Klassieke dressuur, De academische rijkunst.

 
Door Fredy Hulshoff uit Paardentips Magazine

Deel 1
Academische Rijkunst:


Wie is Fredy?

 
Dag lezer van Paardentips. Mijn naam is Fredy. Ik ben de lesgeefster van Nanny. Op vraag/aandringen van Rudi heb ik de mogelijkheid genomen de komende tijd wat te schrijven over de Academische Rijkunst. Voordat ik daarmee begin, zal ik me eerst even verder aan jou voorstellen.

Als meisje van 10 jaar kreeg ik samen met mijn vriendinnetje de eerste paardrijles in de manege. Al gauw begon mijn vader ook met paardrijden. Hij kocht een paard voor zichzelf en ik mocht er ook op rijden.

Ajax was een heel grote Meckelenburger en van dit paard heb ik het paardenvirus gekregen. Al gauw volgden er andere paarden. Dagelijks reed ik 2 à 3 paarden. Natuurlijk gingen we ook op wedstrijd. Dressuur- en springwedstrijden.

Dankzij Nico, mijn instructeur, leerde ik rijden op gevoel. Op heel veel wedstrijden zat ik de kunsten van andere dressuurruiters te bestuderen samen met Meneer Von Blaschke. Een man die bekend was met de rijkunst, zoals die in de Spaanse rijschool in Wenen werd beoefend.

Hij leerde mij heel veel over de theorie van de klassieke dressuur. Een ideale combinatie deze 2 mannen. Mijn paarden en ik hadden best veel succes. Natuurlijk ging het ook weleens helemaal fout. We wonnen veel prijzen en ik werd zelfs Nederlands jeugdkampioen in Rotterdam. Dat resulteerde in een uitnodiging van de Vereniging van Dressuurruiters om bij een kleine selectie van ruiters te komen.

Helaas voor mij vertrok ons gezin op dat moment naar België. Daar zijn mijn vader en ik begonnen met het fokken van paarden. Ook in België hadden we succes op de wedstrijden. Jammer genoeg was dit alles van korte duur.

Mijn vader, met wie ik heel veel samen deed en die de financiële kar trok , overleed op heel jonge leeftijd. Dit betekende voor mij het einde van fantastische jaren in de paardensport.

Paarden en paardrijden betekende voor mij alles of niets. Het werd dus niets. Zo’n 17 jaar later sloeg het paardenvirus toch weer toe. Ik kreeg de kans om voor iemand geweldige paarden te rijden. Wedstrijden en de dressuur zoals dat gereden werd, trokken mij helemaal niet meer.

Na een zoektocht in andere disciplines heb ik uiteindelijk in de Academische rijkunst gevonden wat ik zocht. Eerlijk paardrijden met gevoel en begrip voor het paard.

Ik rijd inmiddels alweer een paar jaar op deze manier. Ondertussen was ik ook toevallig begonnen met lesgeven. Dat vond en vind ik heel leuk. Zo kreeg ik de kans om mensen goed op een paard te laten zitten en ze de zo belangrijke basis goed te leren. Momenteel rijd ik alle dagen in ieder geval mijn 2 paarden. Ik leid ze op volgens de methode van de Academische rijkunst.

Een van de twee heeft een zgn. ”aangetoonde hoefkatrol”. Rijden volgens de rijkunst wil o.a. zeggen: je paard zorgvuldig rechtrichten, zorgvuldig sterker maken en bovenal fysiek en psychisch gezond houden. Het paard hoeft niet kreupel of onregelmatig te worden. Helaas worden er dagelijks zoveel paarden, iedere dag alleen al in België ongeveer 15, door de dierenarts afgekeurd wegens kreupelheid. Deze paarden worden door de verzekering gekocht en gaan allemaal naar de slacht. Eigenlijk mankeren ze bijna geen van allen iets. Ze werden alleen heel slecht gereden door hun eigenaar.

Voor mij is het dus belangrijk om zoveel mogelijk mensen te vertellen dat het anders en heel veel beter kan. Ik wil de mensen leren hoe ze hun paard wel gezond kunnen houden. Hoe ze een fijn paard kunnen krijgen. Een paard dat geen “rotzak” blijkt te zijn, als hij maar goed begeleid en gereden wordt.

