De Volte
(deel 8)
Als je tijdens dressuurwedstrijden zit te kijken, dan zie je dat er veel soorten voltes zijn. Grote en kleine, zul je zeggen. Ja, dat is waar. Maar ik zie ook ei-vormige voltes, voltes met een afgeplatte kant of een volte met deuken erin. Alle mogelijke vormen zie je, maar zelden een echt ronde volte. Zo rond als een goede bal. Hieruit blijkt dat een mooie kogelronde volte rijden heel erg moeilijk is. Logisch wat mij betreft.
Een paard loopt in de natuur nooit een heel rondje. Ook niet in de wei. Dit is de enige oefening die een paard niet uit zichzelf kan. Alle andere oefeningen kan een paard al. Het is dan de kunst om een paard te laten begrijpen dat jij dat op een moment, op een plaats, in een bepaald tempo wil zien. Dus een volte is het moeilijkste dat je aan een paard kunt vragen. Het is heel moeilijk om een grote volte lang het lichaam gebogen te houden. Vandaar dat ze soms naar binnen vallen of juist naar buiten en er zo'n raar figuur van maken. Trainen is de enige mogelijkheid.
Jij bent de trainer en je moet je paard precies stap voor stap uitleggen wat je van je paard wil en hoe hij dat moet doen. Je leert hem eerst aan de hand om op een rondje met je mee te lopen, waarbij je erop let dat je paard zich mooi voorwaarts-neerwaarts in de lengte buigt. Zijn binnen achterbeen moet naar het zwaartepunt toe stappen. Als dat in orde is, en dat valt nog best tegen, dan laat je je paard met een langere teugel zelfstandig dat rondje lopen. Dit alles in stap. Lukt dat ook allemaal, dan doe je hetzelfde in draf. Eerst een klein en langzaam rondje en dan steeds groter maken. Zo leert je paard zelfstandig te lopen en in balans te blijven.
Nu is het tijd om op je paard te gaan zitten. Vermoedelijk blijft je paard niet mooi op de cirkel, zoals aan de hand. Als je zelf nu stil zit en je laat je helpen door iemand anders, die het paard weer op de cirkel begeleidt, dan zal het paard zijn balans weer vinden. Nu schiet je al aardig op. Alleen nog de hulpen aanleren en je paard daarbij in balans houden, dan kan de volte helemaal rond worden.
Vooral de balans vinden in de juist lengtebuiging is moeilijk. Voor de juiste lengtebuiging moet je je voorstellen dat er water door een cirkelvormige buis loopt. Dat water volgt de buis. Zo moet ook het paard de lijn van de volte volgen. Als er een gaatje in de buis zit, dan schiet het water eruit. Je paard valt ook uit de volte als je hulpen en jouw en zijn balans niet goed zijn.
De spieren van het paard zijn meestal aan een kant wat korter (de holle kant) dan aan de andere kant (de bolle zijde). Als je naar de holle zijde buigt dan zal je paard gemakkelijk op de volte gaan en ook vlugger op de schouder vallen. Buig je daarentegen naar de bolle zijde, dan gaat dat niet zo gemakkelijk en kan je paard over de schouder vallen. Het is daarom ook belangrijk om de spieren aan de holle zijde te stretchen en de spieren aan de bolle zijde wat sterker te maken. De spieren moeten aan beide zijden even sterk en even soepel zijn.
Door veel voltes te rijden, waarbij je veel van hand verandert, correcte schouderbinnenwaarts en travers, wordt het paard soepeler. Als dit allemaal in orde is, dan heb je de voorwaarde geschapen om je paard een mooie kogelronde volte te laten lopen.
Bedenk wel: Als wij naar het fitnesscentrum gaan om onze spieren te versterken, dan duurt dat een hele poos voordat het gelukt is. Bij je paard zul je dus ook de tijd moeten nemen om zijn spieren te ontwikkelen.
Veel succes!
Fredy Hulshoff voor Paardentips Magazine
|