Een eigen koets is een kostbaar bezit...



Tips om zelf een veilige koets te maken en het zo meteen goed aan te pakken.

Ter voorbereiding van dit artikel heb ik net nog wat tekeningen onder het stof vandaan gehaald om ze te bekijken. Zo vond ik ook nog foto's van koetsen die ik zelf ooit gemaakt heb of aan meegewerkt. Heel wat uurtjes heb ik eraan besteed, na elke koets vond ik weer iets wat beter kon. Dus met heel veel moeite afscheid nemen van je eigen creatie en opnieuw beginnen.

Ik had destijds het geluk dat ik 's avonds bij een koetsenmaker, die bijna met pensioen ging, een kijkje mocht nemen. Ik mocht er meewerken om zo wat extra ervaring op te doen. Vooral het belang van het maken van een veilige koets werd me op het hart gedrukt. Waar zitten de zwakke punten en waar kun je dunner materiaal gebruiken om de koets wat lichter te maken? Tips die heel nuttig zijn, want stel dat je met je gezin op pad gaat met de koets en er is iets mis met de constructie... dat wil je niet op je geweten hebben.


Bij het bekijken van de foto's begon het alweer te kriebelen. Zou ik nog een huifwagen erbij maken? Toch maar niet. Voor de prijs waarvoor ze tweedehands te vinden zijn kun je niet werken. Trouwens mijn gereedschappen zijn allemaal verkocht. Ik kreeg het zo druk met andere activiteiten dat het jammer was dat deze niet meer gebruikt werden. Een eigen koets maken kost echt wel heel wat tijd en moeite! Af en toe moet je ook het besluit durven nemen om helemaal opnieuw te beginnen, waardoor je niet altijd met evenveel zin aan het werk gaat. Maar het is uiteindelijk allemaal wel heel leuk en leerzaam. Het geeft een goed gevoel als de koets af is en je er vol trots je eerste ritje mee gaat maken en alles op wieltjes loopt. Een eigen koets maken is niet altijd de goedkoopste oplossing, maar wel heel leuk om te doen. Je leert er heel veel van. Als ik de tijd ervoor vrij kon maken dan wist ik het wel.

Ik ga je dadelijk niet een heel bouwplan geven van A tot Z. Als je niet creatief genoeg bent om zelf wat te schetsen en uit te docteren kun je beter niet beginnen met het maken van een eigen koets :-) Je zult in ieder geval toch al een heel eind komen met de tips die ik je ga geven.

Het model dat besproken wordt is een metalen recreatiekoets. Het is dus belangrijk dat je kunt lassen. Lassen heb ik zelf via avondschool onder de knie gekregen. Maar als je een kennis hebt die een lastoestel in huis heeft kan hij je misschien ook op weg helpen. Je zult merken dat het allemaal niet zo simpel is, maar na wat oefenen kom je al een heel eind. Let wel op! Leer ook onder verschillende hoeken lassen want dat ga je straks zeker nodig hebben bij het maken van je koets. Zelf hechtte ik de materialen aan elkaar met elektrodes, eerst elektrisch lassen dus en daarna afwerken met een CO2-lasapparaat. Elektrisch lassen gaf voor mijn gevoel een betere inbranding en dus een stevigere hechting en met het CO2-lasapparaat kon ik mooier aflassen. Het CO2-lasapparaat is vooral ook fijn bij het dunnere materiaal, daar brand je dan niet zo vlug doorheen. Dan moet je natuurlijk wel een goed toestel hebben.

De koets.

Hier zie je een tekening van een Faëton.


Ik heb jammer genoeg geen foto van de de complete koets maar hieronder zie je de losse onderdelen van deze Faëton. Deze is gemaakt volgens de tekening hierboven. Je ziet hier al duidelijk hoe de koets eruit gaat zien als hij af is. Terwijl je nog maar alleen het zijaanzicht van de wagen kunt bekijken. Wat ik je duidelijk wil maken is dat dit belangrijke onderdelen zijn bij het maken van de koets. Je begint het beste aan de zijpanelen. Als je de zijpanelen af hebt, krijg je door middel van tussenverbindingen de basis van de koets, die je daarna gaat afwerken. Dus heel belangrijk! Hoe nauwkeuriger deze onderdelen zijn gemaakt, hoe minder problemen je later hebt bij het samenstellen van je koets.