Ik ben wel wat ouder. Dat hebben jullie wel begrepen, maar toch heb ik besloten om mijn kennis een officieel tintje te geven door het komende jaar een instucteurscursus Academische Rijkunst te gaan volgen. Op deze manier hoop ik dat ik in de toekomst nog meer mensen mag begeleiden met hun paard. In de hoop en het vertrouwen dat paard en ruiter heel veel jaren plezier zullen beleven aan het samen zijn.

Het lijkt me dan ook heel leuk om jullie de komende tijd een beetje over mijn schouder mee te laten kijken tijdens de cursus. Jullie kijken dan vanzelf mee in de keuken van de Academische Rijkunst.

Fredy Hulshoff


Groetjes Fredy

Deel 2


Academische rijkunst is niets nieuws.

Het is de meest oorspronkelijke en oudste manier van rijden en omgaan met paarden. Het stamt al uit de tijd van Xenophon: 430-354 v. Chr., uit de tijd van de oude Grieken. Hij had een stelregel: “Verlies in de omgang met paarden nooit uw zelfbeheersing. Wat onder dwang bereikt wordt, wordt zonder verstand bereikt en is net zo lelijk als het met de zweep slaan en met de sporen porren van een danser“. Hij trainde paarden voor de veldslagen. De manier waarop, was kennelijk al belangrijk voor hem.

In de middeleeuwen werden de paarden gebruikt als een soort vechtmachine. Als je kijkt naar oude schilderijen, dan zie je op slagvelden paarden met hun ruiters in houdingen staan, waarvan je denkt: dat kan toch niet? Jawel, dat kan wel. De paarden en ruiters uit die tijd waren zo goed geschoold en getraind, dat op het strijdperk in Terre-à-Terre gereden werd. Je ziet er Capriolen en Courbettes. Deze sprongen boven de grond waren bedoeld om aan de vijand flinke klappen uit te delen en hem te verslaan.

Je ziet ook dat al die kunsten bijna zonder teugel, alleen op ruitergewicht, uitgevoerd werden. De paarden waren heel wendbaar, soepel en gehoorzaam. Dat moest natuurlijk ook. Stel je voor, jij wil snel naar links wenden, maar je paard gaat rechtuit. Niet leuk als er iemand met een scherpe lans op je af komt. De kennis en de kundigheid waren er dus wel, maar dit werd niet opgeschreven. Logisch, een ander zou het beter kunnen gaan doen en dat is wel heel lastig tijdens een confrontatie.

De opleiding van paard en ruiter was een enorm kostbare zaak. Alleen koningen en ridders konden zich dat permitteren. Renaissance betekent letterlijk 'wedergeboorte'. De idealen, kunsten, wetenschappen, (waaronder de rijkunst) uit het oude Griekenland (Xenophon) werden weer actueel.

In 1532 werd de eerste rijacademie opgericht in Italië door Frederico Grisone. Ook hij wilde wel met gevoel en verstand te werk gaan, maar als het niet lukte dan greep hij toch wel eens naar gruwelijke methoden, zoals een brandende fakkel.

Met deze rijacademie was een nieuwe manier van leren rijden ontstaan. Nu konden er veel ruiters tegelijkertijd opgeleid worden door 1 leermeester. Voorheen werd maar een enkeling opgeleid. De rijacademies schoten als paddenstoelen uit de grond. Op deze academies werd ook o.a. dans, muziek en schermen geleerd. Later ontwikkelden zich universiteiten uit deze academies.

Toen er meer en meer schietend wapentuig werd gebruikt op de slagvelden, trokken de koningen en ridders zich terug. In cavaleriescholen werden rekruten met jonge paarden opgeleid. Capriolen en Terre-à-Terre waren niet belangrijk tegen de kanonnen. De rekruten moesten in een breed front voorwaarts. Snel rijden werd belangrijk. Voorwaartse paarden moest men fokken en geen paarden die mooi konden verzamelen. Paarden en ruiters waren kanonnenvoer.

Antoine de Pluvinel (1555- 1620) was de beroemdste rijmeester uit de Renaissance. Hij vond de wapenoefeningen iets belangrijker dan de dressuur. Met de lans moest gestreden worden per slot van rekening. In tegenstelling tot Grisone vermijdt hij geweld in de opleiding. Hij pleit voor tijd en systeem tijdens de opleiding van het paard. Hij schrijft zijn werk: L’instruction du Roi Barok. De koningen trokken zich terug van het slagveld, maar bleven wel de rijkunst beoefenen. De dressuur werd een vrijetijdsbesteding, waarbij het rijden tot op het allerhoogste niveau werd beoefend. Het moest er prachtig uitzien. L’Art pour l’art (kunst voor de kunst). Het was de bloeiperiode van de rijkunst.

