alsof je dwars door z'n schouder heen zou lopen) dan draait je paard zich helemaal van je weg en komt hij in beweging. Eerst vertrekt de voorhand, en de achterhand - uiteraard - volgt.

Beweeg je in de richting van de achterhand, dan draait de achterhand van je weg en de voorhand naar je toe. Zet je door, dan loopt het paard verder van je weg.

Als je achter je paard gaat staan zal het wat makkelijker zijn. Je hand heffen of snel op hem toelopen krijgt hem misschien al in beweging, maar het kan ook zijn dat je een touw of longeerzweep een paar meter achter hem op de grond moet slaan om hem in beweging te krijgen. Ga in geen geval hém slaan! In het boek wordt vanaf pag. 68 uitgebreid op deze oefening ingegaan, die in al je verdere grondwerk heel belangrijk zal zijn. Ik heb 'm "de voorwaarts-cue" genoemd. De "de voorwaarts-cue" is voor het grondwerk wat de beenhulp voor het rijden is.
 
Het moeilijkst is het om je paard achteruit te doen bewegen als je recht voor hem gaat staan. Maak je groot terwijl je in zijn richting beweegt, en het paard zal geneigd zijn om ruimte voor je te maken door achteruit te stappen. Dat is niet zo makkelijk als van de zijkant op hem toelopen, want je paard moet er soms over nadenken hoe iets wat je aan z'n voorkant doet, betekenis moet krijgen in z'n achtervoeten. Geef hem even tijd om uit te vissen hoe hij van je wegkan, en kijk of je hem een of twee stappen achteruit kunt krijgen. Het hoeft niet veel te zijn, geen tien passen en geen sneltreinvaart, daar gaat het helemaal niet om. Gooi ook geen touw in de richting van z'n hoofd, het mag heus wel met wat meer respect van jou uit. Probeer het eerst maar eens met zo weinig mogelijk druk!

Lukt dit achteruit zenden nog niet goed, grijp dan niet meteen naar de grote middelen. Sla dit maar even over - wat je eerst even in de plaats kunt doen wordt beschreven in het volgende artikel. Er bestaat immers geen 'vaste' volgorde om de dingen te doen. Iedere combinatie is verschillend, en elke oefening verbetert de andere.

Probeer in elk geval je bewegingen "aan" en "uit" te zetten. Vraag je je paard in beweging te komen, doe dat dan op een duidelijke manier waarbij je je bewust bent van je eigen lichaamshouding. Doet je paard wat je vraagt (ook al is het maar een klein beetje in de goeie richting) beloon hem dan uitgebreid door prompt en zeer duidelijk je lichaamstaal te ontspannen, en eventueel zelfs een stap achteruit te zetten.

Als je door hebt waar je ongeveer moet gaan staan om je paard in een bepaalde richting te krijgen, pik dan eens een bepaalde plaats uit - een paal aan de omheining, of een letter van de rijbaan. Probeer je paard precies daar te krijgen, zonder 'm aan te raken.

Je zult merken dat je soms teveel doet (en je paard loopt verder dan je bedoeling was) en soms te weinig (je paard gaat minder ver dan je bedoeling was). Maar geleidelijk aan zul je merken hoe het in elkaar zit, dat communiceren van richting en... tempo. Want dat doet het doseren van druk: het bepaalt hoe snel of hoe traag je paard z'n voeten beweegt. Je positie zegt waar en wanneer hij stopt, je doseren zegt hoe snel of hoe traag.

Al werkend raak je op elkaar afgestemd. Probeer elke pas van het paard de jouwe te maken, dat wil zeggen: élke pas die hij zet wordt door jou bepaald qua richting en tempo, net zoals bij het rijden.

Als je zover bent dat elke pas van je paard de jouwe is, dan heb je de aandacht van je paard! Hij let op je, wacht op informatie van jou om de volgende stap te zetten. Het gaat er dus niet om om je paard zo snel mogelijk op die ene bepaalde plaats te hebben; het gaat erom dat je dat op een rustige, perfect gecontroleerde manier kan.

Beloon je paard uitgebreid tussendoor, laat hem merken dat hij het beste paard van de wereld is, want dat is hij ook! Geef 'm tussendoor, eerst letterlijk na elke kleine pas en daarna na steeds wat meer, rust: bij jou is het goed.