De schets. Hier moet je natuurlijk mee beginnen. De schets moet je op schaal tekenen zodat je later de maten gewoon kunt overnemen van de tekening. Werk deze goed af, een tekening opnieuw beginnen is makkelijker dan een afgewerkte koets in stukken te slijpen.

Het is jouw koets, dus maak hem gewoon op jouw maat. Kijk wat een goede afstand is voor je benen. Een koetsier moet op de bok kunnen zitten met gestrekte benen. Zorg ervoor dat het schild, dat eigenlijk bedoeld is als bescherming tegen schoppende paarden, niet te ver naar voren zit. Zo kun je deze eventueel ook als ondersteuning gebruiken voor je voet als je bijvoorbeeld je evenwicht een keer verliest in een wilde rit ;-) Zorg ervoor dat het schild niet te laag is, anders zou het paard er overheen kunnen schoppen. Vooral als je vaak met jonge paarden werkt zou ik hier extra rekening mee houden. Maak het schild zo dat er nergens een paardenhoef tussen kan komen. Hou er wel rekening mee dat er bij de berekening van de zithoogte ook nog een bok bijkomt. Maak je koets nooit te hoog; hierdoor komt het gewicht van de koetsier en de bijrijders te hoog te liggen en wordt de koets instabiel.

Afmetingen. Als basis kun je een bestaande koets gebruiken waarvan je wat maten overneemt. Deze kun je dan aanpassen naar eigen wens. Hou er wel rekening mee dat de assen van de koets straks op gelijke hoogte moeten komen. Dus vind je dat de passagiers van achter wat meer beenruimte moeten krijgen dan moet je de rest ook in verhouding aanpassen.


De zijpanelen

Op de schets hierboven kun je zien waar de belangrijke dragende delen zitten. Vooral onderaan waar de vering en de molen komen moet het stevig zijn. Dit deel vangt de zwaarste schokken op. Dit moet je zeker van dikwandig materiaal maken. Het makkelijkste om mee te werken is vierkante buis. Dit last lekker makkelijk en is goed stevig. Als je het geheel wat meer uitstraling wilt geven zijn ronde buizen heel mooi. Als je voor ronde buizen kiest zul je wel wat extra tijd en aandacht moeten besteden aan het afwerken van de las en het lassen zelf.
 
Vooral als je enkelspan gaat rijden heb je graag een zo licht mogelijke koets, maar neem niet teveel risico's door dun en dus lichter materiaal te gebruiken. Maak de basis stevig genoeg. Ik gebruikte zelf materiaal met een wand van 2 mm tot 2,6 mm dik voor de dragende delen. Het dunnere materiaal kun je gebruiken voor zaken zoals het trapje achteraan, de bankjes voor de passagiers, het schild en spatbord en andere dingen die geen al te grote belastingen ondergaan.

Ik had het geluk dat ik een grote plaatschaar op de kop had kunnen tikken en een machine om platen te buigen. Anders moet je echt alles op maat gaan slijpen wat best een hele klus is. Je kunt hiervoor natuurlijk altijd bij een plaatbewerker terecht. Zoveel mogelijk zelf doen is het leukste. De plaat die ik gebruikte om de panelen dicht te maken, was een plaat van 1,5 mm dik voorzien van een zinklaagje. Deze platen zijn wel moeilijker om te lassen, geeft ook giftige rook (dus goed de rook afzuigen). Je hebt wel minder kans dat het gaat roesten. Als jij ook zulke platen gaat gebruiken, schuur dan het zinklaagje weg bij de stukken die je wilt lassen, anders krijg je geen goede hechting. Je kunt als alternatief voor een metalen plaat ook lipjes in de panelen lassen met een gat erin waar je dan later houten wandjes tegenaan kunt schroeven. De metalen platen zorgen wel voor extra stevigheid van het geheel en voor minder onderhoud. Het hout moet je elk jaar opnieuw een beschermlaagje geven.