Het was ook de tijd van Francois Robichon de la Gueriniere (1688-1751). Zijn “Ecole de Cavalerie” is het standaardwerk waarop onze huidige dressuur is gebaseerd. In zijn boek beschrijft hij een complete methodiek en geeft een volledige beschrijving van de gangen van het paard en de oefeningen om een paard te gymnastiseren. Hij ontdekte de halve ophouding als een manier om een paard te stoppen i.p.v. een ruk aan de teugel. Ook was hij de uitvinder van de schouder binnenwaarts. Het is de aspirine van de dressuur. De dressuur is er voor het paard, het paard is er niet voor de dressuur! Hij was de grootste rijmeester van die tijd en misschien wel de grootste allertijden.

Tijdens het Classicisme was Gustav Steinbrecht (1808-1885) de allergrootste. Hij leerde de officieren dat ze van de troepen konden wegrijden, maar ook door verzameld te rijden vlak bij het front konden overleven. In deze tijd konden ook anderen bv. industrieëlen en rijke burgers zich paardrijden permitteren. Zij wilden ook rijden als de officieren. Door Steinbrecht werden de officieren de erfdragers van de Europese rijcultuur. Hij ontdekte dat door stelling, buiging en zijgangen het paard rechtgericht kon worden. Zo werden de paarden voorbereid op de verzameling, die nodig was om ze goed te berijden. Van hem komt de uitspraak: “Richt uw paard recht en rijd het voorwaarts“. Steinbrecht schreef het beroemde boek:


“Das Gymnasium des Pferdes “
(klik op de titel voor meer info over de Nederlandse vertaling van dit boek).
 
Egon von Neindorff (1923-2004), de laatste in de rij van grote leermeesters in de rijkunst, is de grote bewaarder van de rijkunst volgens Steinbrecht. "Klassiek rijden is natuurlijk rijden, zonder dwang, met veel gevoel en geduld". Vlak voor zijn dood schreef hij: “Die reine Lehre der klassischen Reitkunst “.

In de Tweede Wereldoorlog had het paard geen betekenis meer voor de oorlogsvoering. Het paard verdween uit het straatbeeld en ook van de boerderij. Zelfs de kunst van het rijden leek te verdwijnen. Maar ja, zonder paarden lukt het ook niet in onze Europese cultuur. Paarden zijn enorm verbonden met onze cultuur, ze hebben door de eeuwen heen een deel van onze cultuur gevormd.

Steeds meer mensen zoeken de nabijheid van het paard, op allerlei verschillende manieren. Westernrijden, natural horsemanship, springen etc.

Bent Branderup (1964) uit Denemarken heeft zich helemaal verdiept in de barokke rijkunst. Hij is leerling geweest bij alle belangrijke rijacademies in Europa. Leerling van de grootste klassieke rij-instructeurs zoals Nuno Oliveira in Portugal, Javier Garcia Romero in Spanje en Egon von Neindorff in Duitsland. Hij heeft de rijkunst uit alle voorgaande eeuwen grondig bestudeerd en zich eigen gemaakt. Zijn rijkunst is gebaseerd op Pluvinel, de la Gueriniere en Steinbrecht. Hij benadert de rijkunst ook van een wetenschappelijke kant. Hij beschikt over een ongelooflijke hoeveelheid kennis en een enorme passie voor paarden. Dit werkt heel aanstekelijk. Met Filur, zijn paard, (beslist niet het mooiste en het beste paard bij aankoop) kan hij alle sprongen boven de aarde produceren.

Branderup leert al zijn leerlingen hoe je door systematisch met goed doordachte gymnastische oefeningen je paard kunt scholen tot een fijn rijpaard. Een paard dat zowel fysiek als psychisch gezond is. Oefeningen waarbij het paard soepel, sterk, in balans en vooral recht gericht wordt. Alles zonder dwang en met veel losheid, zoals de la Gueriniere dat wilde. Theoretische kennis en rijden moeten in balans zijn. Je moet wel weten wat je doet en waarom. Als je iets doet, moet je ook weten wat je wil bereiken en hoe je daar komt. Rijden doe je dus ook met je verstand. Daarbij komt ook nog eens dat je een paard niet hoeft te leren hoe hij moet passageren of galopwissels moet maken. Dat kan hij allemaal al. Wij moeten leren hoe we het paard dat moeten vragen, op het moment dat wij dat willen.

