Academische Rijkunst (deel 4)

Door Fredy Hulshoff, Uit: Paardentips Magazine


De Kaptoom

Hallo allemaal,
 
Afgelopen week zag ik een Shire, die wordt opgeleid volgens de principes van de academische rijkunst. Het was prachtig om te zien hoe zo’n groot en zwaar paard ook soepeltjes schouder binnenwaarts, travers, renvers en zelfs een werkpirouette in stap uitvoerde. Aan de hand en onder de man.

Ik zag ook nog 2 Tinkers dit werk doen. Geweldig! Ook koudbloeden kunnen het. Logisch, zij zijn ook paard.

Inmiddels heb ik al heel wat paardenrassen en ook pony’s gezien, die opgeleid zijn volgens de principes van de academische rijkunst. Degene die zegt dat niet alle paarden kunnen dressuren, heeft echt ongelijk. Academische rijkunst is er voor ieder paard en voor iedere ruiter.
 
Gewoonlijk wordt er als een paard zo’n 3,5 jaar is, begonnen met het zadelmak maken en beleren. Kijk eerst of een paard volwassen genoeg is om te beginnen. Het kan zijn dat we wat langer moeten wachten en bv pas met 4 jaar kunnen beginnen. Een paard is pas volwassen als hij zo’n 7 jaar oud is.
 
Het paard krijgt een kaptoom aan als we beginnen met de opleiding. Een kaptoom is een soort hoofdstel zonder de mogelijkheid om er een bit in te hangen. Op de neusriem zijn 3 ringen bevestigd. Één midden op met aan iedere kant van deze ring nog een ring. Het kaptoom moet mooi om het paardenhoofd sluiten, zodat het niet kan schuiven en schuren over het hoofd.
 
In de academische rijkunst wordt altijd een kaptoom gebruikt. Je kunt hiermee je paard goed leren buigen. Bovendien laat je de gevoelige paardenmond nog met rust.
 
Je begint eerst met een lange lijn of een longe die je aan de middelste ring vast maakt. Voorlopig blijf je bij je paard op de grond. Aan de hand leer je je paard om links en rechts te buigen, in een cirkel rond je te lopen, schouder binnenwaarts, travers en renvers. Natuurlijk gaat dit niet binnen een weekje. Het is zo leuk om op deze manier met je paard bezig te zijn.
 
Je merkt dat je steeds beter kunt samenwerken. Je paard wordt rustiger, geconcentreerder en hij richt zich steeds meer naar jou. Alles wat hij aan de hand heeft geleerd en goed begrijpt kan hij ook heel vlug als je er eenmaal op gaat rijden.

Hoe gaat dat nou allemaal?
In vogelvlucht zal ik het proberen uit te leggen.

Eerst kijk je met behulp van een brokje of je paard met het hoofd links en rechts ver naar beneden kan buigen. Dat is niet zo gewoon als je wel denkt. Er zijn heel wat paarden die dit niet kunnen. Als hij dat niet kan, leer het hem. Je vraagt hem, door een beetje te vibreren met je teugelhand, of hij naar beneden wil komen, eerst naar links en dan naar rechts. Met je andere hand masseer je zachtjes de hals. Niet trekken aan de kaptoom, want op druk reageert het paard met tegendruk.

Lukt de oefening? Beloon je paard en breng hem naar stal. Je hebt hem geleerd om zich tenminste aan een kant van de rug te ontspannen.

In het begin zal hij misschien weg willen stappen. Hij wil dan liever aanspannen dan ontspannen. Blijf proberen, hij ontdekt vanzelf dat ontspannen prettiger is. Lukt dit echt niet, dan kan het verstandig zijn om je paard te laten nakijken op eventuele blessures of blokkades in de hals of rug. Goed kunnen buigen links en rechts met een lange ontspannen bovenlijn is een voorwaarde om met de achterbenen onder de massa cq. het zwaartepunt te kunnen treden, zich te verzamelen en om in balans te blijven.

Als een paard over een hekje reikt naar een lekkere pluk gras, dan zie je ook dat zijn rug lang en ontspannen is en dat zijn achterbenen ver onder zijn lijf staan. Zou hij dit niet doen dan zou hij zijn evenwicht verliezen en op zijn neus vallen.

Kan het paard mooi links en rechts buigen, dan vraag je hem met je mee te stappen op een cirkel. Je teugelhand wijst hem de weg. Deze hand blijft altijd soepel en gemakkelijk. Houd nooit je paard stevig vast met deze hand. Als je hem stijf vasthoudt aan zijn hoofd, dan blokkeer je zijn achterbenen. De binnenheup moet naar voren komen, zodat hij met zijn binnenachterbeen onder het zwaartepunt kan stappen tussen de afdruk van de 2 voorhoeven.
Dit is aanspannen van de spieren aan de binnenkant (de binnenbenen komen dichter bij elkaar) en dus ontspannen en rekken aan de buitenkant.
 

 
 
 
 
Rode stip is het zwaartepunt.


Voor je paard is al dat leren best wel vermoeiend. Probeer in je enthousiasme niet te l ang met hem bezig te zijn. Je paard zal je dankbaar zijn en sneller leren. Een aai of een brokje zullen ook welkom zijn als hij zo zijn best doet.