Als je van plan bent meerdere koetsen te maken kun je een mal maken voor het zijpaneel. Een plaat met aanslagen waartussen je de gezaagde stukken kunt leggen en aan elkaar hechten om later af te werken. Door zo'n mal kun je sneller meerdere panelen achter elkaar maken. Zet er ook wat klemmetjes op zodat je het materiaal op de plaat kan houden, zo trekt het minder vlug krom tijdens het hechten.


Materiaal. Hou er rekening mee dat de meeste materialen een fabriekslengte hebben van 6 m. Dus hoe meer verschillende soorten materiaal je gaat gebruiken hoe meer afvalstukken je later over gaat hebben.
Zaag het materiaal voor de zijpanelen steeds in tweevoud. Zo heb je meteen de onderdelen voor de twee panelen samen en minder kans dat je een foutje maakt. Door een zaagmachine met aanslag te gebruiken kun je makkelijker de juiste maten aanhouden.

Het frame

Als de zijpanelen klaar zijn kun je beginnen met het frame. Dit doe je door de panelen te verbinden met tussenstukken. Zorg ervoor dat alles goed haaks is. Een scheve koets is geen plezier om mee te rijden. Zelf gebruikte ik een paar lengtes metaal met klemmetjes op het einde, waartussen ik de wandjes precies op de juiste afstand van elkaar kon zetten. Omdat ik alles alleen deed, was dit ook makkelijker zo op deze manier.

De bodemplaten kun je dicht maken en voorzien van een rubberen mat. Ik heb er zelf voor gekozen om een plaat met gaten te gebruiken. Kraterplaat geloof ik dat het heet. Dat is een plaat met gaatjes in de vorm van een krater. Het voordeel hiervan is dat de plaat stevig is, dat je dunner materiaal kunt gebruiken en dat zand en water niet op de bodem van je koets blijven liggen. De officiële spoorbreedte voor een koets is 1.25 m, dus zorg ervoor dat je hiermee rekening houdt bij het bepalen van de afstand tussen de twee panelen. Het zou sneu zijn als de wielen niet langs de panelen passen bij de montage.

Op de foto hierboven kun je zien hoe ik de bankjes voor de passagiers gemaakt heb. De buitenste buis laat je doorlopen tot vooraan de koets.

Het trapje. Zorg ervoor dat het opstapje acheraan de koets breed genoeg is. Zo kan er eventueel later iemand op staan om de koets in balans te houden als je bijvoorbeeld een keer een marathonhindernisje wilt uitproberen. Maak hem niet lager dan de as.

De leuningen. Voor de rugleuningen kun je volle ronde metalen staafjes gebruiken, die kun je makkelijk buigen zonder dat ze inknikken. Als je een goede buikpomp hebt kun je ook holle buisjes gebruiken. Ikzelf heb buisjes gebruikt van 18 mm dik. Op de leuningen kun je een stripje lassen dat je al voorziet van gaten. Dan kun je hier later je rugsteuntjes op schroeven.

De molen. De positie van de molen onder je koets is belangrijk. Zet je ze te ver naar voren dan verzwak je de koets. Zet je hem te ver naar achteren dan heb je kans dat het paard de koets in een scherpe bocht omtrekt omdat hij blokkeert en niet helemaal kan doordraaien. Het is dus belangrijk dat de molen van je koets volledig onder je koets kan doordraaien. Hierdoor kun je makkelijk heel kort draaien met je koets wat in sommige situaties heel prettig is. Zorg er ook voor dat je paard nergens tussen kan komen en achter kan blijven hangen met zijn hoef als hij een keer zou schoppen.
Draaikrans. Je kunt allerlei draaikransen kopen. Er zijn mensen die zo'n klok van een autowiel gebruiken of een goedkope krans waar je de lagers van ziet zitten. Voor een koets gebruik je het best een gesloten kans. Zo kan er minder vlug zand inkomen dat voor slijtage zorgt en een schurend geluid maakt bij het draaien. Ik heb zelf dichte krans gebruikt, op zo'n belangrijk deel van de koets moet je niet besparen. Zorg ervoor dat je de nippeltjes voor de smering van de lagers op een goed bereikbare plaats zet. Anders moet je de hele koets straks demonteren voor een smering van de molen. Gebruik ook goede bouten met een borgmoertje zodat deze steeds goed vast blijven zitten. Ik heb trouwens op elk boutje een borgmoertje gebruikt. Het risico dat een moertje door de beweging en trilling loskomt is best groot. Eventueel kan je als extra nog wat borgmiddel aan de bout smeren.

