Kinderdromen goed bewaren!
Beste paardenvrienden, “Later, als ik groot ben, wil ik een eigen paard”……. Wie van ons heeft dat nu niet gezegd als kind? Inmiddels ben ik, Heleen Oosterveld, ruimschoots volwassen geworden en mischien is het wel omdat ik tot mijn 47e jaar moest wachten om die droom te realiseren, dat ik nu elke dag opnieuw met volle teugen geniet van onze acht paarden. Hoevéél?? Eeeh, tja, de hobby is een beetje uit de hand gelopen!
Naast ons huis staan acht prachtige witte paarden. Niet dat we rijk zijn, Rolf en ik. Het zijn weliswaar volbloed raspaarden met alle papieren, maar van het ras Camargue en die kosten geen fortuin. Gek genoeg ligt het begin van mijn liefde voor dit mooie paardenras in een ver verleden. Ik neem u even mee….
Huilen, huilen, huilen! Ik ben acht jaar oud en ik zit in de tweede klas van de lagere school. Het is vrijdagmiddag en we krijgen een film. De juf is lang in de weer geweest met grote spoelen film, want het is 1964 en de videorecorder moet nog uitgevonden worden. De film heet Crin Blanc (Witte Manen) en nu ik zelf in Frankrijk woon, weet ik dat werkelijk iedere Fransman van mijn leeftijd deze beroemde kinderfilm kent. De film gaat over een jongetje en een paard en speelt zich af in de Camargue, het deel van Zuid-Frankrijk waar paarden nog in het wild leven. Het jongetje, wiens enige familieleden een oude opa en een klein zusje zijn, houdt het gezin in leven door te vissen in de moerassen van de Camargue. Daar komt hij een wild paard tegen, een prachtige witte hengst. Dit ongetemde dier laat zich vangen en berijden door het jongetje, die uiteraard een diepe vriendschap sluit met de nobele viervoeter. Helaas zijn er ook slechteriken in de Camargue, die de mooie hengst willen vangen om hem voor veel geld te verkopen. Ze achtervolgen het jongetje die vlucht op de rug van zijn prachtige witte paard, in volle galop. Uiteindelijk sluiten de slechteriken, eveneens te paard, het edele tweetal in op een stuk strand, daar waar de Rhône in zee uitmondt. En wat doet Crin Blanc, de hengst met zijn vriendje op zijn rug? Hij kiest voor de richting van de vrijheid en galoppeert de zee in. We zien kind en paard de horizon tegemoet zwemmen en het filmdoek valt……..
Oh vreselijk! Wat een onpedagogisch einde van een kinderfilm. De hele klas kijkt sip. Ik niet. Ik blèr het uit, zoveel verdriet kan ik niet verdragen. De juffrouw probeert me te troosten. “Het is maar een film, Heleentje. Dat jongetje verdrinkt heus niet écht”. Wat nou! Dat jongetje? Wat kan mij dat stomme Franse jongetje schelen? Daar zijn er genoeg van, Franse jongetjes! Nee, dat arme paard, dat gaat verdrinken en daar moet ik zo om huilen……
Nu, al die jaren later, kijk ik uit het raam van mijn huis en zie Crin Blanc in de wei staan. Hij staat er tevreden te zijn met zes kuddegenoten, waaronder twee veulens. Nou ja, het is niet hélemaal hetzelfde paard, want die filmvedette uit de jaren vijftig zal zeker al vele jaren op de eeuwige grasvelden grazen. Dit paard heet Duc de Camargue, het is één van onze ruinen. Met zijn uitbundige manendos is hij vrijwel een exacte copie van Crin Blanc.
Hoe zijn die Zuid-Franse paarden in ons leven gekomen?
Rolf en ik zijn vijftien jaar geleden hier op het Franse platteland neergestreken om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te boeren. Oorspronkelijk komen we uit de horeca en al heel snel waren de zelfgekweekte groenten, de zelfgemaakte kaas en het zelfgeslachte vlees op het menu van ons kleine restaurantje terug te vinden. Naast kippen, konijnen, geiten, kalkoenen en twee melkkoeien hielden we ook lange tijd een kleine kudde schapen. Maar na een jaar of tien kregen we een beetje genoeg van de schapenhouderij. We verkochten onze schapen en zochten nieuwe grazers voor de vrijgekomen hectares.