Als alles zowel links- als rechtsom goed gaat dan gaan we met hem aan de hand rechtuit lopen in een lichte buiging. Je leert hem om, als je links van je paard loopt, zijn hoofd naar links voorwaarts-neerwaarts te buigen en zorgt ervoor dat hij zijn linker achterbeen voorwaarts onder de massa plaatst, tussen de afdruk van zijn voorbenen. Je houdt je paard vast met je linkerhand vlak bij zijn neus. In de rechterhand houd je de lussen van je longe en een zweepje om je paard aanwijzingen te geven. Het belangrijkste zou ik bijna vergeten. De leidende hand, de hand aan het hoofd, houdt het paard losjes vast. Geen druk aan het hoofd, maar een soepele nageeflijke hand. De hand moet toestaan dat het paard zijn hoofd laat vallen. Je loopt ter hoogte van zijn schouder. Dit is een neutrale positie t.o.v. je paard. Meer naar het hoofd lopen werkt remmend en meer naar zijn achterhand werkt drijvend. Dit leer je hem natuurlijk ook als je rechts van hem loopt. Deze lengtebuiging moet correct zijn. Hierop bouw je nl. steeds verder. Alleen op een goed fundament kun je een degelijk huis bouwen.

Het kan heel goed, dat je dit alles in geen tijd voor elkaar hebt, maar even zo goed kan het dat je paard er een paar weekjes over doet om het onder de knie te krijgen. Dat geeft allemaal niets. Het ene paard is niet slimmer of dommer dan het andere. Het heeft alleen andere mogelijkheden.

Het is typisch voor de academische rijkunst dat er gekeken wordt naar de mogelijkheden van een paard. Ze hoeven geen dure, bijna perfect gefokte paarden te zijn. Leren kunnen alle paarden.

Het is aan ons om ze iets op de goede manier te leren, zodat het blije, trotse en gezonde paarden zijn. Ieder paard kan met de juiste opleiding een fijn rijpaard worden. Bedenk: h et is geen kunst om een prachtig paard mooi te rijden, maar om een minder mooi paard prachtig te rijden.

Ben je een keer zo ver dat hij dit kan, dan ga je je paard dit vragen op een cirkel. Dit is moeilijker voor hem, omdat hij dan dieper moet onderstappen. Goed opletten dat je paard voorwaarts stapt en niet met zijn achterbenen uitzwaait of juist naar binnen valt. Als hij mooi voorwaarts-neerwaarts in een goede lengtebuiging op de cirkel meeloopt, dan kun je proberen je paard wat meer los te laten, zodat hij op een volte rond je komt. De volte kun je dan langzaam vergroten door je paard weg te sturen en zelf in het midden te blijven staan.

Dit is het begin van longeren. Valt je paard naar binnen of naar buiten dan maak je de cirkel weer kleiner. Je laat hem eerst weer netjes in de correcte lengtebuiging rond je stappen, daarna laat je de longe weer vieren. Dit doe je net zo lang, totdat hij wel op eigen benen goed rond loopt. De longe zal dan niet gespannen staan. Je bent nog steeds in stap bezig. Dit alles kan best wel een paar we ken duren. De tijd die je aan dit werk besteedt, verdien je later dubbel en dwars terug.

Laat je door anderen niet haasten. Als het paard goed ondertreedt dan zal hij zijn hoofd voorwaarts-neerwaarts laten vallen. De hand die het paard leidt moet dit toestaan. Geef je paard de ruimte aan zijn hoofd. Nageven! Door het paard zo te leren, zal het vertrouwen krijgen in zijn begeleider (ruiter). Hij leert in balans te lopen, zijn rug en hals te ontspannen, zijn buikspieren aan te spannen en zijn spieren aan de zijkant lang te maken dan wel aan te spannen afhankelijk van de buiging naar links of rechts.

Voor het paard is het gemakkelijker om deze dingen te leren zonder ruiter op zijn rug. Als je later op zijn rug gaat zitten, dan begrijpt hij al wat je bedoelt. Hij moet dan wel weer zijn balan s onder de ruiter zien te vinden, maar hoeft minder tegelijk te leren. Het paard kan alleen ontspannen als hij losgelaten wordt aan zijn hoofd. De leidende hand van de ruiter moet losjes en soepel met het paard mee gaan. Veel nageven!

Gaat het echt goed in stap, probeer het longe werk in draf.
Eerst meelopen in draf en dan weer loslaten. Lukt het niet meteen, dan terug naar stap, het paard weer correct laten stappen en weer proberen in draf. Gebruik je stem, zodat hij ook stemcommando’s leert kennen. Beloon hem uitbundig als het eventjes goed gaat. Een enkel pasje goed is een beloning waard. Neem je tijd. Werk niet te lang achter elkaar. Het werk is in het begin heel vermoeiend voor het paard. Zowel fysiek als psychisch.

Van nature is een paard bereid om mee te werken. Hij moet wel. Werkt hij niet mee in de kudde, dan wordt hij verstoten. Alleen of verder weg van de kudde is gevaarlijk. Hij kan prooi worden. Gewoonlijk betekent het de dood.

Bedenk dus wanneer iets niet lukt……. zou het kunnen zijn dat je hem niet de informatie geeft die je denkt dat je hem geeft of dat hij je gewoon niet begrijpt? Ben je wel duidelijk voor je paard? Word niet boos, maar begin opnieuw. Denk na over je hulpen. Het heeft geen zin om de hulp harder te geven.
Als je Chinees moet leren en je begrijpt niet wat een Chinees tegen je zegt, dan heeft het ook geen zin als hij gaat schreeuwen. Hij kan het beter op een andere manier proberen.
 
Op deze manier werken is niet alleen voor een jong onervaren paard. Problemen bij een ouder paard kun je ook zo corrigeren. Beloon je paard als hij iets goed doet. Negeer wat niet goed gaat.

Door beloning leert het paard.
 
 

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & cms by WHITE