Je kunt een paard van alles leren, mits het binnen zijn mogelijkheden valt. Niet meer. Dat heeft altijd consequenties. Niet ieder paard kan hetzelfde. Een IJslander kan tölten, maar dat kan je niet vragen van een BWP-er of een Arabier. Wel kunnen ze allemaal verzamelen, de een meer dan de ander. Wij moeten ze leren hoe ze dat wiebelende pakket (de ruiter) op de rug moeten dragen, zonder schade op te lopen. Dus mooi verzameld.

Dat alles wisten de meesters uit de 17e en 18e eeuw heel goed. Vanuit deze basis kun je iedere tak van de paardensport beoefenen. Daarbij is het niet belangrijk hoe goed je bent, maar wel dat datgene wat je doet, goed is. Kwaliteit boven alles. Je hoeft niet naar de hoge dressuur, maar het kan wel.

Bedenk altijd: het paard is je partner waar je met respect en liefde mee om gaat.

Bent Branderup heeft in Denemarken een eigen rijschool. Van daaruit leidt hij mensen op tot squire of knight (ridder) of nog hoger in de academische rijkunst. Zij leggen de eed af dat ze het gedachtengoed van de academische rijkunst zullen uitdragen en zich zullen inzetten voor het welzijn van paarden.

Branderup geeft regelmatig clinics in Europa. Ga gerust eens kijken. Je komt er met rode oortjes vandaan.

Deel 3
 

Natuurlijke scheefheid en recht richten.

Het doel van de dressuur is dat een paard ongedwongen, met plezier en vrijwillig zijn natuurlijke bewegingen onder de ruiter laat zien. Dit is in de praktijk niet altijd het geval. Heel vaak komt dit door de scheefheid van het paard. Ieder paard is van nature scheef. Ze zijn net als wij links- of rechtshandig. Er zijn meer paarde rechts gebogen, dan links gebogen. Deze scheefheid is voor het paard geen enkel probleem, zolang wij maar niet op zijn rug gaan zitten. Een paard kan op verschillende manieren scheef zijn. De gemakkelijkste om te herkennen zijn de horizontale,de verticale en de laterale scheefheid. Voor je met een paard begint moet je weten of het links of rechts gebogen is. Dat kun je zien. Als je goed kijkt, dan kun je een aantal dingen opmerken :
 
Laterale scheefheid:

Rechts gebogen paard:

Bron plaatje: paarden begrijpen.nl

  • Rechterheup staat hoger.
  • Linkerhoef is platter, rechterhoef steiler.
  • Meer gewicht op het linkervoorbeen.
  • Zadel ligt naar links.
  • Paard pakt de linkerteugel meer vast.
  • Paard gaat gemakkelijker rechtsom dan linksom.
  • Rechtsom op de volte zal het paard de neiging hebben op de binnenschouder te vallen en zijn achterhand naar buiten zwaaien.
  • Paard loopt rechtsom met het binnenbeen naast de massa. Met het buitenbeen eronder. Enz.
Links gebogen paard:

Bron plaatje: paarden begrijpen.nl
  • Linkerheup staat hoger.
  • Rechterhoef is platter, linker steiler.
  • Meer gewicht op het rechtervoorbeen.
  • Zadel ligt naar rechts.
  • Paard pakt de rechterteugel meer vast. Paard gaat gemakkelijker linksom dan rechtsom.
  • Op de volte linksom zal het paard de neiging hebben te veel te buigen en over de buitenschouder te vallen.
  • Paard loopt linksom met het binnenbeen naast de massa. Met het buitenbeen eronder. Enz.

De bespiering rechts en links bij een scheef paard is ook anders:

Bij een rechtsgebogen paard is:
  • De linkerzijde de bolle kant.
  • De linkerzijde lang, slap bespierd en soepel
  • Het linkerachterbeen is het zwakke achterbeen.
  • De rechterzijde dus de holle kant. De rechterzijde is kort en sterk bespierd. Het is de stijve zijde.
  • Het rechterachterbeen is het sterkst. Dit been is het stuwende been. Het stuwt naar links voor.
Bij het linksgebogen paard is dit allemaal tegengesteld.
 
Horizontale scheefheid:

Bron plaatje: paarden begrijpen.nl

Het paard loopt op de voorhand. De voorbenen worden veel te zwaar belast. Door juiste training komt het paard in horizontaal evenwicht .
 