Het gevoel dat door een touw heen kan komen bereidt je voor op wat door een teugel kan. 

Teugel en leidtouw
Net beschreef ik in het kort hoe je je paard zonder 'm aan te raken in beweging kunt zetten, in elke richting die je wilt en in het tempo dat jij bepaalt. Het zijn natuurlijk fijne oefeningen om zo te spelen met je paard, en hoewel sommigen het tot een ware kunst verheffen willen de meesten onder ons toch gewoon rijden. Bij het rijden heb je verschillende soorten hulpen, zoals je benen en je zit, maar ook: teugels. Overal vind je het ideaal van "rijden op je zit" benadrukt, maar als gewone mens moet je érgens beginnen om je rijhulpen zo terug te brengen naar hele lichte, fijne communicatie dat het lijkt alsof je amper iets met armen of benen doet.
Eén van de dingen waar je aan kunt werken zonder op je paard te zitten is beter begrijpen wat een teugel veroorzaakt bij een paard.

Een teugel dient voor veel meer dan het hoofd van een paard naar links of rechts te wenden (waarna z'n lijf z'n neus achterna gaat), of om aan twee teugels tegelijk te trekken om je paard te stoppen. De informatie die je door de teugel heen aan je paard geeft, kan betekenis hebben tot in zijn achtervoet - en bij uitbreiding dus ook je leidtouw.

De meeste mensen nemen een leidtouw zomaar op, zonder er echt over na te denken hoe dat voelt aan het hoofd van een paard. Maar zodra je dat touw opneemt, verandert er al iets voor het paard. Hij voelt echt wel dat het touw aan het halster iets doet, maar om te begrijpen wat er precies de bedoeling van is hangt helemaal van jou af. Als je het touw opneemt zou dat voor je paard iets moeten betekenen als: "let op, hou je klaar om iets te gaan doen". De richting waarin je het touw opneemt zegt je paard "volg het gevoel in het touw". Dat gevoel is een zachte druk die zegt "kom met me mee". Dat kan naar voor zijn (leiden), naar achter (nageven of achterwaarts gaan), naar links of rechts (om een wending in te gaan) of naar beneden (om z'n hoofd laag te houden).

Je paard weet niet onmiddellijk wat het precies is dat je gaat doen. Als je het touw opneemt, kan hij alleen maar het gevoel volgen als dat duidelijk is. En hij weet ook pas dat hij juist zit met wat hij doet als je hem daarvoor beloont, door de druk direct weer te laten wegvallen.

Stel dat je je paard voorwaarts wilt leiden. Je neemt heel traag en bewust het doorhangen uit het touw tot je "contact" maakt: het moment dat je voelt dat je een verbinding hebt met je paard, een verbinding die zich vertaalt in een zeker gewicht in je hand. Daarbij hoeft je touw misschien niet eens helemaal strak komen te staan; je voelt het wel, als je even experimenteert. Dit gevoel is voldoende informatie voor je paard om te weten: "OK, ik kom mee". En zodra hij die stap voorwaarts zet laat je het touw los.
Als die stap voorwaarts zetten moeilijk was voor je paard (bijvoorbeeld over een stuk plastic) dan beloon je hem evenredig aan z'n goede wil om het te proberen: je laat groot en duidelijk los. Laat het touw gewoon helemaal doorhangen! Als je paard 'gewoon' met je meekomt hoeft dat loslaten niet groot te zijn; het mag subtieler.

Ga in geen geval trekken als je paard niet voorwaarts meekomt! Dan gaat je paard tegenhangen, en 500 kilo: daar win je het toch niet van. Hou gewoon de vraag, de druk in het touw constant, ook al betekent dat dat je met je paard mee achterwaarts moet gaan. Je paard zal niet eeuwig achteruit kunnen gaan; op een bepaald moment helpt de omheining je en staat hij stil. Goed! Beloon dat; je beloont alles wat in de goed richting zit, ook al is het niet meteen wat je in gedachten had.
Net hetzelfde geldt voor de andere richtingen: om z'n hoofd naar beneden te vragen sluit je traag je hand rond het touw, net onder z'n kin. Vraag hem voorzichtig om je hand naar beneden te volgen. Zodra hij ook maar een centimeter meekomt, laat je los. En dan begin je opnieuw.