Ezels, zou dat niet leuk zijn?
Ik vroeg raad aan onze Franse vriend Yann, bij wie ik al een jaar of wat paardrijlessen nam. Het scheen dat zijn zuster ezels had, wellicht kon hij ons adviseren. ”Ezels? Stomme beesten!” zei Yann met de genuanceerdheid van een echte paardenman. “Je betaalt mij elke maandag 15 euro om met je kont op een paard te kunnen zitten, dan kun je thuis toch ook paarden nemen?” Tjee, wat een logica. “Maar ik vind een paard alléén zielig en twee paarden daar hebben we niets aan, want Rolf rijdt geen paard.” Maar Yann was niet voor één gat te vangen. “Op ezels had je óók niet kunnen rijden. Maar waarom neem je Rolf niet mee naar les, dan kunnen jullie na een paar lessen samen leuke buitenritten maken met je eigen paarden.”
Zakenmannetje, die Yann. En oh, had ik toen maar geweten dat het niet zo simpel is om als twee beginnende ruiters met je eigen paarden een buitenrit te maken. Maar het klonk zo heerlijk romantisch.
Ik begon Rolf, die nooit iets met paardrijden heeft gehad, te bewerken. “Het is heel sexy als een man kan paardrijden… Wel nee, het is helemaal niet gevaarlijk… Er zijn speciale paardendekjes met zakken voor een koele fles witte wijn tijdens een picknick.” En ja, het werkte. Rolf sloot zich aan bij onze club van volwassen ruiters en leerde, ondanks zijn meer als vijftig jaar, al snel goed rijden. We leerden beter Frans spreken, maar vooral ook zelfstandig paardrijden.
Het werd tijd om ons in de aanschaf van onze paarden te verdiepen. Bij de boerenbond in een naburig dorp zagen we een kaartje hangen van een plaatselijke fokker van Camargue-paarden. Nauwelijks bekend met de eigenschappen van deze paarden wilden we in eerste instantie alleen eens even kijken, er zijn immers zoveel paardenrassen om uit te kiezen? Het moest een weloverwogen keuze worden. Het was een prachtige zonnige dag en de fokker nam ons het weiland in. Hij floot…..en daar kwamen al die prachtige witte paarden over de heuvel aanlopen.
“CRIN BLANC!!!!!!” Een gepassioneerde kreet kwam uit het geheugen van mijn kindertijd los. Ik verloor mijn hart ter plekke, liefde op het eerste gezicht. Zou je zoiets moois zelf kunnen bezitten?!? Ja, dat kon. Rolf was al net zo gecharmeerd van dit Franse ras als ik. Diezelfde week kochten we er vier. En later nog eens twee. En we kregen twee veulens. Al dat moois staat nu sinds een paar jaar bij ons in de wei en we hebben nooit spijt gehad van onze keuze. En ja, we kunnen nu net zoveel mooie buitenritten maken als we willen, ook al hebben we vaak peentjes gezweet voordat het zover was.
Zo zie je maar, je moet je kinderdromen goed bewaren! Rolf en ik verhuren ook vier mooie vakantiewoningen, hier in het hart van Frankrijk. Wie bij ons een huis huurt, mag naar hartelust op onze Camarguepaarden rijden, mits men een goed basisniveau heeft.
Voor beginners hebben we een andere oplossing.
Ik vertel u, in de gratis Paardentips Magazines, graag wat meer over onze paardenavonturen.
Nog geen Paardentips Magazine in uw mailbox? Aanmelden kan via deze site. Ontvang na het aanmelden binnen 10 minuten het laatste Paardentips Magazine via mail!

De paardenverhalen:
Klik op de link om meer te lezen:
Paardentips op bezoek bij Rolf en Heleen. Klik hier om meer te lezen
|