De wielen. Zelf wielen maken is een van de grootste uitdagingen bij het maken van een koets. Er komt veel vakwerk en inzicht bij kijken. 





Ik heb wel eens profielen laten walsen, die ik dan opspande in een mal die ik speciaal daarvoor gemaakt had en daarna voorzien van spaken. Het moeilijke is dan om geen slag in het wiel te krijgen. Het rechtrichten deed ik dan op een draaibak en een meetklokje. Dit kost veel extra precisiewerk en tijd. Je kunt eigenlijk beter de wielen kant en klaar kopen. Je kunt kiezen voor houten wielen, metalen met rubberbeslag, of wielen met luchtbanden. Een goedkope oplossing zijn velgen met autobanden. Maar net als een paar siervelgen de look van een auto veranderen, kan de keuze voor de wielen van je koets veel bepalen.
Ga je op zoek naar wielen? Even googelen en je komt al een heel eind

Er zijn ook magazines speciaal voor menners te verkrijgen. Voor Nederland is dat de 'MENSPORT', voor België 'PAARD EN RIJTUIG'. In deze bladen vind je een paar adverteerders die onderdelen voor koetsen aanbieden.


De vering. Onder mijn koets zitten dubbele ellipsveringen. Deze kun je instellen door er een bladvering meer of minder bij te stoppen. Je kunt ook enkele ellipsveringen gebruiken, de dubbele vond ik persoonlijk wat comfortabeler en beter passen bij het model koets. Enkele worden vaker bij de marathonkoetsen gebruikt omdat deze wat stuger geveerd moeten zijn. Tegenwoordig hebben veel koetsen schokdempers en allerlei stabilisatiesystemen. Hiervoor kun je natuurlijk ook kiezen, dat kost wel wat meer onderhoud en geld.
Het enige wat ik moet doen met mijn ellipsvering is voor elke rit wat kruipolie tussen de bladen spuiten. Het loopt allemaal heel spoepel en ik heb geen last van zand dat tussen geleidende delen komt. Als je de dubbele ellipsveer gebruikt moet je wel oppassen! Als je geen beveiliging maakt kan de as als je in een gat rijdt onder de koets uit slaan. Ik heb daarom voor aan de veringen een grote kettingschakel gelast die ik via een nylon band (bijvoorbeeld een oude riemgordel) met een schakel op het frame van de koets heb verbonden. Hierdoor heeft de as voldoende bewegingsruimte maar kan niet onder de koets uitgetrokken worden.

De assen. Als je volle assen gebruikt dan heb je natuurlijk een stabiele koets. Het gewicht ligt onderaan, ideaal dus. Zelf heb ik gekozen voor een holle as. Een vierkante buis met een wanddikte van 6 mm die ik dan aan de wielnaven heb gelast. Hierdoor is de koets een stuk lichter. Ik ben in al die jaren nog maar één keer omgegaan met deze koets ;-)


De remmen. Een vierwielig rijtuig dat op de openbare weg komt is bij wet verplicht ten minste één as geremd te hebben. Als je kiest om slechts een as geremd te hebben dan neem je het best de achteras. Bij mijn allereerste koets heb ik de klokken gebruikt van de achterwielen van een oude Volkswagen Golf. Deze kun je er makkelijk afhalen en later op een as lassen. De stalen kabels die normaal voor de handrem gebruikt worden heb ik via kabels overgebracht naar het rempedaal van de koets. Dit werkte prima. Het ziet er alleen wat minder elegant uit. Later ben ik remschijven gaan gebruiken. Ziet er netjes uit. het enige nadeel is dat als er zand tussen de remblokjes komt je een schurend geluid krijgt. Als de koets even stilstaat zullen de remschijven ook wat roesten. Je moet bij de eerstvolgende rit dus een paar keer remmen om de rem weer een goede grip te geven. Je moet ook het rempedaal voorzien van een rempompje.