Links en rechts zijn richtingen die uiteraard heel belangrijk zijn: je teugels zijn je stuur, zeker met groene paarden.

Maar ook "ervaren" paarden hebben baat bij een duidelijke, ondubbelzinnige hulp. Elk paard moet bereid zijn om het touw op de grond of de teugel in het zadel naar links, naar rechts, naar boven en naar beneden, naar voor (bijvoorbeeld bij voorwaarts-neerwaarts als je de hals "uitschuift" naar voren en beneden toe) en naar achter.
 
Volgt je paard met z'n hoofd, naar welke kant ook je je touw beweegt? Zonder aarzelen, zonder vertraging, zacht als boter? Als dat niet zo is, bekijk je eigen hulpen dan eens kritisch: ondersteun je je paard, of werk je eigenlijk tegen hem? Ben je zelf wel duidelijk genoeg? Ben je licht genoeg? Beloon je snel genoeg?

Vergeet nooit dat het je loslaten, of het nu klein of groot is, dat je paard prompt zegt: "dit doe je goed". Als je je paard die ruimte geeft, dan zal je paard ook leren dat hij zélf dat loslaten, dat doorhangen van het touw kan veroorzaken door met je mee te gaan, in welke richting het ook is. Als je je paard beloont voor élke medewerking door zelf licht te worden, dan zal je paard zelf ook al vlug licht worden: je kan maar krijgen wat je zelf geeft.

Het resultaat is een paard dat je zonder aarzelen en in alle richtingen volgt, een paard dat je begrijpt nog voor het touw - en bij uitbreiding de teugel - strak komt te staan
 
De bridge

In het begin van dit artikel kan je lezen over hoe je de aandacht van je paard kunt verdienen?
1/ door de (concurrerende) omgeving vervelend te maken. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar daarbuiten is het oncomfortabel voor 'm. Je paard moet werken, of lopen, of achteruit, of wat dan ook... Hij ondervindt druk, maar alleen bij jou vindt hij rust, daar valt de druk weg - of
2/ door jezelf veel interessanter te maken dan de omgeving. Je paard hoeft niet bij je te blijven, maar bij jou is het toch het allerfijnst, misschien wel omdat je hem met voedsel of een krabbel beloont voor de dingen die hij voor je doet.

De vorige oefeningen waren allemaal gebaseerd op het meebewegen met een zekere druk, waarbij jouw prompte loslaten bij het goeie antwoord de beloning was. Nu je een klein beetje je leiderschap kunt bevestigen, is het misschien wel tijd om dat leiderschap even te testen. Namelijk door een supersterke motivator te gebruiken, één waarvoor paarden écht gaan kijken hoe stevig je in je schoenen staat: voedsel.

Voedsel als beloning gebruiken (een wortelschijfje, een paar korreltjes graan, een centimeterblokje appel...) betekent dat je je in de plaats stelt van een ranghoger paard dat er een maatje bijneemt. Want zo werkt het ook in het wild: paarden kunnen individuele vriendschappen hebben, over de 'rangorde' heen. Dat heb je vast al wel eens gezien op de wei: een ranghoger paard dat de meeste andere paarden wegzendt, behalve één speciaal maatje, dat mag mee-eten van dezelfde hoop hooi of hetzelfde plaatsje supergras - maar wel altijd op zijn voorwaarden.

Paarden durven zichzelf wel eens te vergeten als ze een wortel zien, maar dat mag niet betekenen dat ze je plots niet meer als hun leider zouden mogen gaan beschouwen. Jij bent en blijft de baas over het voedsel. Jij bepaalt of en wanneer je maatje met je mee mag eten. Omdat paarden zo graag die wortel willen hebben, willen ze er ook heel veel voor doen. Geleidelijk aan echter, doorheen de oefeningen, zul je merken dat het helemaal niet meer over die wortel gaat.

