Basistraining is cruciaal voor alle paarden.


Er zijn volgens mij een aantal zaken die elk paard waarmee gereden wordt, zouden moeten aangeleerd worden. Voor het comfort en de veiligheid van ruiter en paard moeten enkele fundamentele omgangsvormen tussen mens en paard eerst verworven worden vooraleer specifiek verder getraind wordt voor het beoogde doel met dat paard.

Gemeenschappelijk van stuntpaard tot gezelschapspaard
Ik wandelde onlangs door Brussel en kwam daar 2 politiemensen te paard tegen. Zij stonden rustig langs een drukke winkelstraat met losse teugel, sloegen praatjes met voorbijgangers die hun paarden konden aanraken. Eén van de ruiters vertelde mij dat haar paard nog maar 4 jaar was. Ik was onder de indruk van de rust en controle die het ganse tafereel uitstraalde. Ik dacht onmiddellijk aan de vele paarden op competities en in maneges die deze basis nooit geleerd hebben.
Wat het paard ook voor werk moet doen, men moet een zekere basis aan commando’s installeren om er gewoon mee om te kunnen gaan. Ze moeten allemaal uit hun stal of wei gehaald kunnen worden, vastgebonden worden en zich laten aanraken, denk maar aan noodzakelijke behandelingen door dierenarts of smid. Dit gaat zelfs op voor een paard dat nooit bereden of ingespannen zal worden. Deze handelingen moeten in alle rust en op elk moment mogelijk zijn. OK, een paard dat net enkele minuten geleden na een lange tijd op stal eindelijk op de wei gezet werd (wat op zich niet zo ideaal is), zal moeilijker te overtuigen zijn zich gewillig een halster te laten aandoen en mee te nemen. Maar toch moet je dit oefenen. Wat ga je anders doen de dag dat je je paard in de wei loslaat en dan pas merkt dat de omheining aan de achterkant stuk is en je paard zomaar wegkan, om maar één voorbeeld te noemen. Dit veronderstelt wel dat we daar bewust mee bezig zijn en er een beetje tijd en moeite in investeren. Maar op crisismomenten zullen we heel blij zijn als we dat gedaan hebben.

Als een paard als rijpaard moet dienen, in welke hoedanigheid dan ook, zijn er mijns inziens enkele bijkomende basisvereisten. Door geleidelijke, gestructureerde training moet het paard zich rustig laten borstelen, opzadelen, bandages aanvaarden en het hoofdstel laten aandoen. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar als je eens goed rondkijkt op wedstrijden of in maneges zie je toch dikwijls taferelen die erop wijzen dat dit niet altijd het geval is. Dit kan te wijten zijn aan een te gehaaste opleiding van het jonge paard of aan een negatieve ervaring achteraf. In beide gevallen moet hier gewoon bewust en met kennis van zaken aan gewerkt worden. Dit soort investeringen betalen zich in veelvoud terug door een handelbaar paard voor de rest van zijn leven.
 
Ik vind het altijd frappant dat nog (te) veel paardenmensen beweren geen tijd te kunnen vrijmaken om een goede basis te leggen, maar wel voortdurend heel veel tijd verspillen aan de gedragsproblemen van hun paarden. Zoals ze mij in het college leren tellen hebben, zijn enkele uren basistraining van het jonge paard nog altijd veel minder dan de vele uren die het kost om met een moeilijk handelbaar paard om te gaan gedurende 20 jaar.

Van in het begin zou een paard ook moeten getraind worden om de ruiter rustig te laten opstappen zonder al ervandoor te gaan van het moment dat hij zijn voet richting stijgbeugel beweegt. Naast het feit dat dit gevaarlijk is voor de ruiter, leert het paard hiermee ook dat het zelf kan beslissen wanneer het begint te bewegen en zal dit zich ook laten voelen in de rest van het rijden. Helaas wordt dit gedrag nog te dikwijls als iets positiefs bekeken: "hij heeft er zin; hij wil graag werken; er zit leven in dat paard; …’. Dit terwijl dit een uitgesproken symptoom is van een gebrekkige training en afbrokkelende gehoorzaamheid (als die al ooit aanwezig was). Als een paard, ondanks pogingen van de ruiter of zelfs een helper om hem tegen te houden, gewoon kan vertrekken, is dit de aanzet tot het volledig verlies van elke rem. Voor een rodeoruiter zal dit aantrekkelijk klinken, maar ik huiver toch bij het vooruitzicht van een paard dat ik niet kan doen stoppen. Toch zie je dit nog veel, zelfs bij veel wedstrijdruiters van internationaal niveau. Als je in de opwarmpiste van grote tornooien gaat kijken, zie je nog heel veel ruiters die ‘on the go’ door een helper in het zadel moeten gezwierd worden omdat ze het paard gewoon niet kunnen laten stilstaan. Ik kan mij niet voorstellen dat autopiloten in de Formule 1 of de rally in een rijdende auto zouden springen waarvan de remmen onbetrouwbaar zijn.