De ruwe koets, die je in dit stadium al kunt testen. Je kunt nog makkelijk wat aanpassingen doen om het rijplezier te verbeteren. Bij deze koets (foto hieronder) bleek bijvoorbeeld de koets te gonzen tijdens het rijden. Ik dacht er namelijk goed aan te doen de platen zoveel mogelijk aan elkaar te laten en had via buigingen in het materiaal een bak gemaakt. Hierdoor was het geheel een stuk steviger. Later bleek dus dat hierdoor het geluid beter werd geleid en kreeg je tijdens het rijden een zoemend geluid. Het voordeel van de testrit is dat ik dit heb kunnen oplossen door stripjes onder de platen te lassen. Als de koets al gecoat was had ik een probleem gehad.
Nu (zonder coating) kun je nog zaken makkelijk aan de koets lassen. Een koker voor de zweep, een houdertje voor een snelheids- of afstandsmeter, beugeltjes waar je met riempjes van alles aan kunt hangen, een houder voor koetslampen, opbergvakjes,...



De afgewerkte koets. Na de testrit bleek dat de wielen met het rubber te diep het zand insneden waardoor het paard te hard moest trekken. Omdat we nogal vaak door los en mul zand moesten rijden kozen we ervoor om de afgewerkte koets te voorzien van luchtbanden. Dat bleek ook op de harde weg veel comfortabeler te rijden. Nadeel is dat je deze lek kunt rijden en je dus steeds een reservebinnenband bij je moet hebben en een herstelkitje. Op zich wel jammer want met die andere wielen vond ik de koets wel mooier.

Een kleurtje. Een kleurtje kiezen is leuk. Toch is simpel vaak mooi, dus ga niet overdrijven met felle kleuren en dergelijke. Een goedkope oplossing is je koets met een kwast in de grondverf te zetten en later af te werken met een mooi kleurtje. Ik heb ooit een koets met hamerslagverf geverfd, dat gaf best een leuk resultaat. Het nadeel hiervan is dat je koets toch regelmatig een extra likje verf nodig zal hebben.
Bij de koets die je hierboven ziet heb ik gekozen voor het betere maar wel duurdere werk. De platen waren natuurlijk al voorzien van een beschermlaagje. De blanke delen zijn gescopeerd, voorzien van een zinklaagje, via een vlam erop gesmolten, om het simpel uit te leggen. Later is het gepoedercoat. Poedercoaten doet men door de koets elektrisch te laden waardoor de lak aangetrokken wordt. Na deze behandeling gaat de koets een oven in. Je krijgt hierdoor een laklaag die bijzonder hard is en dus tegen een stootje kan. Ideaal voor een koets dus. Later heb ik er een blanke afwerkingslaag over laten spuiten om de koets een mooie glans te geven.

Biezen, sierlijntjes maken moet je natuurlijk doen voor de afwerkingslaag. Het is een hele bezigheid en je hebt er een vaste hand voor  nodig. Een leuke bies geeft wel net dat extra. Ik koos voor mijn laatste koets een zwarte lak met een zilver biesje. De moeite waard!

De zittingen. Voor zittingen, leuningen en bok heb je een basis nodig. Die kun je het best maken van vochtwerende MDF-plaat. Je kunt hierbij al rekening houden met bouten en dergelijke om alles later stevig vast te kunnen zetten. Bij mijn bok heb ik onderaan 4 bouten laten uitkomen. Door deze bouten kan ik de bok naar voren of achteren verplaatsen door ze in de gaten te stoppen die ik daarvoor voorzien heb. Je kunt dit ook mechanisch oplossen door een railtje of iets dergelijks te gebruiken. Vaak krijg je dan toch nog een kleine speling tussen de onderdelen waardoor de bok mee gaat bewegen met de bewegingen. Vandaar mijn keuze voor de bouten. Vergeet niet dat de zitting van een goede bok schuin afloopt. Om een goed overzicht te hebben zit de koetsier ook altijd hoger dan de bijzit. De op maat gemaakte MDF-onderdelen heb ik aan de steunzijde voorzien van zachte foam. Als bekleding van de zittingen kun je kiezen voor skai of leer. Het zitgedeelte van mijn bok heb ik voorzien van een stuk leer met de ruwe kant naar buiten. Dat heeft een anti-slipeffect waardoor je steviger zit. Zorg dat de zijkanten van de bok goed tegen je aanliggen. Als koetsier heb jij je handen nodig om de paarden te controleren en de zweep te hanteren. Een stevige zit is daarom van groot belang om in balans te kunnen blijven.