Verticale scheefheid:
           
Het paard komt scheef te staan t.o.v. de grond door verschuiving van het zwaartepunt. Vergelijk een motorrijder in de bocht. Hierdoor gaat een paard bv. in de galop veel te hard. Het paard is niet in balans.
 
 Is dit allemaal dan zo belangrijk, zul je je misschien afvragen . Het is toch natuurlijk dat hij scheef is! Zolang je paard onbelast loopt, dus zonder ruiter, kan het geen kwaad. Maar zo gauw wij op het paard gaan zitten en niets aan de scheefheid doen, zullen we zijn scheefheid alsmaar versterken. De belasting op een voorbeen wordt daardoor veel te groot en door de extra scheefheid wordt de spanning in de rug enorm hoog.
 
Het gevolg is een paard dat allerlei kwalen gaat vertonen zoals:
- Spanning in de rug, gevoelige rug.
- Psychische spanning (kijkerig).
- Ongelijke aanleuning, kantelend hoofd.
- Paard wil niet links of rechts op de volte.
- Flegmatiek paard.
- Hoefkatrol.
- Tanden knarsen.
- Te hard gaan.
- Scheef bekken.
- Struikelen.
- Enz.
 
De enige oplossing is: Het paard rechtrichten!
 
Een rechtgericht paard is een paard dat zijn oefeningen zowel linksom als rechtsom op dezelfde manier kan volbrengen. De spieren zijn aan beide zijden gelijk. Alleen een rechtgericht paard laat zich verzamelen.
 
Dus als de spieren aan de linkerkant lang en slap zijn, dan zul je die korter en sterker moeten maken. De korte sterke spieren aan de rechterkant moet je dan langer en soepeler maken. De achterhand moet sterker en buigzamer worden. Beide achterbenen moeten gelijk gaan dragen. Met doordachte en doelgerichte oefeningen krijg je dit voor elkaar.
 
Natuurlijk is het niet in een paar weekjes voor elkaar. Kijk maar eens hoe lang het duurt voordat wij wat grotere, dikkere armspieren hebben ontwikkeld. Bij een paard is dit ook een langzaam proces.
 
Als een paard langs de wand loopt dan zie je dat het met de buitenschouder en de buitenheup parallel aan de wand loopt. Het paard loopt op dat moment scheef, want zijn voorhand is smaller dan zijn achterhand. Door nu de voorhand te verplaatsen ten opzichte van de achterhand, zodat de voorhand recht voor de achterhand komt en bovendien het binnenachterbeen onder de massa te vragen, richt je het paard recht. De binnenschouder precies voor de binnenheup.
 
Dit is eenvoudig gezegd. Het ene achterbeen is sterker dan het andere hadden we al gezien. Dus zul je met oefeningen als voltes, slangenvoltes, schouder voor, schouder binnenwaarts en travers de draagkracht in beide achterbenen moeten ontwikkelen. Het is daarbij belangrijk dat het binnen achterbeen correct onder de massa geplaatst wordt. Tussen de afdruk van de voorhoeven.
 
Bij al deze oefeningen is het heel belangrijk dat dit in een ontspannen voorwaarts-neerwaartse houding gebeurt.
 

 

Voorwaarts-neerwaarts
Voorwaarts-neerwaarts wil zeggen: een ontspannen lange bovenlijn (rug en hals) en aangespannen buikspieren, zodat de achterbenen onder het lichaam kunnen treden. Een paard wat over een hekje reikt naar een lekkere pluk gras staat met zijn achterbenen onder zijn lijf. Het paard wordt bij voorwaarts-neerwaarts in de hand gereden. Het paard zoekt de teugel. Neus naar voren en de oortjes in de lucht. Het paard wordt van achteren naar voren gereden. Als de achterbenen goed ondertreden, dan komt de mooie halshouding vanzelf. Die halshouding hoef je, sterker nog, mag je er niet in trekken met je teugels. Dat geeft spanning. We willen juist ontspanning.

Ben je nu zover dat het paard mooi voorwaarts-neerwaarts loopt en dat je de schouder van de wand af naar binnen kunt richten, zodat de binnenschouder precies voor de binnenheup loopt, dan is het moment aangebroken dat er begonnen kan worden met de juiste ribbenbuiging. Hierover later meer.
 
Deel 4
De kaptoom.
 
 
Deel 6
Verschil tussen Academische rijkunst en Wedstrijd dressuursport.
Klik hier om naar deel 6 te gaan

Deel 7
Paarden gymnastiek
Klik hier om meer te lezen
 
 

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & cms by WHITE