Het paard wil uiteindelijk héél veel doen, waarbij dat ene wortelschijfje dat hij achteraf krijgt, nog slechts 'symbolisch' is - en uiteindelijk niet meer nodig. Dit effect ontstaat omdat we dat wortelschijfje niet zomaar weggeven - je paard moet er eerst iets voor doen, en dat wat hij juist doet, benadrukken we door het hardop tegen 'm te zeggen. Dat lijkt misschien overbodig (uiteráárd kun je een paard trainen zonder elke keer hardop tegen 'm te zeggen "dat heb je goed gedaan") maar als je de moeite neemt om het eens uit te proberen én even door te zetten voorbij de basisoefeningen, dan zul je merken hoe belangrijk dat hardop-geluidje voor je paard is geworden.
 
Waarom dat gebeurt, is eigenlijk heel simpel: het is héle precieze informatie voor je paard waardoor hij véél sneller weet dan daarvoor wat het precies is dat hij goed heeft gedaan. Zonder dat geluidje moet je paard eerst veel meer verschillende mogelijkheden blijven uitproberen voor het hem helemaal duidelijk wordt wat je precies van hem wilt. Dit geluidje helpt 'm véél sneller uitsorteren waar je precies naar op zoek bent. Uiteraard, als je letterlijk zegt "dit heb je goed gedaan", dan is dat de tijd van bijvoorbeeld 4 galopsprongen, terwijl je eigenlijk alleen maar de overgang bedoelde. Zelfs "goed zo" zijn nog twee galopsprongen, en dat terwijl we toch wel héél precies willen gaan werken. Daarom is het geluidje best zo kort mogelijk.

Er zijn mensen die een clicker gebruiken, maar zelf vind ik dat nogal onhandig; je hebt vaak je twee handen nodig, zowel op de grond als in het zadel. Je stem heb je wél altijd bij je. De meeste mensen die een geluidje gebruiken, zeggen "yes" of "ex" (van "excellent"), bijvoorbeeld. Je hebt dit overigens vast al eens in werking gezien als je naar een dolfijnen- of zeeleeuwenshow ging: je hoorde een fluitje, precies op het moment dat de dolfijn helemaal bovenaan doorheen de hoepel gaat. Dat fluitje betekent dus "dat heb je goed gedaan, de oefening is gedaan, kom je beloning maar halen". Het fluitje is dus eigenlijk een overbruggingssignaal, het overbrugt de tijd tussen de juist uitgevoerde oefening en het krijgen van de beloning; ofwel kort gezegd een bridge.

Deze manier van trainen, met bridge en voedselbeloning is de enige gebruikte trainingsmethode in moderne dierentuinen en -parken, en het is de snelst groeiende trainingsmethode wereldwijd. Alle soorten dieren worden met dit systeem getraind, van wolven en beren over apen en vogels tot krabben en vissen. Daar kun je immers geen halster aandoen om ze van de ene plaats naar de andere te slepen; en een orka met een zweep gaan trainen lukt ook al niet - hij zwemt immers gewoon weg.
 
Paarden trainen zit in wezen niet anders in elkaar dan eender welk ander dier trainen. Het enige dat bij ons verschilt, is dat we ook willen rijden, en daarom moeten we als ruiters en trainers toch leren omgaan met het gebruiken van "druk" - meer bepaald met het meebewegen met druk. "Druk" of "gevoel" dat doorheen je zit komt, je benen, je teugels. Dat neemt niet weg dat de bridge ook perfect te combineren is met déze vorm van belonen. Je kunt bridgen, en prompt loslaten, net zoals je kunt bridgen en een wortelschijfje geven of beter nog combineren: bridgen én loslaten én een wortelschijfje geven. Ook dan merk je dat het gebruik van een bridge het leerproces vele malen versnelt.

Natuurlijk, je kunt het leren van je paard pas gaan versnellen door middel van de bridge door 'm eerst die bridge aan te leren. Dat kan aan de hand van een simpel introductiespelletje, namelijk targetten: raak m'n hand aan; op dat moment zeg ik "x", en als je dan een beleefd stapje achteruit zet krijg je van mij een wortelschijfje als beloning.

Hoe je je paard de bridge precies aanleert en hoe hij beleefd voedsel van je kan aannemen staat uiteraard tot in de kleinste details beschreven in het boek (ook hoe je het opvangt als je paard je zou zeggen "ik kom het zelf wel halen, hoor, geef het maar direct".)
 
Succes!

Met dank aan
Inge Teblick (schrijfster van het boek Grondwerk met paarden)

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & cms by WHITE