De zweng. Maak de zweng van je paard niet te smal, anders gaan de strengen bij het lopen tegen de benen aanschuren. Voorzie ze ook van ogen zodat je eventueel hier later panieksluitingen aan kunt klikken. Zorg ervoor dat de zwengen niet te hoog hangen. De koets kan dan door de trekkracht naar onderen toe getrokken worden. Als je dan door een gat rijdt bestaat de kans dat alles naar voren stuikt. Je kunt dit voorkomen door de zwengen te verbinden met een ketting aan de voorste as. Zo wordt de as bij wijze van spreken naar boven getrokken door de trekkracht en trekt de koets uit het gat.

De berry's. Je kunt kiezen voor vaste berry's die verstelbaar zijn in lengte doordat het voorste deel in een koker schuift. Zelf heb ik mijn berry's meteen op maat gemaakt. Ik koos voor onafhankelijk bewegende berry's. Ik vind dat het paard hierdoor minder last heeft van de bewegingen van de koets omdat deze berry's het grootste deel van de bewegingen dan opvangen. De koets beweegt heen en weer en het paard blijft stabiel. Ik heb de berry ook extra kort gemaakt en voorzien van een ring waardoor het lichtoog van het tuig kan, zodat Jorrit (ons paard) bij een wending minder ingesloten zit. Maar dat is natuurlijk persoonlijk en jij ervaart dat misschien anders. Voordeel van alles zelf maken is dat je dit helemaal zelf mag bepalen.

Enkelspan - dubbelspan. Het is niet verkeerd om je koets al voor te bereiden op de mogelijkheid om dubbelspan te rijden. Zelf heb ik alles zo gemaakt dat ik er twee zwengen kan plaatsen en de berry's verwisselen met een dissel met stabilisatieveer. Het enige nadeel voor het dubbelspanrijden is dat mijn koets hiervoor te licht is. Ik kan bij wijze van spreken de koets met de hand in de aanhanger tillen. Het is dus niet verstandig deze koets achter twee paarden aan te laten bengelen, de kans dat er dan iets fout gaat is een stuk groter. In mijn geval kan ik nog volle assen en zwaardere wielen  plaatsen onder de koets, als ik dubbelspan wil gaan rijden. Hierdoor is de koets een stuk stabieler en wat zwaarder.

Onderdelen van de koets. Om het je wat makkelijker te maken heb ik de besproken onderdelen even voor je aangeduid op de foto hieronder.



Recreatie koets op luchtbanden

1. Berry's
2. Bok
3. Dubbele ellipsveringen
4. Zweng
5. Rugleuning
6. Passagierszit
7. Schild
8. Spatscherm
9. Draaikrans
10. Molen
11. Remschijf





Kosten

Je kunt een zelfgemaakte koets zo duur maken als je zelf wilt. De keuze van de materialen en onderdelen zal het prijskaartje flink bepalen. Daarnaast moet je de vele uren werk die je er insteekt niet onderschatten. Als je deze uren gaat omrekenen naar een uurloon dan ga je inzien dat het totale kostenplaatje flink kan oplopen.

Maar als je een ritje maakt met je eigen koets en alles is precies zoals jij het wilt hebben dan is het zeker allemaal de moeite waard. Dan mag je best eens een keer trots zijn op je eigen werk.


Veel succes en geniet ervan.

Groetjes Rudi van den Dijck 
www.paardentips.com

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Paardentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Paardentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!
Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & cms by WHITE