Modderlaarzen en hoge hakken
Als het om comfort gaat, houd ik ervan dat mijn voeten evenwijdig zijn aan de aarde. Plat, zeg maar. Dat geeft een goed contact met de grond en het past goed bij onze landelijke omgeving. Ik heb dus regenlaarzen, rijlaarzen, wandelschoenen, gympen, sloffen en slippers, allemaal zonder noemenswaardige hakken.
Hakken zijn in een boerenomgeving met veel onverhard terrein en stallen met stro een ramp. Er blijft van alles aanhangen en als je dan ergens op bezoek bent en de boel droogt op, verspreid je een vierkante meter rommel rond je schoenen. Maar ja, ik ben óók een vrouw en bij tijd en wijle wil ik er graag een beetje aantrekkelijk uitzien.
In mijn vrije tijd lees ik veel Franse boeken en zodra er bij de Fransen sprake is van een aantrekkelijke vrouw dan vertelt de beschrijving strijk en zet dat zij hoge hakken draagt. En een stijlvol mantelpakje. Zie je het voor je? Van die kleine kittige hyperslanke Parisiennes op van die leuke pumps maat 36 met hoge hakjes……. Nou, daar lijk ik dus helemaal niet op. Niet dat ik dik ben, gewoon een gemiddelde Germaanse bouw, een fatsoenlijke Nederlandse maat veertig.
Om te beginnen moest ik al slikken dat diezelfde maat hier in Frankrijk maat tweeënveertig heet. Echt waar, kijk maar eens in internationale kledingetiketten! Ook mijn behamaat ging subiet een tree omhoog. Liefhebster als ik ben van kleine snuffelzaakjes met tweedehandskleding, ontdekte ik al snel dat je je als stoere Hollandse net een nijlpaard voelt in een kleedhokje met Franse tweedehands kleding.
Een mantelpakje is écht mijn stijl niet, geen Coco Chanèl voor mij alsjeblieft. Maar na nogmaals een beschrijving te hebben gelezen over de prachtige wiegende gang van een vrouw op hoge hakken ben ik op een gegeven moment wel bezweken voor een paar sexy halfhoge laarsjes met stiletto hakken van negen centimeter. Tja, als je iets doet, moet je het goed doen, niet waar? Nu nog een gelegenheid afwachten om ze te dragen. Een week of wat later besluit Rolf dat we maar eens lekker in Moulins uit eten moesten gaan. Hoi, kan ik mijn nieuwe laarsjes aan. Ik eis dat ik vóór het huis kan instappen, om het modderige voorjaarserf te vermijden.
In de stad wieg ik naar het restaurant en tijdens het diner ga ik speciaal een keer extra naar het toilet, anders blijven die sexy hakken de hele avond onder tafel. Het laatste glas van onze heerlijke fles wijn neem ik, want Rolf moet rijden. Na een heerlijk diner wieg ik weer terug naar de auto; de middeleeuwse kinderkopjes van Moulins beïnvloeden enigszins mijn stabiliteit. Eenmaal thuis schenkt manlief zich nog een slaapmutsje in, gaat lekker onderuit op de bank zitten en valt in slaap zonder aan het drankje te hebben genipt. Het is laat en de honden kijken me verwachtingsvol aan, klaar voor hun laatste korte avondwandelingetje.
Zal ik eerst andere schoenen aan gaan trekken? Ach wel nee, we gaan maar een heel klein endje. Ik wiebel de voortuin uit, het weggetje voor ons huis op, gelukkig geasfalteerd. De honden kijken gefascineerd naar mijn onzekere manier van vooruitkomen. Het is nieuwe maan en op het platteland, zonder straatverlichting, is het dan écht stikdonker. Ik wil nét omkeren, maar op dat moment zie ik een grote witte vlek midden op de weg. Huh? Ik doe een voorzichtige stap dichterbij. De vlek hinnikt zacht. Ach jee, het is Ondine, één van onze merries. Ontsnapt natuurlijk, want voor de mollige Ondine is het gras altijd nóg sappiger aan de andere kant van het hek.
Wat nu? Zal ik eerst naar huis wankelen, schoeisel verwisselen, een halster uit de schuur halen en dan het paard ophalen? Nee, er kan ieder moment iemand aan komen rijden over de weg en de mensen uit de buurt rijden ’s nachts vaak veel te hard. Ik pak Ondine aan haar manen vast en trek haar zachtjes mee. Gelukkig, ze volgt gedwee. Eigenlijk wel lekker, een beetje houvast aan zo’n paard. We lopen samen terug naar het erf, waar de ingang van het weiland is.
Hemel, hoe doen die mannequins dat op de catwalk? Ik heb geen voeten meer over. Met één hand pruts ik in het donker het hek open, met de andere houd ik het paard bij me. Zodra de doorgang vrij is, schiet Ondine opeens langs me heen, haar eigen weiland in. Ik verlies mijn evenwicht, doe een wankele stap in een molshoop en beland languit in de vurige voorjaarsbrandnetels. Op dat moment zie ik een ongeruste echtgenoot boven me. “Wat doe je nou?” Wat een gave om op zo’n moment te verschijnen en zo’n stomme vraag te stellen.
Ik ben op mijn pantyvoeten naar huis gelopen, de gevreesde stiletto’s in mijn hand. Voor mij geen sexy hoge hakken meer. Laat mij maar lekker plat op mijn voeten staan.
|