Maar ruiters zijn dikwijls ‘flexibeler’. Dit komt deels door een machoreflex: een hevig paard dat niet kan wachten om te vertrekken, lijkt een uitdaging en een ruiter die daarmee durft te rijden, komt stoer over. Zo lang we die attitudes niet veranderen, zal dit blijven gebeuren. Mensen die nu de tijd en de moeite nemen om een rustig paard te bekomen dat met minimale moeite kan bereden worden, worden als watjes en mindere ruiters bestempeld. We moeten er toe komen dat doorgedreven controle over het paard gezien wordt als uiting van vakkennis, talent en doorgedreven, gerichte training. Dan wordt het iets om jaloers op te zijn en zullen alle ruiters meer gemotiveerd zijn om dit ook te bekomen. Vooral als ze zullen zien dat de resultaten op wedstrijden ook constanter en beter zullen worden en het aantal ongevallen tijdens het rijden drastisch zullen dalen.

Het lijkt mij ook erg nuttig als je je paard leert om een tijdje stil te staan wanneer jij dat vraagt. Misschien moet je even iets aan het materiaal herschikken, of moet je even wachten terwijl een hindernis aangepast wordt, of wil je gewoon even rust inbouwen. Wat de reden ook is, jouw paard zou dat in alle kalmte moeten aanvaarden en rustig wachten totdat jij het commando geeft om terug te vertrekken. Met jonge paarden moet je dit opbouwen via geleidelijke training. Maar het zijn dit soort oefeningen die het paard voorbereiden om ook bij complexere taken zich te houden aan jouw commando’s en niet zelf te bepalen wat en wanneer iets gebeurt. Als je je paard nog niet even kan laten stilstaan wanneer jij dat vraagt, hoe wil je dan dat je een vliegende gallopwissel op de gewenste plaats zal bekomen. Consequent zijn in je training is fundamenteel en begint met simpele, alledaagse dingen. Anders is het alsof je van een student niet verlangt dat hij het alfabet kent maar wel eist dat hij ingewikkelde teksten kan ontcijferen.
Verder doorgedreven training.
Eens je paard de basis aan de hand en in het zadel kent, kan je verder met de specifieke training volgens het doel waarvoor jij dat paard wil gebruiken. Een paard van de bereden politie moet leren wennen aan uiteenlopende omstandigheden. Het moet uiteindelijk immers op een gecontroleerde manier ingezet kunnen worden bij patrouilles allerhande, bij manifestaties en protestmarsen. Het mag dan niet flippen op geluiden, vreemde mensen, honden en nog zoveel andere dingen. Bij de bereden politie wordt hier zeer uitgebreid en gestructureerd op getraind. Het resultaat zag ik zelf in Brussel en bij demonstraties van de Belgische bereden politie.

Het ideaal is natuurlijk als je een paard als veulen al gedeeltelijk gericht kan opleiden. Het leven als cavaleriepaard vereist een verder doorgedreven gewenning aan alles om hem heen zodat hij aandacht en prioriteit blijft geven aan de hulpen van de ruiter en niet panikeert. Een wandelpaard moet gewoon worden aan verkeer en vreemde omgevingen. Een springpaard heeft best geen schrik van hindernissen of waterbakken en heeft geen probleem met werken op vreemde plaatsen. Als de kweker al van bij de geboorte weet wat het gebruiksdoel van dat veulen zal worden, kan hij daar van in het begin al rekening mee houden en de basistraining aanvullen met gerichte toevoegingen.

In dat verband vind ik het interessant dat bij de Belgische bereden politie enkele weken geleden een veulentje geboren werd. Dit was een ‘ongelukje’ omdat de cavalerie bij de aankoop van de merrie niet wist dat ze drachtig was. Het merrieveulen kreeg dan ook de naam Surprise. Het vorige veulen dat bij de cavalerie geboren werd, Jules in 1999, is ondertussen in dienst bij de bereden politie. Om financiële redenen worden normaal jonge paarden van ongeveer 3 jaar aangekocht die dan verder opgeleid worden. De training zou natuurlijk nog beter kunnen zijn als ze hun eigen veulens zouden kweken en van kort na de geboorte gericht konden opvoeden. Maar dat zou handenvol geld kosten en is daarom praktisch niet haalbaar.

 
Om het veulen een optimale jeugd met weidegang en sociaal contact met andere veulens te gunnen, zijn Surprise en haar moeder bij een opfokstal ondergebracht. Eens Surprise 3 jaar wordt, zal ze de standaardtesten ondergaan om te zien of ze geschikt is als cavaleriepaard. De kans dat ze slaagt hangt, naast haar aangeboren temperament, af van wat ze tijdens die 3 jaar aan ervaring opdoet. Op jonge leeftijd kan je zo’n veulen immers al gradueel aan heel wat gewoon laten worden zonder dat het hiervoor ooit angst ontwikkelt. Zo’n gerichte training zou haar kansen sterk verhogen om de selectietesten met glans te doorstaan.
 
Wie weet kunnen moeder en dochter dan binnen 4 jaar samen op pad.
 
Door Marc Pierard voor paardentips.com

Meer over en van Marc? Klik hier

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & webwinkel by WHITE